De biechtstoel: fantasieën over Guido Belcanto

3u14: nog geen oog dicht gedaan. Niets nieuws dus, het is weer erg de laatste tijd. Of ik dan pieker, vragen ze me? Nee, echt niet, ik begin pas te piekeren als ik al even wakker lig. Het verhaal van de kip en het ei. Nu goed, ik dacht vannacht aan iets. Ik ga, zoals ik eerder al vertelde, naar de fandag van Guido Belcanto. Dat is nu, komende zaterdag. Er is daar ook een zeker iets dat de biechtstoel heet. Ik was vrij benieuwd wat dat inhield tot een tiental dagen dit bericht verscheen in de groep op facebook:

 

WIE HELPT GUIDO EEN NIEUWE SONG TE MAKEN ??

op de fandag krijgt iedereen de kans om aan het onderdeel “den biechtstoel” deel te nemen.

Schrijf uw geheime bekentenissen, fantasieën, dromen in een brief, het kan niet zot genoeg zijn….

Guido zelve, zal een uur in de biechtstoel zitten, waar iedereen de kans krijgt om zijn of haar anonieme brief te deponeren.

Dus, beste liefste fans, begin alvast maar te schrijven….

Misschien wordt uw geheime bekentenis een volgende hit voor Guido Belcanto……

Nog vragen, mail of bel het fandagcomité, de email adressen vind je op de affiche.

Steeds tot uw dienst!

 

Nu ja, ik zit daar dus al een tijdje op de te broeden, maar ik moet gewoon eerlijk zijn. Echt gekke fantasieën heb ik niet, verre van zelfs. Het is te zeggen: ik heb beste zotte fantasieën en zo van die dromen die niemand mag weten, vaak heel erotisch en seksueel getint.  Fantasieën genoeg dus. Maar ze hebben in de verste verte niet met Guido Belcanto te maken, misschien gelukkig maar. Voor alle duidelijkheid: ik vind hem nu ook weer niet onaantrekkelijk, dat is dan weer iets anders…  Ik probeer me hier nu dingen voor te stellen in mijn hoofd, zo ben ik dan ook weer. Ik blijf evenwel bij mijn standpunt: ik heb er precies geen die met hem te maken hebben. Nu vraag ik me dan af: hoor je die als fan dan wel te hebben?

 

Want ja, buiten toen ik fan was van een bekende boysband en de volle 11 of 12 lentes telde, heb ik nooit fantasieën gehad over één van mijn idolen. Samen een joint smoren met Armand, dat zag ik dan wel weer zitten. Dat is juist, geen idee hoe ik daar ooit opkwam, maar het sprak me aan. Ik denk zelfs nog dat iemand anders met dat idee afkwam en dat ik het schaamteloos stal.  Nu goed, ik smoor al een tijdje geen wiet meer (schrik om terug te gaan roken door die tabak die je erin draait, anders zou ik het met veel plezier af en toe nog wel eens doen) en spacecake vind ik eigenlijk maar niets. Trouwens Armand stierf nog niet zo lang geleden.

 

Terug naar Guido Belcanto: fantasieën dus. Goh, ik weet dat ik al sinds mijn 18de of zo één ding zei: “Op mijn 30ste verjaardag wil ik naar een optreden van Guido Belcanto en ik wil dat hij dan ‘mijn verjaardag’ zingt”. Ik ben er nu bijna 32 en weet je wat: dat is gebeurd, echt waar. Knal op mijn 30ste verjaardag was er een optreden van hem in Lier. Het was buiten, het goot pijpenstelen en mijn vriend was net gestorven. Ik was daar met mijn zusje, haar vriend, mijn moeder en haar vriend. Mijn zusje en haar vriend hebben toen alle mogelijke moeite gedaan. Ze gingen met een groot papier naar voren, waarop stond “Els wordt 30!” Het was best grappig te noemen, Guido himself nam zelfs zijn bril om het te lezen en voilà: ik kreeg mijn liedje. Dus ja, ik veronderstel dat mijn droom zelfs waarheid geworden is.

 

En verder dacht ik daarnet, toen ik de slaap nog trachtte te vatten in mijn bed, aan nog iets. Ik denk dat ik het fijn zou vinden, moest hij een pennenvriend zijn. Een ouderwetse pennenvriend, ik had er vroeger trouwens heel veel. Volgens mijn ouders te veel en ik moest het van hen beperken tot twee. Ik mocht er nog één hebben in mijn eigen taal en één in een andere taal. Ze namen me met andere woorden mijn grootste hobby af, want schrijven: dat is mijn hobby. Ik liet dan maar brieven toekomen bij vriendinnen van me en dat ging een tijdlang goed. Toen de mail opkwam heb ik nog een hele tijd ellelange mails zitten versturen naar zo’n pennenvrienden. Noem je hen dan trouwens mailvrienden of hoe zit dat? Maar echt hetzelfde vond ik dat ook niet. Al moet ik eerlijk bekennen dat ik ondertussen ook helemaal overstag ben gegaan, ik schrijf bijna alles tegenwoordig op de computer. Dat is ook heel handig, je kan zo veel aanpassen als je wil. Al doe ik dat ook niet vaak: een eerste gedacht is vaak het beste. Maar mensen vinden het, sinds de opkomst van facebook niet meer nodig om zo’n mails te sturen. Jammer vind ik dat.

 

Nu goed: Guido Belcanto als pennenvriend, ja, ik zou dat eigenlijk wel leuk vinden. Ik vindDSC_0434 dat die man best intelligent is of hij komt althans zo over bij mij. Ik vind zijn ideeën meestal ook heel interessant en ik kan me er vaak nog in vinden ook. Niet altijd: gelukkig maar. Maar ook verschillende ideeën zijn ook boeiend te noemen, standpunten innemen: discussiëren. Je kan dat natuurlijk ook doen in het echte leven, met woorden die uitgesproken worden. Ik nam zelfs vaak deel aan een filosofisch praatcafé en ik kan veel tetteren, maar daar zei ik zo weinig. Persoonlijk ben ik veel beter in het woordelijk opschrijven dan in het woordelijk uitspreken. Toen ik in het begin in de psychiatrie was opgenomen, kwamen ze van mij bijna enkel dingen te weten via papiertjes. Ik kon er niet over spreken en zelfs toen ik erover leerde spreken, stak ik nog af en toe zo’n papiertje in de bus van mijn psychiater. Nu goed, mijn vreemde hersenkronkels even helemaal terzijde: ja, met hem schrijven, dat wil ik.  Ik vind als ik zijn boeken lees bovendien dat hij zeker goed kan schrijven, echt wel. Dus het zou, denk ik, gewoon al fijn zijn om die brieven te lezen Dat is mijn fantasie, mijn droom. Zot vind ik dat niet, verre van, en ik bedacht het deze nacht.

 

Slapeloze nachten geven me vaak het meest inspiratie, soms denk ik echt dat ik sowieso eerder een nachtmens ben dan een dagmens. Mijn verstoorde melatonine-productie zal daar zeker voor een stuk tussen zitten. Als ik als verpleegkundige de nacht mag doen, ben ik ook veel meer in mijn sas dan als ik overdag moet werken. Het kan dan wel zijn omdat je ’s nachts eveneens geen last hebt van collega’s. Maar vooral: ’s nachts begin ik te schrijven, begin ik te schilderen en vind ik vaak dat ik geweldige ideeën heb. Dezer dagen zijn die vaak zelfs de volgende dag nog goed te noemen, dat kon ik stoned niet altijd even luidop zeggen de volgende dag.

 

schrijven is schrappenEn als ik nu gewoon dit bericht afprint, in een enveloppe steek en dat dan in die biechtstoel afgeef. Ik ben niet strikt tot de kern van de zaak gebleven, maar dat is eigen aan mijn schrijfstijl, ik weid nogal graag uit. Altijd zo geweest, altijd zo gedaan al was het mijn lerares van Nederlands in het laatste middelbaar die me zei: “Els, je kan goed schrijven, maar vergeet niet: schrijven is schrappen.” Ja mevrouw De Wit, ik ben het blijven onthouden, maar ik vind het nog steeds heel moeilijk. Ik krijg ook vaak tips van een schrijfster en de copywriter/mijn ‘baas’ bij het kinderwensmagazine waarvoor ik schrijf, ze zegt dat dat bij mij komt omdat ik heel snel denk. Kan ik me dan wel helemaal in terug vinden, ja. Nu goed, ik ga wel degelijk afsluiten, dit publiceren en nog wat schaapjes gaan tellen, denk ik: 1, 2, 3, ….