Ann

 

sunmoonDit vond ik vandaag terug tussen mijn oude schrijfsels en gedichten, het moet geschreven zijn in de eerste week van juli 2002, ik was toen 17, in mijn tweede week op de PAAZ. een opname die bijna drie maanden zou duren, maar die heel veel voor me betekend heeft, nu nog…. toen redde ze letterlijk mijn leven. Ann dus, de verpleegster van de nacht en van dit gedicht, ze kreeg ook een belangrijke rol in mijn herstelverhaal (te lezen op mijn blog! 😉 ), omdat zij die eerste barsten maakte in mijn masker en omdat ik haar daar, eerlijk gezegd, voor altijd dankbaar voor blijf. Die eerste barsten kwamen er niet enkel deze eerste keer, maar ook nog in onze gesprekken daarna, zelfs als ze kwaad op me was en ik op haar (ik denk zelfs dat ik één keer trut naar haar geroepen heb, waarna ik er waarschijnlijk al meteen spijt van had, maar kom… Kwaad op iemand worden werd later voor mij een persoonlijke therapie in Kortenberg, dat zij dat toen al gedaan kreeg is een klein mirakel). Ann dus, de verpleegster van de nacht… mijn laatste opname in de psychiatrie ligt al lang achter mij, maar haar vergeten: never, nooit, jamais, t was één van de beste hulpverleners die ik ooit had, want ik heb er nadien gelukkig nog veel goede tegen gekomen (ook minder goede, maar daar denken we niet meer aan, ahum, ahum!) 😉 En oh ja, ik heb mijn leven te danken aan opnames in de psychiatrie en aan de paar echte goede hulpverleners… (Niet dat diagnoses er echt toe doen, maar ik kreeg die van van vitale majeure depressie, posttraumatische Stressstoornis en Dissociatieve identiteitsstoornis, ook heb er andere gekregen, die achteraf verkeerd bleken te zijn. Pas vanaf ik de juiste diagnose en dus ook de jusite behandeling kreeg, werd het echt beter, dat ook! Verkeerde diagnoses maken juist meer kapot. Dat zijn zelfs de wijze woorden van Dirk De Wachter,…

 

 

 

PAAZ
Psychiatrische
Afdeling
Algemeen
Ziekenhuis

Hier gaan ze me helpen,
Zeggen ze

Ze vroegen nog steeds niets,
Ik ben hier al een week.
Ik zit hier gewoon,
Waarom weet ik niet.
Maar hier gaan ze me helpen,
Zeggen ze me

Ik word nog steeds al bloedend “wakker”
Soms nog met het glas of mes in mijn hand,
Ze weten van niets,
Ik vertel het ook niet
Ze vragen er ook niet naar

Dat ik wil roepen
Dat ik het allemaal niet meer kan
En eigenlijk dood wil,
Ze weten van niets

Dat ik moe ben,
Gewoon moe van het leven

Dat ik niet wil slapen,
Tijdens het slapen komen ze
Niet tijdens de dag
Dan laten ze me met rust,
Maar dat weten ze hier niet

Dat is eigenlijk schrik heb
Constant, maar toch vooral ‘s nachts
Maar dat ze dat niet beseffen

Dat ik soms niet weet hoe ik ergens kom of wat ik deed
Dat ik soms dingen aan mezelf schrijf en dat zelfs niet weet

En dat ik raar doe, heel raar.
Zot waarschijnlijk,
Ze noemen dat hier het zottenkot.

Een week zit ik hier al,
Zonder dat ik weet wat ik moet doen,
Ik weet niet wat ze willen,
Ik weet niet wat ze verwachten.
Ik loop verloren

En dan heb je Ann,
Ze werkt nu,
Deze nacht,
Ze riep me vanavond bij haar
Ik dacht dat ik iets verkeerds gedaan had,
Dat had hier nog niemand gedaan
me bij zich roepen
Ze zei dat ik moest gaan zitten
Ik had schrik
Waarom moest ik gaan zitten?
En ze vroeg “hoe gaat het met je?”
Ik keek haar aan, antwoorde niet
Ze keek terug en zei
“je mag het zeggen”
Ik zei niets,
Ze zweeg ook,
Zei even later dat ik niets verkeerd kon zeggen

En dan heel plots,
Ik weet niet vanwaar het kwam
Ik begon te wenen
Ik weende
Ik weende
Ik weet niet hoe lang,
Ze gaf me zakdoekjes
Ik weende nog meer
En ze liet me doen
Ik antwoorde nog steeds niets,
Maar ze wenste me een rustige nacht,
(na een hele tijd)

Nu zit ik hier op mijn kamer en besef:
Ze brak er doorheen
Knal door mijn masker
Het heeft een barst,
minstens één

Nu heb ik nog meer angst,
Help…

Creepy man aan de voordeur….

Gisteren maakte ik best iets vreemd mee. Ik had iets geleend van mijn buren en ging dat terugbrengen. Aangezien ik en de buurvrouw alle twee wel tettertrienen zijn, stonden wij bij de voordeur te praten.  Een witte camionette was ons al een paar keer gepasseerd. In deze wijk valt dat nogal op. Dit is zo een wijk waar enkel volk komt die er moeten zijn en waar iedereen wel weet wie bij de wijk behoort en wie niet om het zo even te zeggen! Uiteindelijk stopte die camionette bij ons en vroeg ons of we oud ijzer hadden. Waarschijnlijk zo iemand die dat ophaalt om bij een ijzermarchand te verkopen. Ik had nog een oude borstelsteel staan in ijzer, ik was die de vorige keer vergeten mee te nemen naar het containerpark. Ik had enkel zoiets van: dan ben ik ervan af.

 

Hij zei dan ook dat hij ook grotere stukken naar het containerpark deed. Nu heb ik hier al een tijdje zo’n oude kasten staan die de vorige eigenaars op zolder laten staan hadden. Die zijn niet echt meer opnieuw te gebruiken, want in redelijk slechte staat. Ik zeg dat en denk: dan ben ik er in één keer van af. Hij vroeg 25 euro om dat te doen. Op zich was dat allemaal zo erg niet, maar hij stond dus bij mij boven en begon dan vragen te stellen. Ben jij getrouwd? Heb jij een vriend? Heb jij kinderen? Woon jij hier alleen? Gekocht of gehuurd? Op zich vond ik dat allemaal maar rare vragen voor iemand die gewoon wat kasten wil komen ophalen om een centje bij te verdienen. Diezelfde dag was er een man geweest om een frigo te leveren, die heeft die vragen niet gesteld, al hebben wij ook tegen elkaar gesproken. Nu goed, ik voelde me hoe langer hoe minder op mijn gemak bij die man en toen hij mij nog begon aan te raken, was het slechte gevoel helemaal compleet. Nee, hij deed niet echt iets dat niet mocht, maar ik vind het niet zo leuk dat wildvreemde mannen over mijn schouders gaan wrijven. Misschien ben ik daarvoor gevoeliger dan andere vrouwen door mijn verleden (misbruik, verkrachting en aanrandingen), dat zou zeker ook kunnen. Dan begon hij nog zonder schaamte mijn slaapkamer in te kijken en daar commentaar op te geven en ik heb hem bijna buiten moeten duwen. Hij gaf me zijn nummer, zou een kwartier later terugkomen voor die kasten. Ik vertrouwde hem echt niet meer en was blij dat hij terug weg ging.

 

Mijn buurvrouw stond nog steeds beneden buiten en ik vertel haar dat. Ten eerste zegt ze dat ze via familie of zo (ik weet het niet juist meer) die kasten ook naar het containerpark kan doen en dat ik dan enkel de kost moet betalen van die in de container zelf te gooien. Ik stuur die man dus een bericht dat hij niet moet komen, dat mijn buren mij zullen helpen. Ik vertel haar ook het verdere verhaal van boven, zij vond dat toch ook best vreemd. En ik was er helemaal niet gerust in, was zeker dat die alsnog ging terugkomen. Ik dus bij haar binnen, voelde ik me een beetje veiliger. Die man kwam inderdaad terug en belde aan, niet alleen bij mij, ook bij de buren waar wij toen zaten. Tegen haar dochtertje zeiden we dat ze stil moest zijn, zij leek het kennelijk een spelletje te vinden, blij dat één van ons zich toch nog gerust voelde en zich zelfs amuseerde. Die man bleef staan, best lang zelfs. Hij zat kennelijk ook aan mijn voordeur te trekken alsof die zich dan spontaan zou gaan openen.

 

Ik en de buurvrouw durfden niet echt meer buiten gaan en ze belde haar vriend, die op dat moment gedaan had met werken. Ze deed het hele verhaal en hij zou kijken of die man er nog stond. Blijkbaar zei hij dat hij die dan ook wel iets zou gaan zeggen, moest dat het geval zijn. Toen hij thuiskwam, was hij kennelijk weg. Ik bleef nog even bij de buren zitten, maar toen ze weg wilden gaan, ging ik terug naar huis. Net voor ze vertrokken, belden ze nog aan om koffiekoeken te brengen, die was ik daar dus vergeten.

ZF5-1852254
Scared young woman

Nog geen 5 min later, ik wilde net aan mijn eten beginnen, ging de bel terug. Nu kan ik min of meer onopgemerkt loeren vanuit mijn living wie er voor de deur staat en ik zie dus dat dat terug die man is. De schrik sloeg me om het hart, ik deed niet open en ik zie dat hij zijn camionette gaat parkeren. Hij heeft daar weer ongeveer een half uur gestaan. Ondertussen had ik me verstopt in de badkamer, daar kan hij me zeker niet zien. Ik belde twee vriendinnen, zo van die vriendinnen die altijd opnemen als je belt, maar natuurlijk: deze keer juist niet. Ik stuurde naar mijn buurvrouw een bericht dat die hier terug stond. Politie bellen, zei haar vriend, net zoals een paar anderen op facebook dat ook zeiden. Ik had alleen zoiets van: “In feite heeft die nog steeds niets verkeerd gedaan, dus ja.” Ik vertrouw die man gewoon voor geen haar.

 

Uiteindelijk reed hij weg, die twee vriendinnen belden terug en vonden het al bij al ook best wel vreemd en begrepen gelukkig ook dat ik die man niet helemaal vertrouwde. Soms denk ik weleens dat ik op dat vlak “misvormd” ben door mijn verleden. Maar zij vonden het toch ook maar een “niet te vertrouwen” iets.

 

Sindsdien is hij niet meer teruggekomen, ik hoop echt dat hij vandaag niet meer terugkomt. De man van één van die twee vriendinnen zei dat ik hem dan moest bellen en dat hij direct zou afkomen. Maar die is nu wel op zijn werk, hè. De buurman is nu ook op zijn werk trouwens en de andere buurman is op reis. Hij kan hier niet binnen natuurlijk, maar echt op mijn gemak ben ik niet. Hij deed uiteindelijk niets grensoverschrijdend, maar zoals ik zeg: gerust ben ik er niet op. Hij geeft me gewoon een creepy gevoel en dat echt blijven staan, vind ik ook niet normaal, maar kom….  En je niet gerust voelen, is best erg als je in je eigen huis zit…. En ik zeg het zelf: misschien is er zelfs helemaal geen reden om me me zo te voelen… Ik kreeg de diagnose Posttraumatische Stressstoornis natuurlijk ook niet voor niets. 😦