Putje in, putje uit, hormonen, dromen, schrijven en bedankt! <3

Het is weer lang geleden dat ik schreef voor mijn blog, hè! Ik krijg nochtans veel positieve reacties en hoe langer hoe meer. Ik zou liegen als ik zei dat me dat niets zou doen. Mijn ijdelheid wordt er wel mee gestreeld.

 

Ondertussen schrijf ik ook officieel in bijberoep, dat wil nu zeggen dat ik er geld mee dreamsmag en kan verdienen. Ik was het een beetje beu, al dat gratis schrijven voor jan en alleman. Freelance schrijver, staat mooi, niet dan? Ghost writer? Tsja, het kan nu allemaal en er zijn wel wat projectjes…. De éne al wat groter dan de andere, dat is ook logisch. Het begon allemaal met een droom, of die ooit echt iets wordt, weet ik natuurlijk niet, maar goed, na al die gratis geschreven dingen, ga ik nu ook gewoon verder. Maar nu in opdracht van. En ook dat eigen boek, dat echt even on hold lig, wegens persoonlijke redenen, maar eender wat de uitkomst zal zijn van dat verhaal, ik ga het schrijven. Er zei me iemand dat een boek een happy end moest hebben. Ik vind van niet, zei ik. Dus eender welke richting het zal uitgaan, ik schrijf het gewoon. Ik twijfel nog tussen eigen beheer en een uitgever, beiden hebben zo hun voor en nadelen. Uitgever is zelf redelijk veel investeren, eigen beheer ook natuurlijk, maar minder. Uitgever is gratis reclame (enfin, dat zit ook mee in die investering natuurlijk), eigen beheer is echt wel alles zelf doen. Nu ja, ik vind dat schrijven fijn en zie verder later wel. Ik heb er al veel over opgezocht!

 

Ik heb weer even in de put gezeten, ik ben eerlijk. Ik had een eicelpick-up gehad, er was er maar één van normaal bevrucht. Dat was niet goed, dat is nogal logisch. Mijn ultieme droom blijft nog wel steeds mama worden, uiteraard. Ik kreeg wel een TP. Ik heb er amper over gesproken, maar twee weken geleden had ik heel veel pijn in mijn onderrug, ik was naar een optreden geweest. Kreeg daar enorm veel pijn in mijn onderrug, niet te houden zelfs. Misselijk geworden van de pijn, buiten op de grond gaan zitten omdat dat goed deed tegen de pijn, heel goed zelfs. Uiteindelijk naar de auto gekropen, letterlijk. Jong gastje zag me, was een jaar of 16, hij was bijna thuis. Is dan zijn ouders gaan halen, die me dan toch echt maar naar de spoed brachten. Ik had al 20 keer nee gezegd tegen iedereen, ze konden daar immers niets doen. Maar nu zei ik echt “ja”, ze vroegen me nog of ze iemand moesten bellen. Nee, zei ik, ik had al wel berichtjes naar mensen gestuurd die avond…  Dus ja…. Ik heb me nooit zo eenzaam gevoeld als die nacht op de spoed van Lier. Ik wist tijdens dat optreden al hoe laat het was, nu ja…. Ik zit dan zo elke keer wat in ontkenning, vertel er niet veel van. Een vroeg-miskraam, dat is toch hetzelfde als gewoon negatief testen, niet dan? Mijn psychologe vroeg me nadien wel wat ik wilde bewijzen met “nee” te antwoorden toen ze me vroegen iemand te bellen. Dat ik het alleen kan, zei ik. Waarom, vroeg ze? Omdat ik alleen voor dat kind ga, zei ik weer. Ik denk dat ze haar bedenkingen had, ik nu ook wel, haar vraag deed me nadenken, mijn antwoord ook, nog steeds.

 

Nee, natuurlijk is dat niet zo, maar ik zeg het mezelf graag… Dan moet ik er niet aan denken dat ik weer een embryo kwijt ben. Dan is het gewoon weer niets geworden, denk ik dan. Is voor mij beter te dragen. Tsja, ik heb een grote kinderwens en ze lijkt enkel groter te worden. Ondertussen moest ik weer naar de “grote” dokter, die me een heel nieuw schema gaf. Het is weer een hele boterham. Hij zei me ook dat hij niet zeker is dat ik ooit kinderen zal hebben. Maar zoals iemand me afgelopen weekend zei, zolang hij nog mogelijkheden ziet, zijn die er toch nog? Ja, dat is het zeker, maar ik heb een week echt de put in gezeten, ik was ook ziek, heel ziek zelfs. Dus ja, ik kon en mocht in bed blijven liggen. Ik was daar best blij mee ergens, in zekere zin.

 

Mijn psychologe is dan weer blij dat ik zo dicht bij mijn gevoelens zit, dat ik kan wenen en in de put durf te gaan zitten, om er dan weer uit te komen. Want ik ben heel veerkrachtig, zegt ze, alleen zie ik dat zelf niet in. Toen ik haar gewoon een paar weken geleden zei “weet je, het leven is gewoon niet leuk, ook al wil iedereen dat wel heel graag.” zei ze terug “Het leven is inderdaad niet leuk.” Nu ben ik aan het schrijven over de vind-ik-leuk-maatschappij, want die twee heel eenvoudige zinnetjes die we elkaar zeiden, gaven me inspiratie. Het is best boeiend in hoeverre ik zie dat ik niet hou van deze vind-ik-leuk-maatschappij en aanhanger blijf van: blijf a.u.b. ook zeggen wat er tegenvalt, zodat niemand ongelukkig wordt. Want dat creëren we nu wel, facebook draagt daaraan bij. Ik ken mensen die zelfs zeggen dat je daar niets anders dan leuke dingen op mag zetten en geen problemen. Waarom vraag ik me dan af? Dat is het leven toch. Mensen zijn depressief en zetten een lachende foto op facebook. Facebook = fakebook, zeggen er ook velen, net om die reden. Ze hebben vaak gelijk.

 

Ik schrijf daar dus wel over, ook over miserie. Met deze blog, maar ook op mijn profiel en ik heb er ook geen problemen mee om eens iets te vernoemen in een groep of zo. Ik krijg vaak privé-berichten dat het anderen helpt, die vinden dat het niet kan, zetten het dan wel onder het bewuste bericht of zo. Toch krijg ik gelukkig meer positieve berichten dan negatieve. Maar dat ik reactie uitlok, is sowieso goed, denk ik dan: positief of negatief. Met negatieve feedback kan een mens trouwens ook veel, heel veel zelfs. De mooiste commentaar openbaar vond ik deze toch wel:

Geheel begrijpelijke boodschap. De kans is groot dat de groep die je niet begrijpt.

  1. Geen gevoel voor sympathie of empathie heeft.
  2. Zelf erg afhankelijk is geworden van likes.
  3. Het gewoon niet heeft gelezen.

 Het is jammer genoeg de trend. Een trend die moeilijk te doorbreken is. De social media kunnen velen niet loslaten omdat het streeft naar hun ideale wereldje.

Gezien worden en veel waarde hechten aan een ‘like’. The meaning of their life.

Mensen die hier minder gevoelig zijn zoals u, ik ook, zijn veel meer geneigd om echte real life contacten te behouden of onderhouden.

Immers (zo vind ik) heb je meer aan een handjevol echte geliefden (vrienden en/of familie) dan een grote groep vrienden (waar het de vraag is of ze echt zijn).

Allereerst mijn compliment. Je kwetsbaar opstellen wordt tegenwoordig vaak verward met ‘zwakheid’ terwijl ik het asocieer met ‘moedigheid’ en ‘sterke karakter’. Wie durft immers tegenwoordig openlijk te spreken over zijn of haar gebreken. Die groep is in de minderheid.

Hopelijk vindt u wat u zoek.

 

Dat was als antwoord op het bericht: “het is oké om alleen te zijn, soms, maar niet constant”

Het beschreef heel goed wat ik wilde meedelen. Maar dan in zijn persoonlijk woorden.

 

Maar ik krijg veel privé-berichtjes ook, heel veel zelfs, zeker nu ik een facebookpagina heb, dat mijn blog hen zo helpt. Omdat ik er zo open over schrijf, over de pijnlijke rouwprocessen, over het enigszins “anders” zijn. Over het in de put zitten en er weer uitkruipen, dat dat ook nodig is, soms in de put gaan zitten. Zolang je daardoor terug energie kan krijgen en je er niet in wentelt, is dat goed. Ik weet dat dat voor mij werkt, even dat doen, dan kan ik daarna weer verder. Daar niet aan toegeven werkt bij mij juist omgekeerd. Zoals ik zei zat ik in de put, dat was sinds zaterdag voorbij, denk ik, of vrijdag al. Ik weet het niet juist. Ik had gezegd tegen mijn thuisverpleegster: “ik word zot van al die rommel hier” Op uw gemakske opruimen, zei ze, maar u niet forceren. Ik deed het, ging natuurlijk wel over mijn grenzen, uiteraard. Maar het blonk hier. Energie, dus….

 

Ik wil hier ook niet te veel over zeggen, maar de laatste weken blijft mijn plusdochter hier ook heel vaak. Dat meisje heeft het psychisch heel moeilijk, dus dat weegt door. Daar schrijf ik dus niet over, heel bewust. Ik weet namelijk niet of ze dat zo leuk zou vinden als ze dat leest over 2 jaar of 5 jaar of….  Ik merk wel dat ik desnoods kruip voor haar. Dat dan wel weer. Nu ja, dat ze het zo moeilijk heeft, is heel normaal. Maar zoals ze zeggen: hoe vroeger psychische problemen beginnen, hoe beter ze er uit kunnen geraken. We leven op hoop en ze komt hier graag. Ik begrijp haar, zei ze laatst zelfs. Van mij mag ze ook ongelukkig zijn, wenen, kwaad zijn en volledig zichzelf zijn. Haar vader vond dat ook belangrijk, ik dus ook.

 

Ondertussen ben ik dus ook weer bezig met hormonen spuitinfertilityen: een bangelijke combinatie die niet te onderschatten is, maar ik voel me inderdaad weer goed. Omdat ik voel dat het me deugd doet er terug mee bezig te zijn. Mensen waren me aan het aanraden om een pauze te nemen, maar net omdat ik nu verder aan het gaan ben, voel ik me ook weer beter. Ik ben weer bezig aan mijn grootste droom. Mijn moeder zei dat ik mijn eigen lichaam kapot maak. Waarschijnlijk is dat ook zo, maar waarschijnlijk begrijp je dat ook enkel als je echt geen kinderen kan krijgen anders en dat het volgens mij een natuurlijk instinct is om kinderen te willen krijgen. Nu ja, mensen rondom mij zijn gestopt met te zeggen “uw tijd komt nog wel” en anderen consoorten, terwijl ik al heel jong wist dat ik er geen kon krijgen, zelfs met traject en dat meestal ongepast vond en het zelfs pijn deed, hoe goed bedoeld ook. Ze zijn gestopt, nu zeggen ze niets meer, dat doet ook wel pijn, maar ja… Ik ben misschien nooit content, ik weet dat ze doorgaans niet meer weten wat zeggen. Dat dan juist wel zeggen, is nochtans ook heel helend. Gewoon zeggen dat je niet weet wat zeggen. Gek eigenlijk, dat men niet beseft dat dat juist goed doet om dat te zeggen in zo een geval. Maar het is zwaar, iedereen waarschuwde me vooral voor de psychische belasting van die hormoonbehandeling, maar ik vind dat ik vooral last heb van de lichamelijke belasting.

 

Nu binnenkort kan ik ook echt weer aan het werk kan enzo, ga ik ook weer terug echt dingen om handen hebben, buiten komen. Een mens heeft dat nodig, dagen alleen zitten, daar wordt een mens zot van. Letterlijk en figuurlijk. Ik ben nog steeds beperkt in mijn doen en laten, maar het gaat beter en beter, komt goed.

 

Ik heb mijn projectjes, mijn eigen projectjes en ik ga in overleg over wat ik voor kinderwens Vlaanderen kan doen. Ik wil verdorie echt terug dingen doen…. Echt doen…. Hoe langer je thuis zit en hoe minder je kan, hoe minder je ook zin hebt om iets te doen. Als je gaat werken, kuis je veel meer dan thuis te zitten. Dat is dus doodnormaal…. Dat heeft met energie te maken en ze noemen dat ook een bore-out. Dezelfde kenmerken als een burn-out, maar dan van verveling. Activiteit geeft gek genoeg energie. Mensen vinden dat vreemd als ik dat zeg, behalve -weer- diegenen die het zelf kennen of mijn gezinshelpster bijvoorbeeld. Die zegt dat ze dat overal ziet.

 

Ik heb ervoor gekozen met nu goed te laten opvolgen: psychologe (is nu ook min of meer verplicht bij ferti-traject, net omdat het emotioneel zwaar is), ik ga terug naar mijn psychiater enzo voort enzo verder. De thuisverpleging smijt ik buiten nadat de hechtingen uit mijn lijf zijn, ze zijn akkoord. En als het niet gaat, weet ik ze wel te vinden. Lukt wel, denk ik dan. Waarom zou het niet zijn? Ge zijt wel een plantrekker, hè, zei ze….. Na vijf jaren alleen wonen, zou het vreemd zijn dat niet te zijn. Ik zou dan ook niet meer alleen wonen, denk ik.

 

Nee, ik zat weer even in de put, ik kroop eruit! Ik krijg af en toe negatieve feedback over mijn schrijven, maar veel meer positieve. Echte bedankingen, die ik koester, echt koester, zeker als die hele privé-berichten ook uit het hart geschreven zijn….

 

Ik koester die, ik koester die echt… Dus doe maar gerust verder…. Echt waar. Heb geen schrik, ik ontvang ze graag.  Ik heb lang verlangd naar feedback, maar kreeg het amper, nu krijg ik het meer en meer, bedankt allemaal, echt waar. Ik leek zo voor niemand iets te betekenen, ik ben blij dat mijn facebookpagina daarin geholpen heeft. Het gaf me ook veel meer lezers. Onderschat nooit de impact van sociale media, positief en negatief, maar ze zijn ze.

feedback

 

Ik leerde ook een echte les: echte vrienden blijven, ze blijven echt. Ik heb een periode echt mensen weggeduwd, nadat Gui stierf, pas na de dood van Amber zocht ik ze allemaal weer op. En eigenlijk hebben ze me allemaal weer met open armen ontvangen. Ik heb veel vrienden, echt heel veel. Wij lopen elkaars deur niet plat, maar als we elkaar nodig hebben, zijn we er wel voor elkaar. Love it.

 

Op facebook heeft mijn pagina ondertussen meer dan 700 vind ik leuks en nog meer volgers en dat doet deugd, dat doet echt deugd. Dus ik ga naarstig verder, met mijn schrijven: met mijn schrijvende missies, zeg ik soms….

 

Dat doet me goed voelen, bedankt, echt waar!

Hoe het met me gaat? Ik voel enorm veel pijn, zo gaat het met mij, maar dat is oké!

Hoe gaat het met je?

Die vraag krijg ik de laatste tijd veel…

Laat me even nagaan…

Mijn grootvader stierf in oktober, 10 dagen erna had ik een auto-ongeluk. Dat mijn auto een totaal verlies was, was spijtig, maar niet zo erg. Ik kwam er levend uit, dat kon Gui niet zeggen. Ik kwam er evenwel niet zonder kleerscheuren af. Onverantwoord om alleen thuis te zitten, dat vond iedereen die me hier zag liggen! Ik mocht mijn bed niet alleen uit, na een tijdje dan maar een rolstoel: als ik dan flauwviel, was het ten minste in de stoel en niet op de grond. Een klein onnozel breukje in mijn voet, hersenschudding, whiplash van de rug en van de nek, kneuzingen van kop tot teen waardoor ik ook niet met krukken kon gaan… Eens ik min of meer genezen verklaard was, deed mijn voet meer en meer pijn: meer bepaald mijn enkel. Nu deed die daarvoor ook al pijn, maar dit was echt niet normaal. Naar een orthopedist geweest, echo en RX linkervoet. Ondertussen ben ik geopereerd, mijn voeten hing langs de buitenkant nog met één ligament vast en ook daar zat al een scheur in en was helemaal ontstoken. Bleek dat ook mijn enkelgewricht niet meer juist stond, dus heeft hij dat ook nog terug in de juiste positie gezet, ik heb een interne brace gekregen, geen flauw idee wat dat is eigenlijk. Ik ga dat eens moeten opzoeken. Nu heb ik waarschijnlijk ook nog steeds een whiplash die nog niet weg is: elke dag barstende hoofdpijn, nog steeds geen fel licht kunnen verdragen en blijvende pijn natuurlijk. Ik kwam er levend uit, ja, en iedereen zegt me dat het zo sterk is dat ik dat zo kan bekijken. Wel ja, ik verloor al wat volk in het verkeer, dus ja: dat leert je wel relativeren. Facebook is mijn vriend geworden intussen, zo zalig in tijden van eenzaamheid, want niet zelfstandig buiten kunnen komen en dan alleen wonen geeft wel eenzaamheid, neem het van me aan. Nu goed, de dokter zal mijn rug ook controleren als ik terug wat meer op de been ben, letterlijk dan.

 

Dus ja, mijn grootvader stierf, een kameraad die wat verder stond, maar ook Amber: mijn beste maatje na Gui. De twee mensen die me echt door en door kenden, echt ook alles wisten en die me mezelf lieten zijn zonder (ver)oordelen, zijn er niet meer…. Ik begin weer te huilen, want dat doet pijn, dat doet echt pijn. Amber stierf op 25 november…. Ik heb al zo vaak gehuild om haar, dat is oké, dat mag. Ik dacht altijd dat ik twee onvoorwaardelijke vriendschappen had. De éne kende ik al sinds de eerste kleuterklas, dat bleek niet zo, al blijft mijn deur open staan, sowieso, want ik mis ze ook wel natuurlijk. Afstand kan misschien ook wel goed zijn om dan terug samen te komen? Ik weet het niet. De andere was Amber, ik kende ze 10 jaar of zo, ik weet het niet juist, doet er ook niet toe, maar ik kon ze alles vertellen en zij mij, ik heb zeer kostbare herinneringen aan haar, die neemt niemand me ooit af. De laatste week dat we samen waren, was zo intens, we waren gewoon bij elkaar, deden niet speciaals, maar konden gewoon samen zijn, zonder iets te zeggen, samen eens lachen en samen eens huilen, omdat we ook beiden wisten dat we dat over X aantal tijd niet meer konden. Stille tranen waren er toen ook, bij allebei, maar ze mochten er zijn. Ze was zo blij dat ik voor haar stoofvlees met friet maakte. In oktober zou ik terug een week naar haar gaan, maar toen had ik dat auto-ongeluk. Half november stuurde ze me een berichtje dat ze me nog zo graag wilde zien voor ze ging en dat ze hoopte dat ik er snel kon raken.

ambervoorschirft

Op 20 november zat ik bij pijn psychiater, niet dat ik psychisch in de knoop zat, al voelde dat wel zo, maar ze liet me wenen, ze liet me zeggen dat ik naar Amber wilde. Ze schreef een soort voorschrift, ik moest er een foto van trekken: op doktersvoorschrift erbij zetten en op facebook plaatsen. Er stond gewoon op: “wie wil met mij (tegen vergoeding) naar Utrecht rijden?” Amber was meteen akkoord, vervoer kwam in orde, door haar vrienden eigenlijk, niemand wilde Amber dat afnemen, ze wilde het zo graag en ik ook, heel hard zelfs. Dat was gepland voor 27 november. Ik had de gezinszorg vol-au-vent laten meenemen omdat ze dat zo graag at, wat kon ik anders nog meenemen dan iets dat ze heel graag at en niet in Nederland kenden? Twee dagen daarvoor, het was de dag dat ik mijn nieuwe auto kocht, kreeg ik een bericht: Amber was dood. Ik ging die avond naar een optreden van Guido Belcanto.

 

Ik schreef nadien aan hem:

Beste Guido,

Ik was vanavond in Lier, weet je ook. Maar goed, wat ik eigenlijk nog wilde zeggen. Ik ben daar toegekomen, eigenlijk helemaal van slag, ik had ongeveer 2 à 3 uur daarvoor te horen gekregen dat een goede vriendin van me overleden was. Ik ben zo een beetje afgestapt van de benamingen “beste vrienden”, ik zeg meestal gewoon goede vrienden. Eigenlijk verdient ze de titel wel van één van de beste op zijn minst. Nu goed, ik wist dat het zat aan te komen, maar toch…. letterlijk hartpijn, zeg ik dan.

Mijn moeder zei nog: ge gaat nu toch niet naar diene Guido Belcanto gaan vanavond. Ik zei “tsja, anders zit ik hier ook maar tussen vier muren” en ja, ik ging toch. Mijn moeder had schrik omdat ik emotioneel was en ik eigenlijk pas echt met de auto ging rijden de eerste keer na mijn accident. Ik begrijp dat wel en zo zijn moeders….

Ik heb dan eerst rond gereden en rond gereden, geen parkeerplaats vinden, uiteindelijk een plaatstke tegengekomen, nog een kwartier stappen met een gebroken voetbeentje, dat deed eigenlijk heel veel pijn… Och ja, ik kwam daar met tranen in mijn ogen binnen van de lichamelijke en de emotionele pijn, vooral van dat laatste, denk ik.

Ik moet eerlijk zijn, de eerste helft…. Vraag me niet wat je gezongen hebt, ik zat in een waas en probeerde vooral niet te wenen. Ik dacht zelfs op een gegeven moment: ik ga de zaal uit, wat zit ik hier te doen…. ik zat ook constant op mijn GSM te kijken, doe ik anders niet eens… tot: Manu….

Ík weet eigenlijk niet hoe dat komt, ik weet ook echt niet waarom, maar al vanaf ik de eerste keer dat liedje hoorde, ik was 18, want ik kreeg die cd voor mijn 18de verjaardag. Ik zat toen op de PAAZ, ik hoorde dat toen en drukte al op repeat, repeat en nog eens repeat. Ik bleef het lang gebruiken als het liedje om tot rust te komen. Vroeger vooral door de woorden “doe niet dwaas”, denk ik, vermoed ik, ik weet het soms zelf ook niet goed….

Ik leerde dan ook de originele versie kennen. Ik was graag naar renaud geweest laatst in Vorst, had zelfs een kaart, maar ja, stom accident, ben er niet geraakt. Nu ga ik wel naar Renaud in Lille, dat komt eigenlijk door u dat ik die muziek heb leren kennen. Ik ben er wel blij mee, die man heeft inderdaad prachtige liedjes.

Goed, ik dwaal af…. ik hoorde Manu en weer had ik het: ik voelde een rust over me heen komen, een zekere troost enigzins, ik deed mijn ogen toe en liet het goed doordringen, tot in elk vezeltje van mijn lijf. Die helende werking die ik vroeger zo zocht en ook vond in uw liedjes was daar weer. Ik had het misschien niet meer zo nodig gehad de laatste jaren (hoewel…), maar nu voelde ik het…. net als vroeger… De tranen rolden over mijn wangen, geluidloos, maar ik was plots tevreden. Nee, tevreden is niet het juist woord, ik voelde me echt getroost en een beetje geheeld. Ja, heel hard zelfs…

Vanaf toen was ik wel mee, heb ik het hele optreden eigenlijk wel genoten. Ik voel nog steeds de moeheid achter mijn ogen van het vele huilen vandaag, maar ik voel me getroost, door jou, door dat éne liedje…

En eigenlijk wil ik zeggen: chapeau, dat je dat effect na al die jaren nog steeds blijkt te hebben bij mij en vooral: Dank u! Heel erg bedankt!

Heel veel liefs, enorm veel liefs en dank u!

Ik meen er elk woord van…. Nog steeds….  Het leven gaat verder….familiale problemen, deed me wankelen, deed me twijfelen, deed me heel veel pijn…. Maar ik zou verder gaan, ik begin terug met de volgende rond IUI (intra-uteriene Inseminatie) veel problemen: blaasinfectie, keelontsteking, oorontsteking, bronchitis en sinusitis. Maar ik had hem: de + op een zwangerschapstest. Ik test normaal niet voor bloedname, maar dit was raak, ik voelde het. Misschien nog het meest aan mijn borsten…. Twee dagen later ging ik pas voor bloedname, die draaide even negatief uit en was een enorme domper: op 1 januari begon de bloeding pas echt. Volgens ferti-arts wijst alles op een miskraam….

 

Och, het was nog geen kind zei ik tegen mezelf, het was nog geen kind, het was echt nog geen kind.

Ondertussen ging ik sinds december naar de psychologe, ik ging vroeger ook al bij haar. Ik zei dat ik alles wegrationaliseerde en maar bezig wilde blijven. Ze zei dat ze dat ook merkte…  Ík bleef zeggen dat het nog geen kind was, zij bleef zeggen dat het oké was om te zeggen dat ik een kindje kwijt was, mijn kindje… Ik bleef zeggen dat het geen kind was, ik bezag het ergens ook positief: ik kon zwanger raken, die fertiliteitsarts in het vorige centrum zei immers dat hij het geen kans op slagen zou geven. Ik kwam ondertussen zelfs met mijn verhaal in de Dag Allemaal, zo gek allemaal. Ik kwam trouwens ook met een schrijfsel in de Visie, maar dan over kwetsbaarheid en herstel in de psychiatrie. Op beiden kreeg ik veel positieve reacties…. Ik ging dus ook verder met mijn twee missies, al schrijvend, al is het minder dan daarvoor.

 

Mijn boek begint vorm te krijgen, maar miserie zorgt voor een writersblock, op de blog zullen jullie dat al wel gemerkt hebben.

 

Nu goed, ik deed maar verder en verder, ik was doodop. Echt doodop. Mijn psychologe was kwaad op me omdat ik naar het Rode Kruis ging om bloed te doneren en me in de databank te laten zetten voor stamceldonor. Ze vroegen naar mijn motivatie: mijn nicht leeft er nog door. Dat was alles wat ik zei. Beste motivatie dat er is, zei die arts. Wilde ik dat nu allemaal doen door al die sterfgevallen.

 

Nu goed, mijn psychologe zei dat ze blij was dat ik geopereerd werd, dan moest ik verplicht rust nemen, ik zou niet anders kunnen. Ik ben eigenlijk inderdaad heel blij dat ik geopereerd werd. Ik hou me terug bezig met wat ik graag doe, me verdiepen in spiritualiteit. Ik vond het boeddhisme terug en het laten zijn. Ik vind weer rust, kan terug slapen zonder medicatie, maar met slaapmeditatie.

 

Mijn psychologe is blij dat ik nu echt verdriet voel, voor mijn grootvader, voor Amber, voor die kameraad, voor mijn kindje, die ik plots wiebeltje noemde. Ik heb geen flauw idee vanwaar ik met wiebeltje kwam. De volgende IUI had ik twee eicellen, ik wilde die niet, ik wilde mijn wiebeltje, het was toen dat ik de eerste keer besefte dat ik echt mijn kindje kwijt was. Hetgeen wat van me verlangd werd, gebeurde: ik huilde omdat ik een miskraam had gehad, de eerste keer…. Mijn psychologe zei: dat doet pijn, hè. Ja, zei ik haar. Dat is goed, zei ze dan.

 

Ik weet dat. Ik ben de koningin van voelen en te laten zijn, maar dit zijn gewoon te veel pijnlijke dingen samen, dat weet ik, daarom dat ik naar haar ging. Na dat auto-ongeluk heb ik zo veel verdriet gehad om Gui, het drong precies niet door dat mijn grootvader gestorven was. Het was pas; net voor die operatie, dat ik naar mijn grootmoeder ging en ik samen met haar in fotoalbums aan het kijken was, ik daarna met tranen naar huis reed. Mijn grootvader, mijn grote held was er niet meer. De man die met me naar de carwash ging als kind, gewoon omdat ik dat zo graag deed. De man die op mijn eerste appartement veel repareerde, de man die altijd klaar voor me stond en me kwam halen als ik beland was in de middle of nowhere. De enige man van mijn hele familie waar ik echt op heb kunnen rekenen, die was ik kwijt. En ik was Amber kwijt en Gui ook nog steeds en mijn kleine wiebeltje… en al die vorigen, een continu rouwproces sinds mijn 17de noemde mijn psychologe het… allemaal sterretjes…

Ik heb het nooit echt zo gehad voor Stan Van Samang, maar een ster….

 

Ik huilde tranen met tuiten de volgende keer bij mijn psychologe, ze zei dat ze me voelde, de eerste keer sinds ik bij haar kwam, ik zei haar dat ik die twee eicellen niet kwijt wilde, niet nog eens. Ze blijft zeggen dat ik vol verdriet zit, dat ik ervoor op de vlucht was, maar dat ik begonnen was met erbij stil te staan.

 

Maar ik ben een cursus fotografie beginnen te volgen, mijn grootvader deed dat ook graag, heel graag. Ik heb zijn fototoestel en lenzen en statief. Dat was het enige wat ik eigenlijk echt wilde van hem: het staat als een schat in mij kast… ik durf er amper aan te komen….

 

Verdriet dus, ja, ik zit vol verdriet en dat doet pijn, maar dat mag, dat is goed zo. Zo kan ik het echt heel hard vastnemen, het intens voelen en weer helen. Ik denk niet, maar ik hoop wel dat ik ooit terug een partner als Gui tegen kom en een vriend(in) als Amber, maar die zijn zeldzaam. Ik ben mama van twee, zeggen ze me nu, ik wil mama zijn van drie nu: waarbij de jongste twee engelenbrusjes heeft die over hem of haar zullen waken. Ik twijfel nu tussen twee namen: Rune en Melle, twee namen die zowel bij een meisje als bij een jongen kunnen…. Maar om de één of andere reden blijf ik denken dat ik een jongen zal krijgen…. Ik wil blijven hopen: De laatste ronde IUI, daarna IVF… pfffff….

 

Verdriet dus, dat dus…. Het komt meer en meer los, door die verplichte rust, mijn psychologe had gelijk… Ik neem ook terug de tijd om de dingen te doen die IK graag doe, al heb ik er wel een week voor halfziek in bed moeten liggen: oververmoeid waarschijnlijk….

stef
Stef Jannsens, uit de tentoonstelling “een wensvader bekent”, nog tot 10 februariu te bewonderen in de kruierie te Balen.

 

Ik hoop dat ik nu snel weer kan schrijven, niet omdat het moet, maar omdat ik het graag doe!

(Oh ja, dit is geschreven, zoals mijn gedachten gingen…. Letterlijk opschrijven wat er in mijn gedachten kwam

In relatie met mezelf!

Ik ben niet op zoek, helemaal niet op zoek. Sommige mensen zijn echt zoekende, zoekende naar een partner. Ik heb dat niet, al voel ik me vaak nog de vriendin van Gui. Wij hadden maar kort een relatie toen hij stierf, een relatie waar maar een paar mensen iets van af wisten, ook al hadden er blijkbaar veel mensen wel een idee aan de manier hoe wij gewoon op facebook met elkaar om gingen. Ja, ik voel me nog zijn vriendin, ook al is hij ondertussen 14 maanden dood. Misschien blijf ik wel voor altijd zijn vriendin en hij mijn vriend. Soms denk ik dat, als ik een andere man tegen kom, hij me gaat moeten delen met Gui. Ik heb geen flauw idee hoe dat in zijn werk gaat, het is niet dat Gui er nog tastbaar is, verder dan een foto op mijn kast reikt het niet meer, althans voor de buitenwereld. Voor mij is hij nog steeds aanwezig, niet aanwezig in die zin dat ik er bij kan uithuilen of samen mee kan lachen, wel in die zin dat hij voor mij mijn vriend blijft. Dus wie ik ook tegen kom, hij gaat Gui er moeten bijnemen.

Maar eigenlijk heb ik niet echt de behoefte aan een andere partner momenteel, het is niet dat ik het uitsluit. Wat komt, komt; wat niet komt, komt niet. Tuurlijk mis ik wel eens iemand, als ik zie dat koppels bijna nooit moeten zoeken naar gezelschap om ergens naartoe te gaan, ze hebben elkaar immers of als ik ’s avonds thuiskom en ik wil mijn verhaal kwijt. Dat mis ik, maar ik mis bv geen seks, dus ik zou even goed kunnen samen wonen met een vriendin. Mensen vragen dat soms, of ik ook geen behoeftes heb op dat vlak en dan vind ik toch steeds dat seks serieus overroepen is. Het is voor mij echt niet het belangrijkste en ik denk niet dat het dat ooit zal zijn. Ik vind dat een partnerrelaties meer moet steunen op wederzijds respect en op vertrouwen, veel meer dan op seks. Ik mis dat dus in het geheel niet. Al lijkt het mij dan weer wel veel leuker om niet te moeten koken voor mij alleen. Daar hebben mensen wel problemen mee als ze alleen zijn, dat hoor ik ook in mijn omgeving. De meeste singles koken niet voor zichzelf, een opwarmmaaltijd en het is klaar. Ik probeer wel te koken, maar ik moet eerlijk bekennen dat ik me ook af en toe laat verleiden tot een potje in de microgolfoven te schuiven.

Het is ook zo dat, als je gekookt hebt, je het alleen moet eten. Ik zet dan meestal de tv op, mijn avondeten eet ik vaak in het gezelschap van Ben Crabbé en zijn kandidaten en/of Martine Tanghe. Volgens een collega mis je dan niet echt een partner, maar wel vriendschap. En dat vind ik dan weer net niet, met mijn vrienden eet ik thuis niet, met een partner wel. Tuurlijk heb ik al wel eens bij vrienden gegeten, maar het is niet standaard, met een partner eet je doorgaans samen. En daarbij vertel je over je dag, over wat je op het werk hebt gedaan, over gezamenlijke plannen het komende weekend. Ja, dat mis ik het meest. Wat ik ook kan missen is eens een opmerking maken t.o.v. iemand, een opmerking over wat je op tv ziet bijvoorbeeld. Nu zeg ik dat ook, maar het niet dat iemand dan reageert. Mijn katten zullen me hoogstens even aankijken.

Dat maakt dat je dan graag op het werk blijft hangen na de uren, daar heb je immers gezelschap. Of dat je met de collega’s nog iets gaat drinken. Thuis wacht er immers niemand en zit je maar alleen. Al kan ik er best van genieten om thuis te zitten. Ik ben niet zo iemand die constant van huis moet zijn, ik zit wel eens graag thuis. Met een boek in de zetel of zo. Rustig op mezelf. Ik heb wel me-time nodig, altijd gehad, ook toen ik samenwoonde, in ons eerste appartement had ik mijn eigen atelier, ik schilderde en tekende daar. Mijn ex liet me gerust als ik daar zat, dat was mijn kot. Ik kroop er ook als ik niet schilderde, als ik alleen wilde zijn, of ik ging op ons terras zitten met een sigaret en kon daar dan een uur blijven. Mijn ex begreep dat, denk ik toch. Ik had die me-time nodig, een tijd waarin ik de dingen op een rij kon zetten, helemaal alleen kon zijn met mijn gedachten en dat is ook iets dat een partner moet respecteren. Ik liet bewust mijn ex vroeger altijd voor mij gaan salpen op ons volgende appartement waar ik geen atelier of een terras meer had (het was veel kleiner), zodat ik nog een uur of zo alleen kon zijn voor het slapen gaan. Ik geniet daar van, en ik merk dat ik het voor het slapen gaan ook nodig heb. Als ik ergens moet blijven slapen of iemand blijft hier slapen ben ik vaak opgefokt. Er is dan zo’n onbeschreven regel, die ik overigens niet begrijp, dat je dan samen moet gaan slapen of zo. Ik heb daar een hekel aan, ik heb voor het slapen gaan minstens een uur me-time nodig. Ik ben dus ook niet voor seks voor het slapen gaan… oeps, sorry toekomstige partner…

Ja, ik mis soms een partner, maar ik ben er niet naar op zoek. Ik mis een partner dan niet voor de seksuele noden, maar wel voor die van gezelschap en voor het delen in verdriet en vreugde. Als ik morgen iemand tegen komen, zal ik blij zijn. Als ik de komende 10 jaar niemand tegen komen, ga ik me daar ook niet druk in maken. Ik treed nu enorm in relatie met mezelf, veel meer dan dat koppels dat doen!