Hoe het met me gaat? Ik voel enorm veel pijn, zo gaat het met mij, maar dat is oké!

Hoe gaat het met je?

Die vraag krijg ik de laatste tijd veel…

Laat me even nagaan…

Mijn grootvader stierf in oktober, 10 dagen erna had ik een auto-ongeluk. Dat mijn auto een totaal verlies was, was spijtig, maar niet zo erg. Ik kwam er levend uit, dat kon Gui niet zeggen. Ik kwam er evenwel niet zonder kleerscheuren af. Onverantwoord om alleen thuis te zitten, dat vond iedereen die me hier zag liggen! Ik mocht mijn bed niet alleen uit, na een tijdje dan maar een rolstoel: als ik dan flauwviel, was het ten minste in de stoel en niet op de grond. Een klein onnozel breukje in mijn voet, hersenschudding, whiplash van de rug en van de nek, kneuzingen van kop tot teen waardoor ik ook niet met krukken kon gaan… Eens ik min of meer genezen verklaard was, deed mijn voet meer en meer pijn: meer bepaald mijn enkel. Nu deed die daarvoor ook al pijn, maar dit was echt niet normaal. Naar een orthopedist geweest, echo en RX linkervoet. Ondertussen ben ik geopereerd, mijn voeten hing langs de buitenkant nog met één ligament vast en ook daar zat al een scheur in en was helemaal ontstoken. Bleek dat ook mijn enkelgewricht niet meer juist stond, dus heeft hij dat ook nog terug in de juiste positie gezet, ik heb een interne brace gekregen, geen flauw idee wat dat is eigenlijk. Ik ga dat eens moeten opzoeken. Nu heb ik waarschijnlijk ook nog steeds een whiplash die nog niet weg is: elke dag barstende hoofdpijn, nog steeds geen fel licht kunnen verdragen en blijvende pijn natuurlijk. Ik kwam er levend uit, ja, en iedereen zegt me dat het zo sterk is dat ik dat zo kan bekijken. Wel ja, ik verloor al wat volk in het verkeer, dus ja: dat leert je wel relativeren. Facebook is mijn vriend geworden intussen, zo zalig in tijden van eenzaamheid, want niet zelfstandig buiten kunnen komen en dan alleen wonen geeft wel eenzaamheid, neem het van me aan. Nu goed, de dokter zal mijn rug ook controleren als ik terug wat meer op de been ben, letterlijk dan.

 

Dus ja, mijn grootvader stierf, een kameraad die wat verder stond, maar ook Amber: mijn beste maatje na Gui. De twee mensen die me echt door en door kenden, echt ook alles wisten en die me mezelf lieten zijn zonder (ver)oordelen, zijn er niet meer…. Ik begin weer te huilen, want dat doet pijn, dat doet echt pijn. Amber stierf op 25 november…. Ik heb al zo vaak gehuild om haar, dat is oké, dat mag. Ik dacht altijd dat ik twee onvoorwaardelijke vriendschappen had. De éne kende ik al sinds de eerste kleuterklas, dat bleek niet zo, al blijft mijn deur open staan, sowieso, want ik mis ze ook wel natuurlijk. Afstand kan misschien ook wel goed zijn om dan terug samen te komen? Ik weet het niet. De andere was Amber, ik kende ze 10 jaar of zo, ik weet het niet juist, doet er ook niet toe, maar ik kon ze alles vertellen en zij mij, ik heb zeer kostbare herinneringen aan haar, die neemt niemand me ooit af. De laatste week dat we samen waren, was zo intens, we waren gewoon bij elkaar, deden niet speciaals, maar konden gewoon samen zijn, zonder iets te zeggen, samen eens lachen en samen eens huilen, omdat we ook beiden wisten dat we dat over X aantal tijd niet meer konden. Stille tranen waren er toen ook, bij allebei, maar ze mochten er zijn. Ze was zo blij dat ik voor haar stoofvlees met friet maakte. In oktober zou ik terug een week naar haar gaan, maar toen had ik dat auto-ongeluk. Half november stuurde ze me een berichtje dat ze me nog zo graag wilde zien voor ze ging en dat ze hoopte dat ik er snel kon raken.

ambervoorschirft

Op 20 november zat ik bij pijn psychiater, niet dat ik psychisch in de knoop zat, al voelde dat wel zo, maar ze liet me wenen, ze liet me zeggen dat ik naar Amber wilde. Ze schreef een soort voorschrift, ik moest er een foto van trekken: op doktersvoorschrift erbij zetten en op facebook plaatsen. Er stond gewoon op: “wie wil met mij (tegen vergoeding) naar Utrecht rijden?” Amber was meteen akkoord, vervoer kwam in orde, door haar vrienden eigenlijk, niemand wilde Amber dat afnemen, ze wilde het zo graag en ik ook, heel hard zelfs. Dat was gepland voor 27 november. Ik had de gezinszorg vol-au-vent laten meenemen omdat ze dat zo graag at, wat kon ik anders nog meenemen dan iets dat ze heel graag at en niet in Nederland kenden? Twee dagen daarvoor, het was de dag dat ik mijn nieuwe auto kocht, kreeg ik een bericht: Amber was dood. Ik ging die avond naar een optreden van Guido Belcanto.

 

Ik schreef nadien aan hem:

Beste Guido,

Ik was vanavond in Lier, weet je ook. Maar goed, wat ik eigenlijk nog wilde zeggen. Ik ben daar toegekomen, eigenlijk helemaal van slag, ik had ongeveer 2 à 3 uur daarvoor te horen gekregen dat een goede vriendin van me overleden was. Ik ben zo een beetje afgestapt van de benamingen “beste vrienden”, ik zeg meestal gewoon goede vrienden. Eigenlijk verdient ze de titel wel van één van de beste op zijn minst. Nu goed, ik wist dat het zat aan te komen, maar toch…. letterlijk hartpijn, zeg ik dan.

Mijn moeder zei nog: ge gaat nu toch niet naar diene Guido Belcanto gaan vanavond. Ik zei “tsja, anders zit ik hier ook maar tussen vier muren” en ja, ik ging toch. Mijn moeder had schrik omdat ik emotioneel was en ik eigenlijk pas echt met de auto ging rijden de eerste keer na mijn accident. Ik begrijp dat wel en zo zijn moeders….

Ik heb dan eerst rond gereden en rond gereden, geen parkeerplaats vinden, uiteindelijk een plaatstke tegengekomen, nog een kwartier stappen met een gebroken voetbeentje, dat deed eigenlijk heel veel pijn… Och ja, ik kwam daar met tranen in mijn ogen binnen van de lichamelijke en de emotionele pijn, vooral van dat laatste, denk ik.

Ik moet eerlijk zijn, de eerste helft…. Vraag me niet wat je gezongen hebt, ik zat in een waas en probeerde vooral niet te wenen. Ik dacht zelfs op een gegeven moment: ik ga de zaal uit, wat zit ik hier te doen…. ik zat ook constant op mijn GSM te kijken, doe ik anders niet eens… tot: Manu….

Ík weet eigenlijk niet hoe dat komt, ik weet ook echt niet waarom, maar al vanaf ik de eerste keer dat liedje hoorde, ik was 18, want ik kreeg die cd voor mijn 18de verjaardag. Ik zat toen op de PAAZ, ik hoorde dat toen en drukte al op repeat, repeat en nog eens repeat. Ik bleef het lang gebruiken als het liedje om tot rust te komen. Vroeger vooral door de woorden “doe niet dwaas”, denk ik, vermoed ik, ik weet het soms zelf ook niet goed….

Ik leerde dan ook de originele versie kennen. Ik was graag naar renaud geweest laatst in Vorst, had zelfs een kaart, maar ja, stom accident, ben er niet geraakt. Nu ga ik wel naar Renaud in Lille, dat komt eigenlijk door u dat ik die muziek heb leren kennen. Ik ben er wel blij mee, die man heeft inderdaad prachtige liedjes.

Goed, ik dwaal af…. ik hoorde Manu en weer had ik het: ik voelde een rust over me heen komen, een zekere troost enigzins, ik deed mijn ogen toe en liet het goed doordringen, tot in elk vezeltje van mijn lijf. Die helende werking die ik vroeger zo zocht en ook vond in uw liedjes was daar weer. Ik had het misschien niet meer zo nodig gehad de laatste jaren (hoewel…), maar nu voelde ik het…. net als vroeger… De tranen rolden over mijn wangen, geluidloos, maar ik was plots tevreden. Nee, tevreden is niet het juist woord, ik voelde me echt getroost en een beetje geheeld. Ja, heel hard zelfs…

Vanaf toen was ik wel mee, heb ik het hele optreden eigenlijk wel genoten. Ik voel nog steeds de moeheid achter mijn ogen van het vele huilen vandaag, maar ik voel me getroost, door jou, door dat éne liedje…

En eigenlijk wil ik zeggen: chapeau, dat je dat effect na al die jaren nog steeds blijkt te hebben bij mij en vooral: Dank u! Heel erg bedankt!

Heel veel liefs, enorm veel liefs en dank u!

Ik meen er elk woord van…. Nog steeds….  Het leven gaat verder….familiale problemen, deed me wankelen, deed me twijfelen, deed me heel veel pijn…. Maar ik zou verder gaan, ik begin terug met de volgende rond IUI (intra-uteriene Inseminatie) veel problemen: blaasinfectie, keelontsteking, oorontsteking, bronchitis en sinusitis. Maar ik had hem: de + op een zwangerschapstest. Ik test normaal niet voor bloedname, maar dit was raak, ik voelde het. Misschien nog het meest aan mijn borsten…. Twee dagen later ging ik pas voor bloedname, die draaide even negatief uit en was een enorme domper: op 1 januari begon de bloeding pas echt. Volgens ferti-arts wijst alles op een miskraam….

 

Och, het was nog geen kind zei ik tegen mezelf, het was nog geen kind, het was echt nog geen kind.

Ondertussen ging ik sinds december naar de psychologe, ik ging vroeger ook al bij haar. Ik zei dat ik alles wegrationaliseerde en maar bezig wilde blijven. Ze zei dat ze dat ook merkte…  Ík bleef zeggen dat het nog geen kind was, zij bleef zeggen dat het oké was om te zeggen dat ik een kindje kwijt was, mijn kindje… Ik bleef zeggen dat het geen kind was, ik bezag het ergens ook positief: ik kon zwanger raken, die fertiliteitsarts in het vorige centrum zei immers dat hij het geen kans op slagen zou geven. Ik kwam ondertussen zelfs met mijn verhaal in de Dag Allemaal, zo gek allemaal. Ik kwam trouwens ook met een schrijfsel in de Visie, maar dan over kwetsbaarheid en herstel in de psychiatrie. Op beiden kreeg ik veel positieve reacties…. Ik ging dus ook verder met mijn twee missies, al schrijvend, al is het minder dan daarvoor.

 

Mijn boek begint vorm te krijgen, maar miserie zorgt voor een writersblock, op de blog zullen jullie dat al wel gemerkt hebben.

 

Nu goed, ik deed maar verder en verder, ik was doodop. Echt doodop. Mijn psychologe was kwaad op me omdat ik naar het Rode Kruis ging om bloed te doneren en me in de databank te laten zetten voor stamceldonor. Ze vroegen naar mijn motivatie: mijn nicht leeft er nog door. Dat was alles wat ik zei. Beste motivatie dat er is, zei die arts. Wilde ik dat nu allemaal doen door al die sterfgevallen.

 

Nu goed, mijn psychologe zei dat ze blij was dat ik geopereerd werd, dan moest ik verplicht rust nemen, ik zou niet anders kunnen. Ik ben eigenlijk inderdaad heel blij dat ik geopereerd werd. Ik hou me terug bezig met wat ik graag doe, me verdiepen in spiritualiteit. Ik vond het boeddhisme terug en het laten zijn. Ik vind weer rust, kan terug slapen zonder medicatie, maar met slaapmeditatie.

 

Mijn psychologe is blij dat ik nu echt verdriet voel, voor mijn grootvader, voor Amber, voor die kameraad, voor mijn kindje, die ik plots wiebeltje noemde. Ik heb geen flauw idee vanwaar ik met wiebeltje kwam. De volgende IUI had ik twee eicellen, ik wilde die niet, ik wilde mijn wiebeltje, het was toen dat ik de eerste keer besefte dat ik echt mijn kindje kwijt was. Hetgeen wat van me verlangd werd, gebeurde: ik huilde omdat ik een miskraam had gehad, de eerste keer…. Mijn psychologe zei: dat doet pijn, hè. Ja, zei ik haar. Dat is goed, zei ze dan.

 

Ik weet dat. Ik ben de koningin van voelen en te laten zijn, maar dit zijn gewoon te veel pijnlijke dingen samen, dat weet ik, daarom dat ik naar haar ging. Na dat auto-ongeluk heb ik zo veel verdriet gehad om Gui, het drong precies niet door dat mijn grootvader gestorven was. Het was pas; net voor die operatie, dat ik naar mijn grootmoeder ging en ik samen met haar in fotoalbums aan het kijken was, ik daarna met tranen naar huis reed. Mijn grootvader, mijn grote held was er niet meer. De man die met me naar de carwash ging als kind, gewoon omdat ik dat zo graag deed. De man die op mijn eerste appartement veel repareerde, de man die altijd klaar voor me stond en me kwam halen als ik beland was in de middle of nowhere. De enige man van mijn hele familie waar ik echt op heb kunnen rekenen, die was ik kwijt. En ik was Amber kwijt en Gui ook nog steeds en mijn kleine wiebeltje… en al die vorigen, een continu rouwproces sinds mijn 17de noemde mijn psychologe het… allemaal sterretjes…

Ik heb het nooit echt zo gehad voor Stan Van Samang, maar een ster….

 

Ik huilde tranen met tuiten de volgende keer bij mijn psychologe, ze zei dat ze me voelde, de eerste keer sinds ik bij haar kwam, ik zei haar dat ik die twee eicellen niet kwijt wilde, niet nog eens. Ze blijft zeggen dat ik vol verdriet zit, dat ik ervoor op de vlucht was, maar dat ik begonnen was met erbij stil te staan.

 

Maar ik ben een cursus fotografie beginnen te volgen, mijn grootvader deed dat ook graag, heel graag. Ik heb zijn fototoestel en lenzen en statief. Dat was het enige wat ik eigenlijk echt wilde van hem: het staat als een schat in mij kast… ik durf er amper aan te komen….

 

Verdriet dus, ja, ik zit vol verdriet en dat doet pijn, maar dat mag, dat is goed zo. Zo kan ik het echt heel hard vastnemen, het intens voelen en weer helen. Ik denk niet, maar ik hoop wel dat ik ooit terug een partner als Gui tegen kom en een vriend(in) als Amber, maar die zijn zeldzaam. Ik ben mama van twee, zeggen ze me nu, ik wil mama zijn van drie nu: waarbij de jongste twee engelenbrusjes heeft die over hem of haar zullen waken. Ik twijfel nu tussen twee namen: Rune en Melle, twee namen die zowel bij een meisje als bij een jongen kunnen…. Maar om de één of andere reden blijf ik denken dat ik een jongen zal krijgen…. Ik wil blijven hopen: De laatste ronde IUI, daarna IVF… pfffff….

 

Verdriet dus, dat dus…. Het komt meer en meer los, door die verplichte rust, mijn psychologe had gelijk… Ik neem ook terug de tijd om de dingen te doen die IK graag doe, al heb ik er wel een week voor halfziek in bed moeten liggen: oververmoeid waarschijnlijk….

stef
Stef Jannsens, uit de tentoonstelling “een wensvader bekent”, nog tot 10 februariu te bewonderen in de kruierie te Balen.

 

Ik hoop dat ik nu snel weer kan schrijven, niet omdat het moet, maar omdat ik het graag doe!

(Oh ja, dit is geschreven, zoals mijn gedachten gingen…. Letterlijk opschrijven wat er in mijn gedachten kwam

De biechtstoel: fantasieën over Guido Belcanto

3u14: nog geen oog dicht gedaan. Niets nieuws dus, het is weer erg de laatste tijd. Of ik dan pieker, vragen ze me? Nee, echt niet, ik begin pas te piekeren als ik al even wakker lig. Het verhaal van de kip en het ei. Nu goed, ik dacht vannacht aan iets. Ik ga, zoals ik eerder al vertelde, naar de fandag van Guido Belcanto. Dat is nu, komende zaterdag. Er is daar ook een zeker iets dat de biechtstoel heet. Ik was vrij benieuwd wat dat inhield tot een tiental dagen dit bericht verscheen in de groep op facebook:

 

WIE HELPT GUIDO EEN NIEUWE SONG TE MAKEN ??

op de fandag krijgt iedereen de kans om aan het onderdeel “den biechtstoel” deel te nemen.

Schrijf uw geheime bekentenissen, fantasieën, dromen in een brief, het kan niet zot genoeg zijn….

Guido zelve, zal een uur in de biechtstoel zitten, waar iedereen de kans krijgt om zijn of haar anonieme brief te deponeren.

Dus, beste liefste fans, begin alvast maar te schrijven….

Misschien wordt uw geheime bekentenis een volgende hit voor Guido Belcanto……

Nog vragen, mail of bel het fandagcomité, de email adressen vind je op de affiche.

Steeds tot uw dienst!

 

Nu ja, ik zit daar dus al een tijdje op de te broeden, maar ik moet gewoon eerlijk zijn. Echt gekke fantasieën heb ik niet, verre van zelfs. Het is te zeggen: ik heb beste zotte fantasieën en zo van die dromen die niemand mag weten, vaak heel erotisch en seksueel getint.  Fantasieën genoeg dus. Maar ze hebben in de verste verte niet met Guido Belcanto te maken, misschien gelukkig maar. Voor alle duidelijkheid: ik vind hem nu ook weer niet onaantrekkelijk, dat is dan weer iets anders…  Ik probeer me hier nu dingen voor te stellen in mijn hoofd, zo ben ik dan ook weer. Ik blijf evenwel bij mijn standpunt: ik heb er precies geen die met hem te maken hebben. Nu vraag ik me dan af: hoor je die als fan dan wel te hebben?

 

Want ja, buiten toen ik fan was van een bekende boysband en de volle 11 of 12 lentes telde, heb ik nooit fantasieën gehad over één van mijn idolen. Samen een joint smoren met Armand, dat zag ik dan wel weer zitten. Dat is juist, geen idee hoe ik daar ooit opkwam, maar het sprak me aan. Ik denk zelfs nog dat iemand anders met dat idee afkwam en dat ik het schaamteloos stal.  Nu goed, ik smoor al een tijdje geen wiet meer (schrik om terug te gaan roken door die tabak die je erin draait, anders zou ik het met veel plezier af en toe nog wel eens doen) en spacecake vind ik eigenlijk maar niets. Trouwens Armand stierf nog niet zo lang geleden.

 

Terug naar Guido Belcanto: fantasieën dus. Goh, ik weet dat ik al sinds mijn 18de of zo één ding zei: “Op mijn 30ste verjaardag wil ik naar een optreden van Guido Belcanto en ik wil dat hij dan ‘mijn verjaardag’ zingt”. Ik ben er nu bijna 32 en weet je wat: dat is gebeurd, echt waar. Knal op mijn 30ste verjaardag was er een optreden van hem in Lier. Het was buiten, het goot pijpenstelen en mijn vriend was net gestorven. Ik was daar met mijn zusje, haar vriend, mijn moeder en haar vriend. Mijn zusje en haar vriend hebben toen alle mogelijke moeite gedaan. Ze gingen met een groot papier naar voren, waarop stond “Els wordt 30!” Het was best grappig te noemen, Guido himself nam zelfs zijn bril om het te lezen en voilà: ik kreeg mijn liedje. Dus ja, ik veronderstel dat mijn droom zelfs waarheid geworden is.

 

En verder dacht ik daarnet, toen ik de slaap nog trachtte te vatten in mijn bed, aan nog iets. Ik denk dat ik het fijn zou vinden, moest hij een pennenvriend zijn. Een ouderwetse pennenvriend, ik had er vroeger trouwens heel veel. Volgens mijn ouders te veel en ik moest het van hen beperken tot twee. Ik mocht er nog één hebben in mijn eigen taal en één in een andere taal. Ze namen me met andere woorden mijn grootste hobby af, want schrijven: dat is mijn hobby. Ik liet dan maar brieven toekomen bij vriendinnen van me en dat ging een tijdlang goed. Toen de mail opkwam heb ik nog een hele tijd ellelange mails zitten versturen naar zo’n pennenvrienden. Noem je hen dan trouwens mailvrienden of hoe zit dat? Maar echt hetzelfde vond ik dat ook niet. Al moet ik eerlijk bekennen dat ik ondertussen ook helemaal overstag ben gegaan, ik schrijf bijna alles tegenwoordig op de computer. Dat is ook heel handig, je kan zo veel aanpassen als je wil. Al doe ik dat ook niet vaak: een eerste gedacht is vaak het beste. Maar mensen vinden het, sinds de opkomst van facebook niet meer nodig om zo’n mails te sturen. Jammer vind ik dat.

 

Nu goed: Guido Belcanto als pennenvriend, ja, ik zou dat eigenlijk wel leuk vinden. Ik vindDSC_0434 dat die man best intelligent is of hij komt althans zo over bij mij. Ik vind zijn ideeën meestal ook heel interessant en ik kan me er vaak nog in vinden ook. Niet altijd: gelukkig maar. Maar ook verschillende ideeën zijn ook boeiend te noemen, standpunten innemen: discussiëren. Je kan dat natuurlijk ook doen in het echte leven, met woorden die uitgesproken worden. Ik nam zelfs vaak deel aan een filosofisch praatcafé en ik kan veel tetteren, maar daar zei ik zo weinig. Persoonlijk ben ik veel beter in het woordelijk opschrijven dan in het woordelijk uitspreken. Toen ik in het begin in de psychiatrie was opgenomen, kwamen ze van mij bijna enkel dingen te weten via papiertjes. Ik kon er niet over spreken en zelfs toen ik erover leerde spreken, stak ik nog af en toe zo’n papiertje in de bus van mijn psychiater. Nu goed, mijn vreemde hersenkronkels even helemaal terzijde: ja, met hem schrijven, dat wil ik.  Ik vind als ik zijn boeken lees bovendien dat hij zeker goed kan schrijven, echt wel. Dus het zou, denk ik, gewoon al fijn zijn om die brieven te lezen Dat is mijn fantasie, mijn droom. Zot vind ik dat niet, verre van, en ik bedacht het deze nacht.

 

Slapeloze nachten geven me vaak het meest inspiratie, soms denk ik echt dat ik sowieso eerder een nachtmens ben dan een dagmens. Mijn verstoorde melatonine-productie zal daar zeker voor een stuk tussen zitten. Als ik als verpleegkundige de nacht mag doen, ben ik ook veel meer in mijn sas dan als ik overdag moet werken. Het kan dan wel zijn omdat je ’s nachts eveneens geen last hebt van collega’s. Maar vooral: ’s nachts begin ik te schrijven, begin ik te schilderen en vind ik vaak dat ik geweldige ideeën heb. Dezer dagen zijn die vaak zelfs de volgende dag nog goed te noemen, dat kon ik stoned niet altijd even luidop zeggen de volgende dag.

 

schrijven is schrappenEn als ik nu gewoon dit bericht afprint, in een enveloppe steek en dat dan in die biechtstoel afgeef. Ik ben niet strikt tot de kern van de zaak gebleven, maar dat is eigen aan mijn schrijfstijl, ik weid nogal graag uit. Altijd zo geweest, altijd zo gedaan al was het mijn lerares van Nederlands in het laatste middelbaar die me zei: “Els, je kan goed schrijven, maar vergeet niet: schrijven is schrappen.” Ja mevrouw De Wit, ik ben het blijven onthouden, maar ik vind het nog steeds heel moeilijk. Ik krijg ook vaak tips van een schrijfster en de copywriter/mijn ‘baas’ bij het kinderwensmagazine waarvoor ik schrijf, ze zegt dat dat bij mij komt omdat ik heel snel denk. Kan ik me dan wel helemaal in terug vinden, ja. Nu goed, ik ga wel degelijk afsluiten, dit publiceren en nog wat schaapjes gaan tellen, denk ik: 1, 2, 3, ….

Adios hotel

deurgoed

Als je mij vraagt wat het liedje van 2015 is, dan is dat een liedje dat op de laatste cd van Guido Belcanto stond. Het liedje heet Adios hotel en is een cover van Thelonious Monster en Tom Waits. En hoe mooi het origineel ik ook vind, ik vind de cover in dit geval beter.

De cover is dus in het Nederlands, uiteraard, maar vooral de stem van Stijn Meuris klinkt zo mooi. Nu heb ik het al heel lang voor de stem van Stijn Meuris, al van toen ik een meisje was in de lagere school. Noordkaap was dat toen, in mijn tienerjaren was ik grote fan van Monza en nu is het gewoon Meuris. Maar ik vind hem geweldig, heb hem al verschillende keren aan het werk gezien. Nu ben ik ook fan van Guido Belcanto, al is hun stijl iet wat verschillend. Hun stemmen bij elkaar vind ik grandioos, geweldig idee van die Guido… (of zou het iemand anders idee geweest, hoe dan ook: geweldig idee!) Ik ben verkocht, ik zet het vaak op dat liedje en dan vaak net alleen het refrein, ik vind de tekst ook zo pakkend.

Ik voel me er door aangesproken, misschien omdat ik altijd zo ben geweest voor dat zelf kiezen hoe mijn leven te leiden, omdat ik me door niemand wil laten leven,… Ik ben zo’n eigenwijs ding dat altijd haar zin doet, tot grote ergernis van mijn ouders, vooral vroeger. Nu zegt mijn moeder gewoon “och ja, gij doet toch altijd uw goesting!”

Die stem van Stijn Meuris is zo goed op dat liedje. En dat wilde ik toch even wereldkundig maken. Elke keer ik hem dat refrein hoor zingen raak ik bijna in trance, als ik me er echt op concentreer, wierookstokje aan, bad in en de cd-speler op repeat, elke keer opnieuw: ik zweer het u, ik zit dan in hogere sfeer. Ik werd er zo door gegrepen dat ik de tekst op mijn badkamerdeur schilderde. Ik dacht het eerst ordelijk te doen: mooie letters uitsnijden en die dan met spones vol verf op de deur, met lijntjes die ik er in potlood zou opgezet hebben. Maar op een avond, liet ik die controle helemaal los, nam mijn verf en borstel en schilderde het er gewoon op: schots en scheef, maar ik vind het net goed zo. Ja, voor mij is dat het liedje van 2015!

Laat je door niemand leven, mijn vriend,
Leg je niet neer bij een tweederangs bestaan.
Laat je door niemand bevelen, mijn vriend
Pak al je zorgen op eigen kracht aan
Laat niemand vertellen hoe je leven moet
Niet je vrienden, niet je kinderen en ook niet je vrouw
Als je wil weten waar de hemel begint,
Dan moet je het zelf gaan ontdekken, mijn vriend

Het origineel kon ik wel vinden op youtube, de cover spijtig genoeg niet:

Mijn pareltjes in de Nederlandstalige muziek

Er wordt soms nogal minachtend gedaan over Nederlandstalige muziek, maar ik vind dat er pareltjes tussen zitten…     die voor mij pareltjes zijn ten minste.

Het eerste Nederlandstalige liedje dat voor mij veel betekenis heeft is, is Amsterdam van Kris de Bruyne… Het is immers het liedje van mijn eerste ldvd. Toen ik 13 was, was ik hevig verliefd, mijn eerste grote verliefdheid zelfs. De jongen in kwestie heette Mario, zijn stiefvader vond werk in Nederland en ze verhuisden met het ganse gezin naar een wijk in de buurt van Amsterdam. Een hele zomer, dat liedje, een hele zomer lang, ik zag of hoorde niets anders toen.

Het tweede Nederlandstalige liedje dat voor mij van betekenis was, was Het feestje van Guido Belcanto, we schrijven een jaar later. Voor verdere uitleg verwijs ik graag naar een eerder geschreven blogbericht: La comédie humaine.

Het derde dat voor mij geschiedenis schreef is, is Van God los van Monza... Het kwam uit toen ik 16 was en beschreef waar ik toen ook mee worstelde. Vooral “je bent de slechtste van de klas…” bleef er uit nazinderen.

Ondertussen schrijven we 2002 en herkende ik me heel hard in Ik wou dat ik dom was van Guido Belcanto, het was mijn eerste opname in de psychiatrie. Volgens mijn vader had ik geen reden om daar te zitten, want ik had een goed stel hersenen, terwijl ze voor mij net de oorzaak waren waarom ik daar zat… (toen, nu weet ik dat het wel meer dan dat alleen was…). Ook Manu van dezelfde zanger spreekt me op dat moment heel hard aan, al is het vooral door dat éne zinnetje: doe niet dwaas… Oh ja, ik zat toe heel diep…

Nog een liedje dat me in die tijd beschrijft is Een tip van de sluier van Boudewijnd De Groot… Nog altijd eigenlijk, ook al denken mensen die me oppervlakkig kennen dat ik heel open ben, maar ook de lach op het gezicht…

Ondertussen leer ik ook de Pastorale van Ramses Shaffy en Liesbeth List kennen en word ik overweldigd door deze mooie muziek en woorden die de natuur zo mooi omschrijven.

Meneer de president van Boudewijn de Groot krijgt een serieuze betekenis wanneer Bush zijn troepen stuurt.

In 2006 krijg ik het enorm hard voor Sammy van Ramses Shaffy. Ik zit nu in mijn laatste opname in de psychiatrie en plots zingt een mede-patiënte voor mij: Kijk omhoog Elsie! Het gaf me toen de nodige kracht om voor mezelf te gaan vechten ipv tegen mezelf te vechten.

Nadien volg ik een cursus “omgaan met stress” en daar leer ik In mijn hoofd van Raymond van het Groenewoud kennen, een liedje dat perfect omschrijft hoe ik het dagdeglijkse bestaan ervaar.

Verdronken vlinder van Boudewijn de Groot was altijd al een liedje waar ik het voor had, maar dat ik nooit overtuigd kon zingen. Pas in 2009 had ik het gevoel dat ik dit volmondig kon meezingen.

Als kind zong ik al vol overtuiging Laat ons een bloem van Louis Neefs, maar dit komt weer harder opzetten als ik mezelf bekijk, helemaal tweedehands, enfin, ik niet, wel mijn kleren, mijn meubels, etc…

En nu, nu ben ik enorm ontroerd door Toveren van Herman Van Veen, dit omdat Elke, de dochter van Gui, dit laatst voor me zong toen ze er zelf piano bij speelde… Dan zie ik immers dat Gui verder leeft in dat kind. Deze periode voel ik me ook aangesproken door Adios hotel van Guido Belcanto, een cover, maar wel heel mooi…

Andere pareltjes in de Nederlandstalige muziek zijn:
* Tim (Wim De Craene)
* De vogel (Tim Visterin)
* Blanche en zijn peird ( Willem Vermandere)
* Astronaut (Spinvis)
* Ben ik te min (Armand)
en ik kan nog wel even verder gaan….

Zo goed als alleen (G Belcanto)

Ok, ik ben fan van Guido Belcanto, grote fan zelfs. Waarschijnlijk nog net dat ietsje meer voor Johnny Cash, maar het spijtige aan die man is dat hij dood is. En oh ja, Nick Cave, die leeft nu nog wel maar heb ik spijtig genoeg nog nooit live gezien. Zal wel ooit komen, zo ooit!  Nu goed, ik ben gisteren dus naar een optreden van Guido belcanto geweest. Op zich niets bijzonders, want ik doe dat wel meer. Ik weet niet waaraan het lag, maar ik vond dit echt het beste optreden van hem dat ik ooit gezien heb. En volgens een goede vriendin wil dat al iets zeggen. Nee, ik zou het echt niet weten hoeveel ik al naar zijn optredens ben geweest, maakt me zelf ook niets uit. Maar om de zo veel tijd heb ik een optreden van El Guido nodig, gewoon om even de batterijtjes op te laden en dan kunnen we er weer een tijdje tegen.

Op zich vind ik zijn muziek en dan vooral zijn teksten ergens helend, ik vind er troost in. Al van in het begin dat ik er iets van hoorde en ik was toen op zich echt nog heel jong. Een tiener nog, zoekend naar mezelf. Iedereen kent dat wel, maar bij mij was die wel heel heftig. Ik vond het de meest verschrikkelijke periode uit mijn leven en toen ontdekte ik de liedjes van Guido Belcanto. Heel toevallig eigenlijk, maar ik luisterde en het gaf mij troost. Ik was 15 toen ik voor het eerste naar een optreden van hem ging en ja, toen was ik helemaal verkocht. Alleen, als je op die leeftijd zegt dat je naar Guido Belcanto luistert, wordt daar nogal mee gelachen, dus ik zweeg er over. Nu, meer dan 12 jaar later, weet iedereen in mijn omgeving dat ik naar hem luister en ja, er wordt nog mee gelachen, maar al een stuk minder en op zich trek ik mij daar ook niets meer van aan. Hoe ouder ik word, hoe minder ik mij aantrek van wat mensen van mij zeggen. En daardoor geniet ik ook meer van het leven.

Nu even terug naar het optreden van gisteren. In Grobbendonk was het te doen, niet echt bij de deur, maar ja, een mens moet er al eens iets voor over hebben. Het was met een kleine bezetting, wat dus wil zeggen: 2 muzikanten erbij. Op zich vind ik dat dus echt geweldig, dat je zo’n goed optreden kan geven met zo weinig muzikanten. Je moet het maar doen. Eigenlijk weet ik niet goed wat er over te schrijven of met welke woorden, in zijn gastenboek heb ik het met één woord omschreven: wauw! Op zich vat het dat wel samen, meer moet dat niet zijn. 🙂 Maar als ik het hier zou omschrijven met één woordje, kan ik moeilijk van een blog-bericht spreken. Eigenlijk bracht hij liedjes van in het begin van zijn carrière tot nu, een bondige mix van liefde, lust en leed (niet toevallig een titel van een cd van hem). Op zich valt het mij al minder op, omdat ik zijn liedjes waarschijnlijk van voor naar achter en van achter naar voor kan meezingen, maar je kan sommige van zijn liedjes zwartgallig noemen, maar net als je denkt dat het nu wel heel erg triestig is, komt er daar dat éne zinnetje waardoor je in de lach schiet. En zoals ik al eerder zei, ik heb dat precies minder door dan vroeger, maar gisteren had ik mijn nonkel meegenomen. Hij zag hem voor de allereerste keer aan het werk. En dan zag ik mijn nonkel regelmatig in de lach schieten, zoals bij plastic rozen verwelken niet. “Ik stuur jou plastic rozen als symbool van mijn verdriet, zo zal je altijd aan me denken als je deze rozen ziet… alleen je hoeft ze geen water te geven…” en bij dat laatste zinnetje begon mijn nonkel te lachen. Waardoor ik ook weer begon te lachen. Stel u dat een paar keer voor!

Guido Belcanto is de koning van het Vlaamse levenslied, een lach en een traan zoals ze zeggen. Letterlijk, want zoals ik eerder zei, als je goed luistert en je denkt dat het nu wel heel triestig is, komt daar dat zinnetje dat alles weer relativeert. Maar in het leven is dat toch ook zo. Alles kan tegenzitten, enorm hard tegenzitten. De natuur van de mens is echter om steeds op zoek te gaan naar datgene wat het relativeert. Pas als je dat niet meer kan, ga je er onder door. Echt waar, ik heb al in een depressie gezeten en dat was niet omdat alles in mijn omgeving zo tegenzat, ook wel, maar niet alleen. Ik vond alleen datgene dat het allemaal relativeert niet meer, ik zag zulke dingen niet meer. Ik heb sinds die depressie eigenlijk al veel moeilijkere tijden gekend, maar ik ging er niet meer onderdoor. Gewoon omdat ik datgene vond dat alles relativeerde (en ook omdat ik nu vind dat slechte gevoelens ook gewoon bij het leven hoort, wat op zich misschien ook al een relativering is). Wie weet hebben de liedjes van Guido Belcanto me wel leren relativeren. Zou het kunnen? Ik denk het wel, ja. Mooie bedenking om mee af te sluiten.