Hoe het met me gaat? Ik voel enorm veel pijn, zo gaat het met mij, maar dat is oké!

Hoe gaat het met je?

Die vraag krijg ik de laatste tijd veel…

Laat me even nagaan…

Mijn grootvader stierf in oktober, 10 dagen erna had ik een auto-ongeluk. Dat mijn auto een totaal verlies was, was spijtig, maar niet zo erg. Ik kwam er levend uit, dat kon Gui niet zeggen. Ik kwam er evenwel niet zonder kleerscheuren af. Onverantwoord om alleen thuis te zitten, dat vond iedereen die me hier zag liggen! Ik mocht mijn bed niet alleen uit, na een tijdje dan maar een rolstoel: als ik dan flauwviel, was het ten minste in de stoel en niet op de grond. Een klein onnozel breukje in mijn voet, hersenschudding, whiplash van de rug en van de nek, kneuzingen van kop tot teen waardoor ik ook niet met krukken kon gaan… Eens ik min of meer genezen verklaard was, deed mijn voet meer en meer pijn: meer bepaald mijn enkel. Nu deed die daarvoor ook al pijn, maar dit was echt niet normaal. Naar een orthopedist geweest, echo en RX linkervoet. Ondertussen ben ik geopereerd, mijn voeten hing langs de buitenkant nog met één ligament vast en ook daar zat al een scheur in en was helemaal ontstoken. Bleek dat ook mijn enkelgewricht niet meer juist stond, dus heeft hij dat ook nog terug in de juiste positie gezet, ik heb een interne brace gekregen, geen flauw idee wat dat is eigenlijk. Ik ga dat eens moeten opzoeken. Nu heb ik waarschijnlijk ook nog steeds een whiplash die nog niet weg is: elke dag barstende hoofdpijn, nog steeds geen fel licht kunnen verdragen en blijvende pijn natuurlijk. Ik kwam er levend uit, ja, en iedereen zegt me dat het zo sterk is dat ik dat zo kan bekijken. Wel ja, ik verloor al wat volk in het verkeer, dus ja: dat leert je wel relativeren. Facebook is mijn vriend geworden intussen, zo zalig in tijden van eenzaamheid, want niet zelfstandig buiten kunnen komen en dan alleen wonen geeft wel eenzaamheid, neem het van me aan. Nu goed, de dokter zal mijn rug ook controleren als ik terug wat meer op de been ben, letterlijk dan.

 

Dus ja, mijn grootvader stierf, een kameraad die wat verder stond, maar ook Amber: mijn beste maatje na Gui. De twee mensen die me echt door en door kenden, echt ook alles wisten en die me mezelf lieten zijn zonder (ver)oordelen, zijn er niet meer…. Ik begin weer te huilen, want dat doet pijn, dat doet echt pijn. Amber stierf op 25 november…. Ik heb al zo vaak gehuild om haar, dat is oké, dat mag. Ik dacht altijd dat ik twee onvoorwaardelijke vriendschappen had. De éne kende ik al sinds de eerste kleuterklas, dat bleek niet zo, al blijft mijn deur open staan, sowieso, want ik mis ze ook wel natuurlijk. Afstand kan misschien ook wel goed zijn om dan terug samen te komen? Ik weet het niet. De andere was Amber, ik kende ze 10 jaar of zo, ik weet het niet juist, doet er ook niet toe, maar ik kon ze alles vertellen en zij mij, ik heb zeer kostbare herinneringen aan haar, die neemt niemand me ooit af. De laatste week dat we samen waren, was zo intens, we waren gewoon bij elkaar, deden niet speciaals, maar konden gewoon samen zijn, zonder iets te zeggen, samen eens lachen en samen eens huilen, omdat we ook beiden wisten dat we dat over X aantal tijd niet meer konden. Stille tranen waren er toen ook, bij allebei, maar ze mochten er zijn. Ze was zo blij dat ik voor haar stoofvlees met friet maakte. In oktober zou ik terug een week naar haar gaan, maar toen had ik dat auto-ongeluk. Half november stuurde ze me een berichtje dat ze me nog zo graag wilde zien voor ze ging en dat ze hoopte dat ik er snel kon raken.

ambervoorschirft

Op 20 november zat ik bij pijn psychiater, niet dat ik psychisch in de knoop zat, al voelde dat wel zo, maar ze liet me wenen, ze liet me zeggen dat ik naar Amber wilde. Ze schreef een soort voorschrift, ik moest er een foto van trekken: op doktersvoorschrift erbij zetten en op facebook plaatsen. Er stond gewoon op: “wie wil met mij (tegen vergoeding) naar Utrecht rijden?” Amber was meteen akkoord, vervoer kwam in orde, door haar vrienden eigenlijk, niemand wilde Amber dat afnemen, ze wilde het zo graag en ik ook, heel hard zelfs. Dat was gepland voor 27 november. Ik had de gezinszorg vol-au-vent laten meenemen omdat ze dat zo graag at, wat kon ik anders nog meenemen dan iets dat ze heel graag at en niet in Nederland kenden? Twee dagen daarvoor, het was de dag dat ik mijn nieuwe auto kocht, kreeg ik een bericht: Amber was dood. Ik ging die avond naar een optreden van Guido Belcanto.

 

Ik schreef nadien aan hem:

Beste Guido,

Ik was vanavond in Lier, weet je ook. Maar goed, wat ik eigenlijk nog wilde zeggen. Ik ben daar toegekomen, eigenlijk helemaal van slag, ik had ongeveer 2 à 3 uur daarvoor te horen gekregen dat een goede vriendin van me overleden was. Ik ben zo een beetje afgestapt van de benamingen “beste vrienden”, ik zeg meestal gewoon goede vrienden. Eigenlijk verdient ze de titel wel van één van de beste op zijn minst. Nu goed, ik wist dat het zat aan te komen, maar toch…. letterlijk hartpijn, zeg ik dan.

Mijn moeder zei nog: ge gaat nu toch niet naar diene Guido Belcanto gaan vanavond. Ik zei “tsja, anders zit ik hier ook maar tussen vier muren” en ja, ik ging toch. Mijn moeder had schrik omdat ik emotioneel was en ik eigenlijk pas echt met de auto ging rijden de eerste keer na mijn accident. Ik begrijp dat wel en zo zijn moeders….

Ik heb dan eerst rond gereden en rond gereden, geen parkeerplaats vinden, uiteindelijk een plaatstke tegengekomen, nog een kwartier stappen met een gebroken voetbeentje, dat deed eigenlijk heel veel pijn… Och ja, ik kwam daar met tranen in mijn ogen binnen van de lichamelijke en de emotionele pijn, vooral van dat laatste, denk ik.

Ik moet eerlijk zijn, de eerste helft…. Vraag me niet wat je gezongen hebt, ik zat in een waas en probeerde vooral niet te wenen. Ik dacht zelfs op een gegeven moment: ik ga de zaal uit, wat zit ik hier te doen…. ik zat ook constant op mijn GSM te kijken, doe ik anders niet eens… tot: Manu….

Ík weet eigenlijk niet hoe dat komt, ik weet ook echt niet waarom, maar al vanaf ik de eerste keer dat liedje hoorde, ik was 18, want ik kreeg die cd voor mijn 18de verjaardag. Ik zat toen op de PAAZ, ik hoorde dat toen en drukte al op repeat, repeat en nog eens repeat. Ik bleef het lang gebruiken als het liedje om tot rust te komen. Vroeger vooral door de woorden “doe niet dwaas”, denk ik, vermoed ik, ik weet het soms zelf ook niet goed….

Ik leerde dan ook de originele versie kennen. Ik was graag naar renaud geweest laatst in Vorst, had zelfs een kaart, maar ja, stom accident, ben er niet geraakt. Nu ga ik wel naar Renaud in Lille, dat komt eigenlijk door u dat ik die muziek heb leren kennen. Ik ben er wel blij mee, die man heeft inderdaad prachtige liedjes.

Goed, ik dwaal af…. ik hoorde Manu en weer had ik het: ik voelde een rust over me heen komen, een zekere troost enigzins, ik deed mijn ogen toe en liet het goed doordringen, tot in elk vezeltje van mijn lijf. Die helende werking die ik vroeger zo zocht en ook vond in uw liedjes was daar weer. Ik had het misschien niet meer zo nodig gehad de laatste jaren (hoewel…), maar nu voelde ik het…. net als vroeger… De tranen rolden over mijn wangen, geluidloos, maar ik was plots tevreden. Nee, tevreden is niet het juist woord, ik voelde me echt getroost en een beetje geheeld. Ja, heel hard zelfs…

Vanaf toen was ik wel mee, heb ik het hele optreden eigenlijk wel genoten. Ik voel nog steeds de moeheid achter mijn ogen van het vele huilen vandaag, maar ik voel me getroost, door jou, door dat éne liedje…

En eigenlijk wil ik zeggen: chapeau, dat je dat effect na al die jaren nog steeds blijkt te hebben bij mij en vooral: Dank u! Heel erg bedankt!

Heel veel liefs, enorm veel liefs en dank u!

Ik meen er elk woord van…. Nog steeds….  Het leven gaat verder….familiale problemen, deed me wankelen, deed me twijfelen, deed me heel veel pijn…. Maar ik zou verder gaan, ik begin terug met de volgende rond IUI (intra-uteriene Inseminatie) veel problemen: blaasinfectie, keelontsteking, oorontsteking, bronchitis en sinusitis. Maar ik had hem: de + op een zwangerschapstest. Ik test normaal niet voor bloedname, maar dit was raak, ik voelde het. Misschien nog het meest aan mijn borsten…. Twee dagen later ging ik pas voor bloedname, die draaide even negatief uit en was een enorme domper: op 1 januari begon de bloeding pas echt. Volgens ferti-arts wijst alles op een miskraam….

 

Och, het was nog geen kind zei ik tegen mezelf, het was nog geen kind, het was echt nog geen kind.

Ondertussen ging ik sinds december naar de psychologe, ik ging vroeger ook al bij haar. Ik zei dat ik alles wegrationaliseerde en maar bezig wilde blijven. Ze zei dat ze dat ook merkte…  Ík bleef zeggen dat het nog geen kind was, zij bleef zeggen dat het oké was om te zeggen dat ik een kindje kwijt was, mijn kindje… Ik bleef zeggen dat het geen kind was, ik bezag het ergens ook positief: ik kon zwanger raken, die fertiliteitsarts in het vorige centrum zei immers dat hij het geen kans op slagen zou geven. Ik kwam ondertussen zelfs met mijn verhaal in de Dag Allemaal, zo gek allemaal. Ik kwam trouwens ook met een schrijfsel in de Visie, maar dan over kwetsbaarheid en herstel in de psychiatrie. Op beiden kreeg ik veel positieve reacties…. Ik ging dus ook verder met mijn twee missies, al schrijvend, al is het minder dan daarvoor.

 

Mijn boek begint vorm te krijgen, maar miserie zorgt voor een writersblock, op de blog zullen jullie dat al wel gemerkt hebben.

 

Nu goed, ik deed maar verder en verder, ik was doodop. Echt doodop. Mijn psychologe was kwaad op me omdat ik naar het Rode Kruis ging om bloed te doneren en me in de databank te laten zetten voor stamceldonor. Ze vroegen naar mijn motivatie: mijn nicht leeft er nog door. Dat was alles wat ik zei. Beste motivatie dat er is, zei die arts. Wilde ik dat nu allemaal doen door al die sterfgevallen.

 

Nu goed, mijn psychologe zei dat ze blij was dat ik geopereerd werd, dan moest ik verplicht rust nemen, ik zou niet anders kunnen. Ik ben eigenlijk inderdaad heel blij dat ik geopereerd werd. Ik hou me terug bezig met wat ik graag doe, me verdiepen in spiritualiteit. Ik vond het boeddhisme terug en het laten zijn. Ik vind weer rust, kan terug slapen zonder medicatie, maar met slaapmeditatie.

 

Mijn psychologe is blij dat ik nu echt verdriet voel, voor mijn grootvader, voor Amber, voor die kameraad, voor mijn kindje, die ik plots wiebeltje noemde. Ik heb geen flauw idee vanwaar ik met wiebeltje kwam. De volgende IUI had ik twee eicellen, ik wilde die niet, ik wilde mijn wiebeltje, het was toen dat ik de eerste keer besefte dat ik echt mijn kindje kwijt was. Hetgeen wat van me verlangd werd, gebeurde: ik huilde omdat ik een miskraam had gehad, de eerste keer…. Mijn psychologe zei: dat doet pijn, hè. Ja, zei ik haar. Dat is goed, zei ze dan.

 

Ik weet dat. Ik ben de koningin van voelen en te laten zijn, maar dit zijn gewoon te veel pijnlijke dingen samen, dat weet ik, daarom dat ik naar haar ging. Na dat auto-ongeluk heb ik zo veel verdriet gehad om Gui, het drong precies niet door dat mijn grootvader gestorven was. Het was pas; net voor die operatie, dat ik naar mijn grootmoeder ging en ik samen met haar in fotoalbums aan het kijken was, ik daarna met tranen naar huis reed. Mijn grootvader, mijn grote held was er niet meer. De man die met me naar de carwash ging als kind, gewoon omdat ik dat zo graag deed. De man die op mijn eerste appartement veel repareerde, de man die altijd klaar voor me stond en me kwam halen als ik beland was in de middle of nowhere. De enige man van mijn hele familie waar ik echt op heb kunnen rekenen, die was ik kwijt. En ik was Amber kwijt en Gui ook nog steeds en mijn kleine wiebeltje… en al die vorigen, een continu rouwproces sinds mijn 17de noemde mijn psychologe het… allemaal sterretjes…

Ik heb het nooit echt zo gehad voor Stan Van Samang, maar een ster….

 

Ik huilde tranen met tuiten de volgende keer bij mijn psychologe, ze zei dat ze me voelde, de eerste keer sinds ik bij haar kwam, ik zei haar dat ik die twee eicellen niet kwijt wilde, niet nog eens. Ze blijft zeggen dat ik vol verdriet zit, dat ik ervoor op de vlucht was, maar dat ik begonnen was met erbij stil te staan.

 

Maar ik ben een cursus fotografie beginnen te volgen, mijn grootvader deed dat ook graag, heel graag. Ik heb zijn fototoestel en lenzen en statief. Dat was het enige wat ik eigenlijk echt wilde van hem: het staat als een schat in mij kast… ik durf er amper aan te komen….

 

Verdriet dus, ja, ik zit vol verdriet en dat doet pijn, maar dat mag, dat is goed zo. Zo kan ik het echt heel hard vastnemen, het intens voelen en weer helen. Ik denk niet, maar ik hoop wel dat ik ooit terug een partner als Gui tegen kom en een vriend(in) als Amber, maar die zijn zeldzaam. Ik ben mama van twee, zeggen ze me nu, ik wil mama zijn van drie nu: waarbij de jongste twee engelenbrusjes heeft die over hem of haar zullen waken. Ik twijfel nu tussen twee namen: Rune en Melle, twee namen die zowel bij een meisje als bij een jongen kunnen…. Maar om de één of andere reden blijf ik denken dat ik een jongen zal krijgen…. Ik wil blijven hopen: De laatste ronde IUI, daarna IVF… pfffff….

 

Verdriet dus, dat dus…. Het komt meer en meer los, door die verplichte rust, mijn psychologe had gelijk… Ik neem ook terug de tijd om de dingen te doen die IK graag doe, al heb ik er wel een week voor halfziek in bed moeten liggen: oververmoeid waarschijnlijk….

stef
Stef Jannsens, uit de tentoonstelling “een wensvader bekent”, nog tot 10 februariu te bewonderen in de kruierie te Balen.

 

Ik hoop dat ik nu snel weer kan schrijven, niet omdat het moet, maar omdat ik het graag doe!

(Oh ja, dit is geschreven, zoals mijn gedachten gingen…. Letterlijk opschrijven wat er in mijn gedachten kwam

Huisje, tuintje, …

huisje

Ik woon sinds zondag een jaar in mijn huisje, mijn ieniemienie huisje. Een jaar is zo om en wat haatte ik het hier in het begin. Maar ik weet nog hoe het ging om dit huisje te kopen, ik had ondertussen reeds een relatie met Gui, mijn moeder zat er maar op te hameren om een huis te kopen. Veel beter dan huren, zei ze (ik ben daar nog steeds niet van overtuigd). Maar als ik ging verhuizen, wilde ik gaan samenwonen met Gui. Gui bleef daar allemaal heel rustig onder “koop jij uw huisje, als het goed blijft gaat tussen ons kom ik wel bij u wonen. De lening enzo regelen we dan wel.” Wel ja, goed plan, dacht ik, ik zou een huis kopen en hij en zijn dochter zouden erbij komen. Twee slaapkamers was dus een must. Minstens een zolder zodat er nog kamers konden bijgemaakt worden voor de kinderen die we samen zouden krijgen, ah ja! Ik kreeg de makelaar te pakken toen er nog niets aan de hand was met Gui, hij stelde wat vragen en zei dat hij het perfecte huisje had voor mij. Dit huis dus. Toen ik het kon bezichtigen was het ongeluk juist gebeurd. Ik zei snel ja. Ik zag me hier wel wonen en Gui zou wel beter worden, dat wist ik wel zeker en dan kon hij bij mij komen wonen, samen met Elke. Maar hij stierf, er waren problemen met de lening, maar dat werd opgelost, er waren vooral veel problemen met de vorige eigenares. Ik ga het hier niet opnoemen wat allemaal, maar het was een ramp om met haar iets deftigs af te spreken. Als er dan iets afgesproken werd, hield ze zich niet aan de afspraak. Op de dag van de verhuis, was nog niet alles buiten als wij hier met de vrachtwagen stonden.

 

Nu goed, ik verhuisde en ik haatte dit huis in het begin, zo hard. Ik was veel liever op mijn appartementje blijven wonen en als ik eerlijk ben: ja, ik zou daar nog steeds graag gewoond hebben, maar ik heb mijn draai hier wel gevonden. Wat ik hier dan zoal haatte? Het is hier donker! Op mijn appartement had ik veel ramen en was het een zee van licht, ook in de winter. Het is hier toch ook wel heel klein, op mijn appartement had ik een zeer grote woonkamer en hier staat het met veel minder meubels zo vol. En het is hier veel kouder ook. Is het hier bv 16 graden, duurt het een halve dag eer het 20 graden is. Ik zet mijn chauffage dus niet meer af in de winter, ze staat altijd op. De slaapkamer is in de winter ook ijzig koud en ook de gang is om te bevriezen. Maar vooral: het huis was gekocht met het idee dat Gui hier ook zou komen wonen en hij was dood. Neem dat er ook bij, ik zat in een rouwproces en ik haat veranderingen, dus ook verhuizen. Nee, ik woonde hier niet graag. Met Kerstmis paste ik een tekst aan van een liedje dat ik kende. Het heette “eenzaam Kerstfeest”

Vrolijk kerstfeest, vrolijk kerstfeest,

Kerstmis viert men nooit alleen

Vrolijk kerstfeest, vrolijk kerstfeest

Al die mensen om je heen

Maar ik heb niemand,

Kerstmis hoe kom ik erdoorheen

Stille nacht, koude nacht,

Een kind is geboren

En zijn naam wordt aanbeden

Door vele mensen van goede wil

In de nacht, koude nacht,

Loop ik hier als verloren

In het huis dat we zouden delen

Zijn alle kamers leeg en stil

Dit is dan mijn Kerstmis,

Alleen tussen die muren

Dit is dan mijn Kerstmis,

Vrolijk kerstfeest

Vooral omdat ik Gui miste, ik had nog een grotere hekel aan Kerstmis dan anders, ik heb me nooit zo eenzaam gevoeld, hier in dat nieuwe huis.

 

Maar het werd lente, het ergste van mijn rouwproces liet ik achter mij. Ik miste Gui nog heel hard (nu nog trouwens), maar de pijn werd minder. Het werd beter weer en ik had een terras, mijn psoriasis (die ik heel hard had afgelopen winter, mijn handen lagen letterlijk open van de kloven) werd beter en ik begon tuinmeubeltjes te kopen. Gewoon een tafel en twee stoelen in de Lidl. Een stoel die men achterover kan klappen, kocht ik in de Action. Ik heb er echt weinig geld aan uitgegeven en heb ik volk en we willen buiten zitten, zet ik de stoelen van binnen mee buiten. Ik kan echt genieten van mijn terras als het goed weer is, op mijn appartement had ik immers geen terras. Ik zag ook het voordeel in van een auto vlak voor de deur, ik kon hem kuisen. Boodschappen doen is ook veel gemakkelijk met de auto vlak voor de deur en geen drie verdiepen te moeten doen. Ik deed al eens een klapje met de buren. Links van me woont een jong gezin met één dochter, rechts een gezin met twee jongens. Ik heb geen klachten over hen en het klikt wel. Mijn kat begon veel buiten te zitten en werd een echte buitenkat. Ik had me voorgenomen om in juni naar de jaarlijkse kermis van de wijk te gaan, samen met mijn moeder, maar mijn moeder kon niet en alleen durfde ik niet. Ik wil immers graag de mensen van de wijk leren kennen. Het is hier echt zo’n wijk waar men elkaar wel kent, van ziens op zijn minst. Ik zeg nu ook goeiedag tegen de mensen die hier dagelijks met hun hond voorbijkomen en ook tegen de mensen die niet mijn directe buren zijn, zeg ik dag. Maar ik zou ze beter willen leren kennen, misschien wil ik me wel aansluiten bij de buurtwerking, maar ik durf er niet goed alleen naartoe gaan.

 

En ja, ik woon hier best graag. Mijn muren zijn nog steeds niet geschilderd, mijn lusters hangen nog niet omhoog en ik heb ook nog geen lamp op mijn terras, een kattenluik is reeds gekocht maar moet nog geïnstalleerd worden. Mijn dak wordt vernieuwd in januari-februari. Een elektricien voor hernieuwing heb ik ook reeds gecontacteerd al wacht ik ondertussen al een maand op enige teken van leven van hem na zijn laatste mail. De schouw in de living wil ik ook weg, ik ga misschien eens aan de man die de verbouwingen bij de buren doet vragen of hij dat wil en kan doen. Dan heb ik ineens veel meer plaats in mijn living. Misschien pas daarna schilderen…

 

Och ja, ik woonde graag op mijn appartementje ik mis het soms zelfs nog, maar al bij al woon ik hier ondertussen ook graag…