Mijn herstelverhaal

sigmund

Ik ben Els en ik heb dromen, zo zou ik heel graag schrijfster willen worden. Ik zou graag één of andere bestseller schrijven. Voorlopig ben ik begonnen aan een blog, een blog waar ik veel reacties op krijg, positief dan. Ik kan de negatieve op één hand tellen, denk ik. Een boek komt er misschien binnenkort aan, een boek dat ik schrijf voor Kinderwens Vlaanderen, maar voorlopig zal ik beginnen met een herstelverhaal.

Ik heb ooit diep in de put gezeten, mijn leven ging niet van een leien dakje. Op mijn 17de kwam ik dan op de PAAZ terecht, die eerste psychiater sprak gewoon van een angstproblematiek, meer woorden maakte hij er niet aan vuil. Ik vond dat goed zo, later zijn er verschillende diagnoses gevallen, het is te zeggen: het was allemaal “kenmerken van…” maar niets concreet. Nu misschien is een diagnose ook niet zo belangrijk, maar zelf hecht ik nog steeds het meeste waarde aan die van angstproblematiek. Eigenlijk denk ik gewoon dat ik een vrij moeilijke jeugd heb gehad en op mijn 17de kwam dat tot een explosie. Het moest er uit laten we zeggen, ik werd opgenomen op de PAAZ. Ik had die opname nodig, ze was het begin van een beter leven en om eerlijk te zijn was ik blij dat ik toen opgenomen was, nog niet in het minste om dat ik dan toch even thuis weg was. Niet dat een PAAZ een ideale omgeving is voor een meisje in haar adolescentie, maar het deed me goed, ook al liep ik in het begin er compleet verloren. Ik zat er al een week tot de nachtverpleegster me gewoon eens vroeg hoe het was, ik had tot die dag nog niemand daar echt gesproken, die verpleegster zou een belangrijke rol spelen in het beter worden. Ann, de engel van de nacht, zo noemde ik haar in gedachten vaak… Beetje overdreven misschien, maar voor mij voelde het wel zo. Ze was de eerste die me zo ver kreeg om af en toe mijn mond open te doen, om mijn gevoelens en gedachten eens uit te spreken. Hoe ze het deed weet ik niet, maar ik was lang heel gesloten geweest, ik wist ook niet hoe je moest praten over gevoelens, ik had dat thuis immers niet geleerd. Als ik nog maar durfde een traan te laten zien thuis, werd mijn vader kwaad. Het was een verademing, na die opname belde ik ze nog vaak ’s nachts op, ook toen ik doorgestuurd werd naar Kortenberg. Ik kon naar mijn gevoel enkel met Ann praten. Ze stond me te woord, dat wel, maar spoorde me stilletjes aan om ook met de verpleging in Kortenberg te praten… stilletjes aan liet ik Ann los en kon ik ook met anderen praten. Maar zij heeft dat in gang gezet, dat praten over gevoelens, over gedachten, over alles wat me bezig hield. In het begin deed ik dat heel veel met schrijven, het was een toegangspoort tot het praten over. Schrijven is ook altijd heel helpend geweest, dingen van me af schrijven, gedichten schijven, het is trouwens toen, in Kortenberg, dat ik van de verpleging voor het eerst te horen kreeg dat ik talent had om te schrijven. Ook al geloofde ik dat toen niet, ik dacht immers dat ik niet veel kon. Faalangst en zelfonderwaardering is een leidraad door mijn leven, een restant uit mijn opvoeding. Maar in Kortenberg begon ik echt te praten, het was het jaar van 2003, een zeer warme zomer. Ik heb veel aan die opname gehad, ze heeft toen letterlijk mijn leven gered.

Na die opname ging ik studeren, verpleegkunde, maar ook hier speelde die faalangst me weer parten. Ik wilde eigenlijk psychologie doen, maar durfde dit niet en ging dan maar verpleegkunde doen, een studie die me veel gemakkelijker leek. Eigenlijk deed me dat toen goed, ik had een doel in mijn leven. Doelen zijn belangrijk, ik zou dat diploma halen, dat ging eigenlijk zonder al te veel problemen al bleef ik last hebben van die faalangst, nochtans had ik elk jaar grote onderscheiding, maar het was wel het enige dat ik zowat had: studeren. Tijdens die studies heb ik serieus moeten vechten, vechten om psychiatrie te mogen studeren eigenlijk: op school, maar ook bij mijn ouders. Ze hadden zo iets van dat je geen psychiatrie mag/kan doen als je zelf psychische problemen had. Nu had ik door mijn faalangst eigenlijk mijn droom van psychologe te worden al vaarwel gezegd, dit zouden ze me niet afnemen, maar van al die stress kwam ik weer op de PAAZ terecht; het was eigenlijk daar dat de verpleging zei dat ik psychiatrie echt wel om de juiste redenen koos, niet om mezelf te helpen of wat dan ook. Precies dat ik mezelf trouwens zou kunnen helpen door dat te studeren, ik heb nooit ingezien hoe dat dan in zijn werk gaat. De jaarcoördinator zei immers in het eerste jaar dat een goede verpleegkundige eerst zorg voor zichzelf draagt. Ik heb dat jarenlang boven mijn bed gehangen, want ik wilde een goede verpleegkundige zijn, een heel goede zelfs.

Ondertussen was ik mij gaan verdiepen in het boeddhisme, ik was op zoek naar een zeker evenwicht en vond dat bij het boeddhisme. Dingen als “laten zijn” hielpen me er door, al kon ik dat in het begin nog niet echt. Ik probeerde het toe te passen en al doende leert men. En nu, als ik me slecht voel, voel ik me slecht, ik kan het echt laten zijn, ik ga me daar niet tegen verzetten. En eigenlijk maakt me dat gelukkig zeg ik altijd. Dat ik me “slecht” mag voelen van mezelf, dat ik die gevoelens niet noodzakelijk weg moet hebben, dat ze er mogen zijn. Het vergalt mijn dagen niet meer. En dankbaar zijn, ook zo iets dat ik geleerd heb door de verdieping in het boeddhisme, dankbaar voor elke dag, dankbaar voor de vrienden die ik heb, dankbaar voor de liefde die ik mag ontvangen, maar ook dankbaar voor wie ik ben, want ja, daar mag ik ook dankbaar voor zijn.

Ik was op zoek naar mijn eigen identiteit, lange tijd was ik een verlengstuk van mijn ouders, ik deed eigenlijk wat van me verwacht werd, maar ontwikkelde geen eigen identiteit. Ook omdat ik het nooit gemogen heb, denk ik, maar ik ging tekenen en deed het graag. Ik begon les te volgen op het conservatorium, ik wilde immers al lang gitaar leren spelen. Mensen begonnen me hippie te noemen omdat ik naar die waarden handel en ik was er blij mee. Blij dat ik tot een groep begon te horen. Na mijn studies werd ik nog één keer opgenomen, ik was het noorden even kwijt, maar die opname heeft me meer slecht dan goed gedaan. Ik kwam er echt slechter buiten dan dat ik binnen ging en nam me voor dat dat mijn laatste opname zou zijn. Ik groeide nadien, ik groeide in mezelf. Ik ging samen wonen met mijn partner en dat voelde goed, ik richtte ons appartement in en begon cursussen te volgen. Ik begon met vrijwilligerswerk omdat me dat slimmer leek dan meteen beginnen te werken en dat ging eigenlijk goed. Het gaf me een nuttig gevoel, ik ging werken aan mijn gezondheid, mijn lichamelijke, maar ook mijn psychische, ik liet me na die opname heel nabij opvolgen door een psychiater en een therapeute, maar ook door een endocrinologe en andere dokters want ook mijn lichamelijke gezondheid is niet fantastisch te noemen. Ik zocht een vaste gynaecologe. Thuis deed ik het huishouden, mijn partner ging werken en ik regelde thuis alles, het was een goede rolverdeling. We gingen uiteindelijk trouwen en ik zou een betaalde job zoeken. Ondertussen werkten we aan onze kinderwens, ik had die heel hard. Al snel waren we in verwachting, maar deze zwangerschap liep mis. Al na de cruciale weken, zeg maar. Ik was er kapot van, mijn ex ook en daarna lukte het niet meer. Ik en mijn ex groeiden verder uit elkaar en we gingen scheiden. Op zich was dit goed, goed voor mij, want ik was ook niet meer gelukkig. Ik heb veel moeite om dit te zeggen, maar ik was getrouwd met een vrouw, mijn partner was een vrouw… En het is niet zo zeer dat ik problemen heb met homoseksuele mensen, maar ik heb er wel problemen mee dat ik voor een relatie met een vrouw koos omdat ik schrik had van mannen. Die schrik is ook zo iets dat overblijft vanuit mijn jeugd, mijn vader speelt daar zeker voor een groot stuk in mee, maar ook seksueel gezien. Ik heb te maken gehad met misbruik, verkrachting en aanrandingen, seks jaagt me gewoon schrik aan. En daarom, en alleen daarom koos ik voor de veiligheid van een vrouw. Maar dit was niet wat mijn hart begeerde, ik wilde een man. Het zijn mannentorso’s die mij wild maken en geen vrouwenborsten. Dus, hoe pijnlijk die scheiding ook was, want ik zag mijn ex wel graag, hetzij niet op de juiste manier, het was voor met het begin van iets nieuws, het begin van mijn eigen ik in een leven waarin ik mij enkel nog samen zag met een man.

En daar waar ik mij in onze relatie ook vaak plooide naar de grillen van mijn ex, daar kon ik nu helemaal mezelf worden. Ik zag het alleen zijn als een verwelkoming, een verwelkoming om mezelf helemaal te vinden. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik mocht zijn wie ik wilde zijn en dat kon ik nu gaan waarmaken. Dat kon ik helemaal toen mijn vader stierf, ik voelde me zo vrij toen, verlost eigenlijk. Eigenlijk was ik blij en ik vind het erg dat ik dat zo moet zeggen, maar het is niet anders. De tirannie was over laat ons zeggen. Oké, mijn vader heeft vergeving gevraagd voor zijn opvoeding, ergens doet het me goed dat hij het toch besefte. Ik bezie hem vaak als de oorzaak van mijn problemen… oké, er is iets van genetische aanleg enzo, maar ik had nooit zo veel angsten gehad als mijn vader mijn vader niet was. Nu goed, ik heb hem die vergeving geschonken en het is pas laatst dat ik echt kwaad op hem kon worden, echt kwaad om wat hij mij heeft aangedaan, het is pas sinds kort dat ook ik (want dat deed verpleging vroeger al wel) het woord mishandeling in de mond durf nemen. En dit erkennen is een belangrijk proces in mijn ogen. Het is nu eenmaal gebeurd, er kan niets meer aan veranderd worden. Binnenkort ga ik onder begeleiding iets ritueel doen om dat verleden achter me te laten. Ik ga hem een brief schrijven, het hem eens goed allemaal zeggen. En dan, dan gaan we iets met die brief doen… wat… dat weet ik nog niet, maar iets… zo veel is zeker.

Het is pas nadat mijn vader gestorven was dat ik echt begon te leven, zo voelt het voor mij toch. Ik was immers verlost, ik groeide meer toe naar mijn zus en naar mijn moeder. Ook al ben ik kwaad geweest op mijn moeder omdat ze ons nooit tegen onze vader beschermd heeft, ik ben daar zelfs heel kwaad op geweest. Ik vond mijn weg nog meer in het boeddhisme en ik kreeg het gevoel dat nu ook mijn moeder eindelijk achter mijn interesse voor psychologie en psychiatrie begon te staan. Een gevoel waarnaar ik toch verlangde, ik denk dat ze eindelijk begreep dat het echt mijn interessegebied is. Ik blijf erbij dat ik niets zo interessant vind als de menselijke psyché, waarom doet een mens wat hij doet. En dat zat er al heel vroeg in, op mijn 14de las ik mijn eerste boek van Freud, ingewikkeld toen, maar mijn interesse was gewekt. Ik haalde veel voldoening uit mijn gitaarlessen en ik tekende en schilderde. Ik begon mijn leven te beteren, in die zin dat ik mijn steentje bij wilde dragen naar een betere leefomgeving, ik werd een verwoest sorteerder bijvoorbeeld en ik kocht bijna alles tweedehands, er is eigenlijk buiten mijn tv en stereo niets nieuws in mijn huis. Ik werd een fervent freecycler en zette me in voor de armen onder ons. Ik deed vrijwilligerswerk bij dokters van de wereld als verpleegkundige en zette vaccins bij daklozen. Ik voelde me zo nuttig, ik ging nog als vrijwillige verpleegkundige mee op ziekenzorgreis en was/ben fier op mijn diploma.

Ondertussen leerde ik Gui kennen, of Guido zoals hij officieel heette. Hij maakte me gelukkig, ik had nog steeds die angst voor mannen en twijfelde heel lang voor we een relatie begonnen, maar hij had geduld, veel geduld. We begonnen een relatie en ik voelde me goed bij hem, heel goed, maar bovenal: ik vertrouwde hem. Het was de eerste man in mijn leven die ik echt vertrouwde…met hem zag ik me oud worden, met hem zag ik me kinderen krijgen. Ik heb PCOS, een hormonale aandoening en kinderen krijgen zou niet vanzelfsprekend worden, maar hij wilde mee in de mallemolen van de vruchtbaarheidsbehandelingen stappen. Het leek zo mooi allemaal, hij steunde me in wat ik deed en gaf me vertrouwen, vertrouwen in hem, maar ook vertrouwden in mezelf. Bij hem durfde ik mezelf zijn, maar toen sloeg het noodlot toe. Hij kreeg een verkeersongeval, lag enkele weken in coma en stierf uiteindelijk. Hij laat ook een dochter achter, een dochter waarin ik Gui zo vaak herken. Ze is, zonder dat ze het weet, mijn zonnestraaltje. Mijn geluk kreeg een deuk en zoals ook eerder kon ik hier steunen op vrienden, maar ook mijn muziek hielp me er door. Ik speelde gitaar, als ik kon, en het voelde alsof ik het deed voor Gui die een gitaarleraar was. Ik schreef… veel, heel veel. En vooral dat schrijven helpt, de dingen van me afschrijven, maar ook de dingen delen. Ik zeg vaak dat ik veel steun haal uit mijn blog, door de reacties die ik er op krijg, dat ik anderen er ook mee help, is gemakkelijk meegenomen. Ik zocht de natuur op, want ook dat had me in het verleden al geholpen, de zon, een bloem: een bij op een bloem zien en verwonderd kunnen zijn door zo veel natuurpracht. Ik heb heel diep gezeten na de dood van Gui, maar ik had geen opname nodig, ik ben er zo door geraakt en de hele periode wist ik dat het wel terug zou beteren. Gui zal ik altijd blijven missen, maar de pijn wordt wel minder. Ik stond er laatst van versteld dat ik niet de hele tijd meer aan Gui denk, mijn geest maakt terug plaats voor nieuwe dingen, nieuwe ervaringen.

Als ik naar de toekomst kijk, zie ik mij werken in één of andere psychiatrische setting, een dagtherapie of zo, want ik kan niet tegen in shiften werken. Ik ben nu in begeleiding bij een jobcoach om richting te geven aan die droom. Ik zie me ooit wel terug een relatie beginnen en ook mijn kinderwens staat op de voorgrond. Ik wil nog gaan voor IVF, ik droom vaak van een gezin en ik geloof er ook in. Dankzij Gui heb ik geleerd dat mannen ook te vertrouwen kunnen zijn, dus ik ben hem daarvoor dankbaar, heel dankbaar. Maar als ik geen geschikte man vind, ga ik voor alleenstaande moeder. Als ik zelf geen kind kan krijgen, want die kans is vrij reëel, word ik pleegmoeder. En die bestseller… die ga ik ook ooit nog schrijven.

17 thoughts on “Mijn herstelverhaal

  1. Sterk geschreven. Ik vind het knap dat je dit zo goed onder woorden brengt, je hebt zeker schrijverstalent. Succes hoef ik je niet toe te wensen, je hebt de gave om dat zelf te maken.

  2. Leuk artikel ! Ik heb het ook gedeeld op mijn eigen platform fronza.nl, ik hoop dat je daar een paar extra lezers van krijgt. Mocht je ooit de ambitie koesteren om voor fronza een gast artikel te schrijven en zodoende een groter publiek te bereiken, nodig ik je van harte uit, je hebt talent namelijk. (geraldhemel@fronza.nl)

  3. Pingback: hippiemeisje

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s