Mijn brief aan Sinterklaas (2017)

sinterklaas-op-het-dak

 

Beste Sint,

 

Hier ben ik weer met mijn jaarlijkse brief. Ik blijf hem schrijven, misschien ben ik al 33: diep in mezelf blijf ik een klein meisje die elk jaar reikhalzend uitkijkt naar uw komst. Volgende week is het zover, dan bent u weer in België. Ik kijk er naar uit, het mooiste feest van het hele jaar.

Er is het afgelopen jaar weer veel gebeurd, beste Sinterklaas. Ik begon met vrijwilligerswerk bij Uilenspiegel. Psychiatrische patiënten/cliënten/GGZ-gebruikers of welke naam ze dan ook wensen, verdienen best een beetje aandacht, niet dan? Er is nog steeds stigma, ik vraag me trouwens af of dat ooit voorbij zal gaan. Ik ben er zeker van dat u dat ook niet goed keurt en het gebeurt eigenlijk constant, zelfs goedbedoeld is er constant stigma. Succesvolle artiesten noemen ze dan exentriek, de modale burger die wat anders is: dat is een andere zaak. Nu ja, ik wil me daarvoor inzetten, het is een missie, een doel geworden. Eigen verhalen delen, maar ook dat van anderen en dat doe ik al schrijvend, want dat doe ik graag. Het is mijn manier… zo heeft ieder toch zijn eigen manier, niet waar? Ik doe mijn best, ook het taboe rond onvervulde kinderwens en fertiliteitstrajecten wil ik zo verminderen. Ik maak van mij kwetsbaarheden mijn kracht, zegt men mij de laatste tijd en zo zou ik een stem geven aan een hele groep mensen. Doe ik dat echt, beste Sint? Soms is het best beangstigend, maar het is wel mijn manier om voor anderen op te komen, als ik dan toch geen verpleegkundige meer mag zijn, moet ik wel een andere manier nemen om dit te doen. Doe ik dit goed, beste Sint? Ik hoop het…

Ik ga je dit jaar weer hetzelfde vragen als vorig jaar en het jaar daarvoor en… Ik zou toch zo graag een kindje willen, beste Sint. Ik zeg wel dat ik elk jaar naar uw komst uitkijk, maar ik zou er nog veel meer naar uitkijken als je bij mijn kind kon komen. Ik ga ze weer zien, op facebook, de bezoeken van u aan al die kinderen en hoe leuk ik uw hele feest ook vind, dat kan ook best pijn doen. Och ja, ik ben er zeker van dat u uw best doet om die wens in vervulling te laten gaan. Maar ja, het is toch wel heel moeilijk waarschijnlijk. Het is ook best zwaar aan het worden, beste Sint, al die hormoonbehandelingen enzo. Elke keer zetten ze me in de menopauze om dan weer volop hormonen te krijgen, het is een uitputtingsslag, maar ik ga door. Ik heb nooit geweten dat een kinderwens zo diep kon zijn. Beste Sint, ik heb dit jaar normaal gezien een pick up en een terugplaatsing tijdens uw verblijf in ons land, kan u echt niets doen?

Bedankt trouwens, om vorig jaar ook mijn beste vriendin tijdens uw verblijf hier te helpen aan de overkant. Ik ben er zeker van dat u dat goed gedaan heeft en dan ze nu rustig aan de andere kant is. Men zei mij weleens dat u nog steeds in de hemel komt. Kan u haar veel liefs overbrengen en zeggen dat ik haar mis, maar dat het hier ook wel gaat? Kan u ook aan Guido vertellen dat ik me nog steeds zijn vriendin voel en zo goed mogelijk voor zijn dochter probeer te zorgen? Ook dat is best moeilijk, beste Sint. Ze heeft het moeilijk, u weet wel op welke vlakken. Het is een braaf kind, maar soms maak ik me er best veel zorgen over en huil ik mezelf erom in slaap. Ik doe mijn best, maar is dat wel genoeg? Voor haar mag u natuurlijk wel komen, ik heb nog geen flauw idee wat ze u wil vragen dit jaar, maar ik ben er zeker van dat u uw best wel doet om haar een mooi cadeau te brengen.

Beste Sint, ook dit jaar wil ik weer voor u klaar staan en mijn interim-job opnemen en door die schoorstenen kruipen moest er weer te veel werk zijn. Ik blijf deze job nog steeds de leukste van allemaal vinden. Ik heb nieuwe werkkleding gekocht, beste Sint en ik mag zeggen dat mijn nieuwe kostuum van betere kwaliteit is dan het vorige. Dat heb ik laten herstellen trouwens, reservekledij is steeds belangrijk.

Veel liefs,

Uw kapoen,

Els

Alias de Piet die vorig jaar van het dak viel

24 mei 1976: a day to remember

 

gui herdenking_LI (2)
Hoe Gui bij elke dag herddacht wordt (zijn foto heb ik inderdaad weggekrabbeld, daarnaast de tekst van Into my arms en een kaarsje.

24 mei 1976, de dag dat mijn (overleden) vriend geboren werd

24 mei 2017, de dag dat we zijn verjaardag gevierd hebben.

 

Het was een woensdag dit jaar, Gui’s verjaardag. Zijn dochter is door omstandigheden nu bij mij. We wilden geen triestige dag, wel een blije dag, want 41 jaar geleden werd er een prachtige jongen geboren, officieel geboren als Guido, maar steeds Gui genoemd (met een I en niet met een Y, want het was de afkorting van Guido, zei hij altijd). Zijn zus en zijn vader waren er ook mee akkoord. We zouden taart eten, een aardbeientaart met slagroom, zijn favoriet. De taart werd besteld en zijn dochter zei me die morgen voor de schoolbus kwam nog of ik die zeker ging ophalen. Tuurlijk.

 

De hele voormiddag lag ik maar naar een liedje te luisteren: into my arms van Nick Cave & The bad seeds, ik vind het een echt liefdesliedje. Het was ons liedje, voor de eerste keer samen op gedanst. Maar de tekst is ook veelzeggend: Leave you as you are. Komt er veel in, ik mocht en kon mezelf bij hem zijn en omgekeerd ook. Met al onze rare en vreemde kantjes, met al onze gebreken, maar ook met al onze goede punten. Over mij zei hij eens dat koppig zijn wel een goede eigenschap is, maar dat ik het mezelf daarom ook zo moeilijk kon maken. Ik kan daar alleen maar akkoord mee zijn. Maar hij vond niet dat ik echte mankementen had, ik vond dat van hem ook niet. Doordat onze relatie verder kwam uit een diepgaande vriendschap, is er geen stadium van verliefdheid geweest, zei een psychologe me ooit eens. Maar hoe meer ik erover denk…. Echte verliefdheid heb ik nooit gekend, denk ik… Ik moet eerste iemand door en door kennen, voor ik er liefde voor voel, ik denk dat ik het stadium van verliefdheid altijd oversla.

 

“Rouwen is eren wat waardevol is.” Het was een uitspraak die gezegd werd tijdens een van onze lessen. Gui was en is me nog steeds waardevol. Niet in het minst omdat ik door hem leerde dat mannen geen smeerlappen zijn. Daarvoor dacht ik dat dat niet kon of jawel, maar dat ik ze niet tegen kwam. Echt heel zwart-wit denken, noem ik dat niet! Ik dacht wel dat er waren, maar ik bleek ze niet tegen te komen. Je moet weten dat ik ooit voor de veiligheid van een vrouw koos omdat ik schrik had van mannen en zeker voor een relatie met hen. Zelfs in twee relaties met jonge gasten ben ik verkracht geweest. Bij de eerste heb ik ondertussen gehoord dat hij het keer op keer deed en er bewust jonge meisjes voor koos. Hij was 27 toen ik 17 was en we een relatie hadden. De andere kwam na die relatie met een vrouw. Ik had toen zeker heel duidelijk gezegd dat het niet wilde. Na een half uur kroop hij op mij en deed wat die wilde, ik lag te wenen toen…. En er zijn nog wel zulke dingen gebeurd, vroeger…. Elke keer opnieuw….

 

En toen kwam Gui, ik had schrik van mannen, vond ze smeerlappen, had vaginisme en seks lukte dus ook niet echt. Ik had er een hemelse schrik van. Toen ik Gui dat vertelde, zei hij gewoon dat je je ook op andere manieren kan amuseren en dat ik hem vooral moest leren vertrouwen. Ik moest hem één ding beloven: ik moest als ik iets niet wilde, zelfs een bij simpele knuffel, hem dat eerlijk zeggen. Ik deed dat ook en hij had enorm veel respect, hij stopte er gewoon mee. Hij heeft bereikt dat ik leerde dat er ook mannen zijn die te vertrouwen zijn. Ik heb er sindsdien ook kameraden bij gekregen en die zeggen zelfs dat het toch doornormaal is dat ge dat doet als ge een vrouw graag ziet. Ik zal nu de juiste mannen ontmoeten zeker? Weet ik veel….

 

En daar blijf ik hem sowieso dankbaar voor, hij leerde me dat mannen ook te I love Guido (2)vertrouwen zijn. Hij leerde me zin krijgen in seks, maar dat ik ook stop mocht zeggen als het niet ging en vooral dat hij dan luisterde. Nooit eerder echt ervaren…

Ik ben hem ook dankbaar dat ik er een prachtige schoonfamilie bij kreeg, die het nu nog steeds is. En het gekke is vooral dat dat vooral na zijn dood gebeurde en ik ben ergens ook heel blij dat ik nu voor zijn dochter mag zorgen, al is ze veel weg met haar beste vriendinnetje en gaat ze daar ook slapen. Het kind heeft het extreem moeilijk, maar zelfs mijn psychologe en psychiater zeggen dat ik waarschijnlijk een van de enigen ben die haar zal begrijpen. Tsja, haar gedrag en gevoelens zijn mij inderdaad niet geheel onbekend. Al zijn ze het gevolg van andere zaken, de normale reactie op ongewone gebeurtenissen blijft hetzelfde.

 

Dus ja, ik ben heel dankbaar dat ik Gui heb mogen leren kennen en ik geef toe dat ik hem nog steeds mis, maar ik besef ook dat elke keer ik erom huil een teken is van mooie herinneringen en van echte, oprechte liefde, ik zit nu ook te huilen en dat is oké, zegt mijn psychologe dan.

 

Het gemis werd terug veel groter toen een heel goede vriendin stierf in november. Ik was toen echt de twee mensen waartegen ik alles vertelde kwijt, ze waren weg en zouden nooit meer terugkomen. Het is vanaf dan dat ik terug naar mijn vroegere psychologe ging en terug echt naar de psychiater ging, ik raakte het immers nergens kwijt. Ik heb tijd nodig gehad, ik moest rustig worden en ze moest me laten voelen dat er niets mis was met wat ik allemaal dacht, voelde en deed. Ook een fertiliteitstraject geeft veel rouwen. Iets wat door iemand regelrecht liegen werd genoemd, vond zij helemaal niet liegen, eerder ook een manier van rouwen. Toen ik op oudjaar een miskraam kreeg, een vroegmiskraam, maar toch, en dat vertelde zei ze me dat ik mocht zeggen dat het een kindje was en geen hoopje cellen. Ik bleef maar zeggen met tranen in mijn ogen: dat was nog geen kind, dat was echt nog geen kind. Jawel, zei ze, elke mens is zo begonnen. Uiteindelijk werd mijn wiebeltje gewoon wel mijn kind en het verdriet werd minder. De poging erop had ik er twee, kans op een tweeling en ik huilde tranen met tuiten, mijn wiebeltje moest daar zitten, niet die twee. Ook dat vond zij doodnormaal….

 

En eigenlijk wilde ik vooral kinderen van Gui, niemand dat erbij stil staat hoeveel pijn dat dat doet, dat ik nooit een kind meer samen met hem zal hebben.

 

Nu goed, de taart werd afgehaald en opgegeten met ondertussen zijn favoriete muziek op. Veel Nick Cave uiteraard. Het was geen triestige dag, wel een heel mooie dag.

 

 

 

Putje in, putje uit, hormonen, dromen, schrijven en bedankt! <3

Het is weer lang geleden dat ik schreef voor mijn blog, hè! Ik krijg nochtans veel positieve reacties en hoe langer hoe meer. Ik zou liegen als ik zei dat me dat niets zou doen. Mijn ijdelheid wordt er wel mee gestreeld.

 

Ondertussen schrijf ik ook officieel in bijberoep, dat wil nu zeggen dat ik er geld mee dreamsmag en kan verdienen. Ik was het een beetje beu, al dat gratis schrijven voor jan en alleman. Freelance schrijver, staat mooi, niet dan? Ghost writer? Tsja, het kan nu allemaal en er zijn wel wat projectjes…. De éne al wat groter dan de andere, dat is ook logisch. Het begon allemaal met een droom, of die ooit echt iets wordt, weet ik natuurlijk niet, maar goed, na al die gratis geschreven dingen, ga ik nu ook gewoon verder. Maar nu in opdracht van. En ook dat eigen boek, dat echt even on hold lig, wegens persoonlijke redenen, maar eender wat de uitkomst zal zijn van dat verhaal, ik ga het schrijven. Er zei me iemand dat een boek een happy end moest hebben. Ik vind van niet, zei ik. Dus eender welke richting het zal uitgaan, ik schrijf het gewoon. Ik twijfel nog tussen eigen beheer en een uitgever, beiden hebben zo hun voor en nadelen. Uitgever is zelf redelijk veel investeren, eigen beheer ook natuurlijk, maar minder. Uitgever is gratis reclame (enfin, dat zit ook mee in die investering natuurlijk), eigen beheer is echt wel alles zelf doen. Nu ja, ik vind dat schrijven fijn en zie verder later wel. Ik heb er al veel over opgezocht!

 

Ik heb weer even in de put gezeten, ik ben eerlijk. Ik had een eicelpick-up gehad, er was er maar één van normaal bevrucht. Dat was niet goed, dat is nogal logisch. Mijn ultieme droom blijft nog wel steeds mama worden, uiteraard. Ik kreeg wel een TP. Ik heb er amper over gesproken, maar twee weken geleden had ik heel veel pijn in mijn onderrug, ik was naar een optreden geweest. Kreeg daar enorm veel pijn in mijn onderrug, niet te houden zelfs. Misselijk geworden van de pijn, buiten op de grond gaan zitten omdat dat goed deed tegen de pijn, heel goed zelfs. Uiteindelijk naar de auto gekropen, letterlijk. Jong gastje zag me, was een jaar of 16, hij was bijna thuis. Is dan zijn ouders gaan halen, die me dan toch echt maar naar de spoed brachten. Ik had al 20 keer nee gezegd tegen iedereen, ze konden daar immers niets doen. Maar nu zei ik echt “ja”, ze vroegen me nog of ze iemand moesten bellen. Nee, zei ik, ik had al wel berichtjes naar mensen gestuurd die avond…  Dus ja…. Ik heb me nooit zo eenzaam gevoeld als die nacht op de spoed van Lier. Ik wist tijdens dat optreden al hoe laat het was, nu ja…. Ik zit dan zo elke keer wat in ontkenning, vertel er niet veel van. Een vroeg-miskraam, dat is toch hetzelfde als gewoon negatief testen, niet dan? Mijn psychologe vroeg me nadien wel wat ik wilde bewijzen met “nee” te antwoorden toen ze me vroegen iemand te bellen. Dat ik het alleen kan, zei ik. Waarom, vroeg ze? Omdat ik alleen voor dat kind ga, zei ik weer. Ik denk dat ze haar bedenkingen had, ik nu ook wel, haar vraag deed me nadenken, mijn antwoord ook, nog steeds.

 

Nee, natuurlijk is dat niet zo, maar ik zeg het mezelf graag… Dan moet ik er niet aan denken dat ik weer een embryo kwijt ben. Dan is het gewoon weer niets geworden, denk ik dan. Is voor mij beter te dragen. Tsja, ik heb een grote kinderwens en ze lijkt enkel groter te worden. Ondertussen moest ik weer naar de “grote” dokter, die me een heel nieuw schema gaf. Het is weer een hele boterham. Hij zei me ook dat hij niet zeker is dat ik ooit kinderen zal hebben. Maar zoals iemand me afgelopen weekend zei, zolang hij nog mogelijkheden ziet, zijn die er toch nog? Ja, dat is het zeker, maar ik heb een week echt de put in gezeten, ik was ook ziek, heel ziek zelfs. Dus ja, ik kon en mocht in bed blijven liggen. Ik was daar best blij mee ergens, in zekere zin.

 

Mijn psychologe is dan weer blij dat ik zo dicht bij mijn gevoelens zit, dat ik kan wenen en in de put durf te gaan zitten, om er dan weer uit te komen. Want ik ben heel veerkrachtig, zegt ze, alleen zie ik dat zelf niet in. Toen ik haar gewoon een paar weken geleden zei “weet je, het leven is gewoon niet leuk, ook al wil iedereen dat wel heel graag.” zei ze terug “Het leven is inderdaad niet leuk.” Nu ben ik aan het schrijven over de vind-ik-leuk-maatschappij, want die twee heel eenvoudige zinnetjes die we elkaar zeiden, gaven me inspiratie. Het is best boeiend in hoeverre ik zie dat ik niet hou van deze vind-ik-leuk-maatschappij en aanhanger blijf van: blijf a.u.b. ook zeggen wat er tegenvalt, zodat niemand ongelukkig wordt. Want dat creëren we nu wel, facebook draagt daaraan bij. Ik ken mensen die zelfs zeggen dat je daar niets anders dan leuke dingen op mag zetten en geen problemen. Waarom vraag ik me dan af? Dat is het leven toch. Mensen zijn depressief en zetten een lachende foto op facebook. Facebook = fakebook, zeggen er ook velen, net om die reden. Ze hebben vaak gelijk.

 

Ik schrijf daar dus wel over, ook over miserie. Met deze blog, maar ook op mijn profiel en ik heb er ook geen problemen mee om eens iets te vernoemen in een groep of zo. Ik krijg vaak privé-berichten dat het anderen helpt, die vinden dat het niet kan, zetten het dan wel onder het bewuste bericht of zo. Toch krijg ik gelukkig meer positieve berichten dan negatieve. Maar dat ik reactie uitlok, is sowieso goed, denk ik dan: positief of negatief. Met negatieve feedback kan een mens trouwens ook veel, heel veel zelfs. De mooiste commentaar openbaar vond ik deze toch wel:

Geheel begrijpelijke boodschap. De kans is groot dat de groep die je niet begrijpt.

  1. Geen gevoel voor sympathie of empathie heeft.
  2. Zelf erg afhankelijk is geworden van likes.
  3. Het gewoon niet heeft gelezen.

 Het is jammer genoeg de trend. Een trend die moeilijk te doorbreken is. De social media kunnen velen niet loslaten omdat het streeft naar hun ideale wereldje.

Gezien worden en veel waarde hechten aan een ‘like’. The meaning of their life.

Mensen die hier minder gevoelig zijn zoals u, ik ook, zijn veel meer geneigd om echte real life contacten te behouden of onderhouden.

Immers (zo vind ik) heb je meer aan een handjevol echte geliefden (vrienden en/of familie) dan een grote groep vrienden (waar het de vraag is of ze echt zijn).

Allereerst mijn compliment. Je kwetsbaar opstellen wordt tegenwoordig vaak verward met ‘zwakheid’ terwijl ik het asocieer met ‘moedigheid’ en ‘sterke karakter’. Wie durft immers tegenwoordig openlijk te spreken over zijn of haar gebreken. Die groep is in de minderheid.

Hopelijk vindt u wat u zoek.

 

Dat was als antwoord op het bericht: “het is oké om alleen te zijn, soms, maar niet constant”

Het beschreef heel goed wat ik wilde meedelen. Maar dan in zijn persoonlijk woorden.

 

Maar ik krijg veel privé-berichtjes ook, heel veel zelfs, zeker nu ik een facebookpagina heb, dat mijn blog hen zo helpt. Omdat ik er zo open over schrijf, over de pijnlijke rouwprocessen, over het enigszins “anders” zijn. Over het in de put zitten en er weer uitkruipen, dat dat ook nodig is, soms in de put gaan zitten. Zolang je daardoor terug energie kan krijgen en je er niet in wentelt, is dat goed. Ik weet dat dat voor mij werkt, even dat doen, dan kan ik daarna weer verder. Daar niet aan toegeven werkt bij mij juist omgekeerd. Zoals ik zei zat ik in de put, dat was sinds zaterdag voorbij, denk ik, of vrijdag al. Ik weet het niet juist. Ik had gezegd tegen mijn thuisverpleegster: “ik word zot van al die rommel hier” Op uw gemakske opruimen, zei ze, maar u niet forceren. Ik deed het, ging natuurlijk wel over mijn grenzen, uiteraard. Maar het blonk hier. Energie, dus….

 

Ik wil hier ook niet te veel over zeggen, maar de laatste weken blijft mijn plusdochter hier ook heel vaak. Dat meisje heeft het psychisch heel moeilijk, dus dat weegt door. Daar schrijf ik dus niet over, heel bewust. Ik weet namelijk niet of ze dat zo leuk zou vinden als ze dat leest over 2 jaar of 5 jaar of….  Ik merk wel dat ik desnoods kruip voor haar. Dat dan wel weer. Nu ja, dat ze het zo moeilijk heeft, is heel normaal. Maar zoals ze zeggen: hoe vroeger psychische problemen beginnen, hoe beter ze er uit kunnen geraken. We leven op hoop en ze komt hier graag. Ik begrijp haar, zei ze laatst zelfs. Van mij mag ze ook ongelukkig zijn, wenen, kwaad zijn en volledig zichzelf zijn. Haar vader vond dat ook belangrijk, ik dus ook.

 

Ondertussen ben ik dus ook weer bezig met hormonen spuitinfertilityen: een bangelijke combinatie die niet te onderschatten is, maar ik voel me inderdaad weer goed. Omdat ik voel dat het me deugd doet er terug mee bezig te zijn. Mensen waren me aan het aanraden om een pauze te nemen, maar net omdat ik nu verder aan het gaan ben, voel ik me ook weer beter. Ik ben weer bezig aan mijn grootste droom. Mijn moeder zei dat ik mijn eigen lichaam kapot maak. Waarschijnlijk is dat ook zo, maar waarschijnlijk begrijp je dat ook enkel als je echt geen kinderen kan krijgen anders en dat het volgens mij een natuurlijk instinct is om kinderen te willen krijgen. Nu ja, mensen rondom mij zijn gestopt met te zeggen “uw tijd komt nog wel” en anderen consoorten, terwijl ik al heel jong wist dat ik er geen kon krijgen, zelfs met traject en dat meestal ongepast vond en het zelfs pijn deed, hoe goed bedoeld ook. Ze zijn gestopt, nu zeggen ze niets meer, dat doet ook wel pijn, maar ja… Ik ben misschien nooit content, ik weet dat ze doorgaans niet meer weten wat zeggen. Dat dan juist wel zeggen, is nochtans ook heel helend. Gewoon zeggen dat je niet weet wat zeggen. Gek eigenlijk, dat men niet beseft dat dat juist goed doet om dat te zeggen in zo een geval. Maar het is zwaar, iedereen waarschuwde me vooral voor de psychische belasting van die hormoonbehandeling, maar ik vind dat ik vooral last heb van de lichamelijke belasting.

 

Nu binnenkort kan ik ook echt weer aan het werk kan enzo, ga ik ook weer terug echt dingen om handen hebben, buiten komen. Een mens heeft dat nodig, dagen alleen zitten, daar wordt een mens zot van. Letterlijk en figuurlijk. Ik ben nog steeds beperkt in mijn doen en laten, maar het gaat beter en beter, komt goed.

 

Ik heb mijn projectjes, mijn eigen projectjes en ik ga in overleg over wat ik voor kinderwens Vlaanderen kan doen. Ik wil verdorie echt terug dingen doen…. Echt doen…. Hoe langer je thuis zit en hoe minder je kan, hoe minder je ook zin hebt om iets te doen. Als je gaat werken, kuis je veel meer dan thuis te zitten. Dat is dus doodnormaal…. Dat heeft met energie te maken en ze noemen dat ook een bore-out. Dezelfde kenmerken als een burn-out, maar dan van verveling. Activiteit geeft gek genoeg energie. Mensen vinden dat vreemd als ik dat zeg, behalve -weer- diegenen die het zelf kennen of mijn gezinshelpster bijvoorbeeld. Die zegt dat ze dat overal ziet.

 

Ik heb ervoor gekozen met nu goed te laten opvolgen: psychologe (is nu ook min of meer verplicht bij ferti-traject, net omdat het emotioneel zwaar is), ik ga terug naar mijn psychiater enzo voort enzo verder. De thuisverpleging smijt ik buiten nadat de hechtingen uit mijn lijf zijn, ze zijn akkoord. En als het niet gaat, weet ik ze wel te vinden. Lukt wel, denk ik dan. Waarom zou het niet zijn? Ge zijt wel een plantrekker, hè, zei ze….. Na vijf jaren alleen wonen, zou het vreemd zijn dat niet te zijn. Ik zou dan ook niet meer alleen wonen, denk ik.

 

Nee, ik zat weer even in de put, ik kroop eruit! Ik krijg af en toe negatieve feedback over mijn schrijven, maar veel meer positieve. Echte bedankingen, die ik koester, echt koester, zeker als die hele privé-berichten ook uit het hart geschreven zijn….

 

Ik koester die, ik koester die echt… Dus doe maar gerust verder…. Echt waar. Heb geen schrik, ik ontvang ze graag.  Ik heb lang verlangd naar feedback, maar kreeg het amper, nu krijg ik het meer en meer, bedankt allemaal, echt waar. Ik leek zo voor niemand iets te betekenen, ik ben blij dat mijn facebookpagina daarin geholpen heeft. Het gaf me ook veel meer lezers. Onderschat nooit de impact van sociale media, positief en negatief, maar ze zijn ze.

feedback

 

Ik leerde ook een echte les: echte vrienden blijven, ze blijven echt. Ik heb een periode echt mensen weggeduwd, nadat Gui stierf, pas na de dood van Amber zocht ik ze allemaal weer op. En eigenlijk hebben ze me allemaal weer met open armen ontvangen. Ik heb veel vrienden, echt heel veel. Wij lopen elkaars deur niet plat, maar als we elkaar nodig hebben, zijn we er wel voor elkaar. Love it.

 

Op facebook heeft mijn pagina ondertussen meer dan 700 vind ik leuks en nog meer volgers en dat doet deugd, dat doet echt deugd. Dus ik ga naarstig verder, met mijn schrijven: met mijn schrijvende missies, zeg ik soms….

 

Dat doet me goed voelen, bedankt, echt waar!

Rouwen en zwarte schapen

sheep

Ik heb twee weken geleden een vriendin teruggezien die ik al even niet had gezien en als het praten is zoals je elkaar gisteren nog gezien hebt: dat zijn echte vriendinnen. Het was daardoor dat ook Guido bij ons kwam zitten, hetzelfde zowat eigenlijk. Al heb ik een hele poos moeilijk tegen hem kunnen praten, al stuurde ik hem daarover eerder wel een mail. Hij heeft die gelezen, dat weet ik zeker, aan een paar dingen, maar dat moet niet gezegd worden, dat is goed zo. Lekker veilig, zei ik tegen mijn psychologe. Al zei die dan weer: ik denk juist dat je er zelf al onbewust terug meer mee wilde praten als je zegt dat je veel meer naar zijn optredens ging dan anders… Ze heeft een punt, denk ik, ze heeft dat nogal vaak. Ik vrees dat ik een goede psychologe heb. Ja, soms is dat best te vrezen, ze weekt zo veel los. Dingen die ik niemand ooit vertelde en zij krijgt dat allemaal los. Brrrrrrr, ik heb haar dat al gezegd “maar hoe doet gij dat? Ik vertel hier zo veel wat ik niemand eerder vertelde.” En dan kijkt ze me met een vragende blik aan en haalt ze haar schouders op. Misschien weet ze het zelf wel niet. Het wil wel zeggen dat ze goed is.

Mijn psychologe dus, ja, ik ga naar iemand. En dat doet goed, ik ben naar haar beginnen te gaan toen Amber stierf, dat ook veel van Gui naar boven haalt en ik ook echt rouw om mijn grootvader al kwam dat besef pas bij haar en ook wel omdat ik met dat fertiliteitstraject bezig ben en dat echt wel zwaar is en altijd zwaarder wordt. Het was ook zij dat ze me zei dat ik me niet schuldig moest voelen dat ik het moeilijk vond om naar mijn grootvader te gaan, want dat het pure zelfbescherming was. Manu Keirse zei me dat hij in zo een geval mensen aanraadt om toch te gaan, met iemand erbij omdat het dan minder “vies” is, want iemand die je altijd als je sterkte opa zag zien aftakelen, is gewoon vies, zei hij. En wij leren kinderen daar niet mee omgaan, zei hij ook en dan kan je dat als volwassene ook niet. Wij leren geen afscheid meer nemen, zei hij, we leren niet meer dat aftakelen en de dood bij het leven hoort en kinderen worden er bewust van weggehouden, maar het maakt ze op dat vlak gehandicapt als volwassene. Vroeger speelden de kinderen gewoon naast opa die eerst lag te sterven en later in de voorkamer lag opgebaard. Ze speelden tikkertje rond hem als hij daar zo lag. Hij heeft gelijk, maar hij zei me eigenlijk: je moet dan in zijn ogen kijken en dan zie je dat dat nog steeds je sterke opa is van vroeger: ogen veranderen niet. Ik begon spontaan te huilen, doe het nu ook. Helemaal op het einde zei hij dat mensen die echt oprecht kunnen huilen door een rouwproces en geraakt worden door er over te spreken heel veel liefde in zich hebben en veel liefde kunnen geven. En helemaal op het einde wreef hij even mijn zijn hand over mijn rug en zei hij: “Als je al veel mensen hebt moeten afgeven, is pijn heel normaal maar zit je boordevol liefde voor anderen” Ik had nochtans enkel van mijn grootvader verteld, denk ik. Het was tijdens een les voor mijn opleiding, dus ja. Maar die ene zin, enkel aan mij gericht, deed me toen echt deugd. De man kreeg een oprecht glimlach van me die wilde zeggen “dank u!”

Ik leerde ondertussen ook dat rouwen gewoon liefde is en ook wel eren wat belangrijk is of was. Dat ook rouwen tijdens een fertiliteitstraject wil zeggen dat je eert dat een kind en liefde willen geven aan een kind voor jou heel belangrijk is en dat dat net mooi is en echte, pure liefde. Rouwen is dus liefde en eren… En ja, een kind is voor mij belangrijk, sowieso. Is ook duidelijk, anders zou ik niet blijven gaan en gaan, want ik kreeg op dat vlak weer heel slecht nieuws en toch gaan we verder en verder… Mijn psychologe vroeg of ik voor mezelf daar een grens had opgelegd in hoever ik wilde gaan. Nee, zei ik haar, ik wil mezelf later niet verwijten dat ik er niet alles voor gedaan heb. Ik heb de keuze: ik kan er over blijven dromen of er vollop voor blijven gaan, dan kies ik voor dat laatste, hoe vermoeiend en hoe zwaar het ook is. Vele mensen noemen me daardoor ondertussen zo sterk, vooral omdat ik het alleen doen en al zo veel tegenslag erin te verwerken kreeg en ik gewoon blijf doorgaan en meedraaien. Maar ik kan voor mezelf wel erkennen dat ik er verdriet over heb en ik ben er heel bewust heel open over. Ongelooflijk hoe taboe onvruchtbaarheid is, ik schrik er elke dag van.

Rouwen hoort bij het leven, ik kocht een doe-boek: “als een geliefde sterft”, ik pas de oefeningen toe bij verschillende mensen en het helpt wel, ik schrijf hen brieven enzo en ik speel met rouwkaartjes, maar ik doe het ook met mijn wenskindjes. Dat is goed zo, het helpt me en ik voel dat ik daardoor gelukkiger ben. Mijn psychologe zegt dat ik grotendeels bij haar kom om te rouwen, een constant rouwproces dat begon op mijn 17de omdat niemand dat ooit allemaal nog alleen kan verwerken, terwijl de wereld maar doordraait en er geen tijd gemaakt wordt om te rouwen.  Rouwen doe je zelf, maar hoef je niet alleen te doen, dat zei iemand me toen Gui gestorven was. Die blijft mooi en dat is wat zij ook zegt. Bij haar mag ik er echt ruimte voor maken. Ik mankeer psychiatrisch niets, daar mag ik gerust in zijn zegt ze, zelfs “vreemd gedrag” wat iemand regelrecht liegen noemde, vindt zij niet vreemd of liegen, maar gewoon rouwen. Fantaseren over wat had geweest kunnen zijn, is heel normaal bij rouwen. In dit geval ging dit over een foto van een kind, ik weet inderdaad nog dat mensen dat doen en er over vertellen alsof dat kind er ook is of was, dat mensen foto’s van een baby op facebook of wat dan ook zetten, omdat dat kind een kind was, maar je niet de kans kreeg het te leren kennen en niet eens de kans kreeg om er iets tastbaar van te hebben, er een voorstelling van kan maken of er anders over mag praten en dat dat net zo belangrijk is, hoe vroeg dat kindje ook weggenomen werd. In het boeddhisme is dat trouwens doodnormaal, nog een reden waarom ik zo van het boeddhisme houd. Elk leven of begin van een leven is waardevol, zeggen die boeddhisten immers. Daar wordt elke wensouder gewoon als ouder gezien en worden beeldjes gemaakt van sterrenkindjes, die ouders dan aankleden en verzorgen. Hier verklaart men je dan zot, heel cru gezegd, maar elke wensouders of elke ouder die een sterrenkindje heeft, zal beamen dat zij het liever ook zo hadden. Ik hoorde twee jaar geleden iemand zeggen dat mensen die hun king nog echt geboren hebben weten worden, ook al was het niet lang in leven of al dood blij mogen zijn, want dat zij er ten minste een foto van hebben. Want, zei hij, ik heb een kind en ik heb er niet eens een foto van, enkel een nietszeggende echo. Dat vond ik ook cru gezegd, maar ik begrijp hem ergens wel. Het is daarom dat mensen dat doen, leerde ik eerder al, zei mijn psychologe ook, omdat dat net zo belangrijk is.

De vorige keer vroeg mijn psychologe trouwens of ik iets wilde meenemen van Amber omdat ze ze wilde leren kennen. Ik nam een kaartje van haar mee, waar ze enkel “dikke knuffel, Amber” had ingeschreven… En ik vertelde met een glimlach op mijn gezicht over haar terwijl de tranen rolden over mijn wangen. Ik vertelde ze mooie dingen, dingen die enkel in een (h)echte vriendschap kunnen bestaan. Dat Amber me leerde dat knuffels niet bedreigend moeten zijn, maar dat mensen ze ook geven omdat ze je graag zien en dat ze me dan stevig vastnam en ik verstijfde zoals altijd en ze dan tegen me zei “rustig, je bent veilig, ik doe dit omdat ik je graag zie” en ik ondertussen tranen met tuiten huilde. Het was Amber die er niets van zei dat een hele dag niet at als ik bij haar was en dan ’s nachts vreetbuien kreeg en die uitkotste, ze zei er echt niets van, maar wist het wel. Het was Amber die me dan wel ’s morgens al lachend zei: ik heb wel 5 verschillende soorten choco, moet je eens proberen. Ze had haar eigen manier, zonder te bekritiseren, maar ik vond dat net zo fijn. Ik weet nog hoe ik in paniek was toen ik te horen kreeg toen ze die longembolie had en dat ik naar ze toe reed toen ze van de intensieve zorgen was. Even op bezoek in het ziekenhuis van Utrecht, even 150 km heen en dan weer terug om daar drie uurtjes te zijn.   Maar het was ook zij dat ooit naar me toe kwam gereden op een vrijdagavond toen ik een paniekaanval had en me onderweg al probeerde te kalmeren via de telefoon. De laatste keer dat ik samen met haar was, het was een week, bij haar thuis, was ze eigenlijk al redelijk slecht, snel buiten adem, veel pijn, …. maar dat het was de mooiste week die ik ooit had gehad. Gewoon samen zitten en letterlijk samen lachen en huilen. Ik troostte haar en zij mij, zeg ik weleens. Dat was ook zo… dat was echt zo. Ik weet dat op een moment tranen uit haar ogen zag rollen en ze bij mij ook kwamen en we elkaar toen vastnamen en echt heel hard huilden. En om dezelfde reden, omdat ze ging sterven. Ik zei haar vaak dat ik een groot meisje was en dat ik het wel zou aankunnen dat ze zou sterven, dat ze zich geen zorgen moest maken. Zij zei me dat ik de mensen niet weer moest gaan wegduwen zoals ik na de dood van Gui gedaan had, want dat ik ze nodig ging hebben.

Ik zit nu weer te huilen, zo intens die momenten…. Die hele week. Ik stuurde haar het liedje door van Emilia, I’m a big girl, it’s not a big thing if you leave me, but I will miss you much.

Ik kan nu wel zeggen: het is wel een big thing, dat wist ik toen ook al, maar ja, ik wilde het niet te veel over mij hebben, zij ging sterven en ik wilde haar ook gerust stellen, maar ik mocht van haar wel zeggen dat ik haar ging missen. Ik blijf bij je, zei ze, je zal het wel merken. Op een avond, twee weken nadat zij gestorven was, lag ik hier in bed te huilen, net omdat ze gestorven was en ik voelde precies een arm om me heen.  Ik denk dat ze me toen kwam zeggen dat ze er nog steeds was. Sommige vriendinnen zeggen ook dat het Gui kon geweest zijn, omdat ik hem nogal gevoeld had of hem soms hoor fluisteren en dat hij dan ook wel besefte dat ik veel verdriet had om Amber. Ik ben er zeker van dat ik Gui al meerder keren voelde, en toch blijf ik er zelf sceptisch tegenover: kan dat wel? Wil dat niet gewoon denken??? En bij Amber denk ik het nu ook…

Dat ik nu zo eenzaam ben, zeg ik vaak, ik ben mijn twee besties kwijt, maar ik heb veel vrienden eigenlijk en ook wel echte goede vrienden. Ik vraag me soms af waaraan ik ze ooit verdiend heb, maar ik mag mijn handjes kussen, ik noem nochtans niet snel iemand een vriend of vriendin. Mensen zeggen me dan dat je krijgt wat je zelf geeft en dat ik hen veel geef. Letterlijk en figuurlijk. Maar goed, Gui en Amber vertelde ik echt alles, voor hen stelde ik me echt open, echt volledig, al hebben ze er beiden lang over gedaan om dat gedaan te krijgen, maar ze namen die tijd ook, omdat ze geduld hadden zeg ik altijd. Omdat ze me graag zagen, zegt mijn psychologe dan. En vriendschap en liefde dat is geven zonder iets terug te vragen, dat leerde ik ook door hen.

In december heeft er iemand zijn beklag gedaan over mij tegen een vriendin: een van de dingen was dat ik niet eens de parking had betaald toen ze mij kwamen halen in het ziekenhuis. Dat is ook zo, ik had daar zelfs niet aan gedacht. Toen ik zei tegen die vriendin, zei ik dat ik er zelfs niet aan gedacht had toen. Die vriendin zei me gewoon “ah nee, dat is ook logisch, want gij vraagt dat zelf nooit en vindt het niet eens belangrijk dat ze dat betalen. Hetzelfde met naft of zo. Gij zijt al lang content dat ge iemand kunt helpen of dat ge samen ergens naartoe kunt gaan” Ze heeft gelijk, 100% zelfs…. Want het is net leuk om zoiets kosteloos te doen voor iemand, gewoon omdat je iemand graag hebt. En inderdaad: als ik dan toch al ergens naartoe rij, waarom zou iemand dan nog moeten bijleggen. Ik rijd dan toch sowieso naar ginder. Amber deed dat ook, zij vroeg nooit geld voor iets en ik nooit aan haar. Wij gaven elkaar gewoon dingen, ik kocht haar een cd van Guido Belcanto omdat ik wist dat ze die leuk zou vinden en zij kocht mij de film “walk the line” zo maar, er moet ook geen reden zijn om iemand iets te geven als je mensen graag hebt, dat is trouwens veel leuker dan met een verjaardag of kerst, want dan is het immers “verplicht” en dit zijn echte verrassingen en tekens van om elkaar geven…. Geld??? Is dat echt belangrijk, ik vind van niet. Het is vooral handig en daar is dan ook alles mee gezegd, in die zin is het wel eblangrijk: een mens moet immers kunnen eten en een dak boven zijn hoofd kunnen betalen. Het valt mij ook altijd op dat het just de mensen zijn die weten wat het is om met een klein inkomen toe te komen, het meest vrijgevig zijn, op zich is dat best opvallend, heel opvallend zelfs. Maar geld is ook vooral iets moois om iemand onverwacht te verrassen of gewoon een dienst aan iemand te verlenen en al eens twee euro voor de parking te betalen zeker als die persoon al torenhoge kosten heeft. Ik ben juist blij als ik iemand naar het ziekenhuis kan voeren en die dan geholpen heb, moet ik daar geld voor? Nee, want ik weet dat ik daar ook weleens mag blijven eten of zo, en dat het over 10 jaar pas misschien helemaal omgekeerd kan zijn… Wederkerigheid kost geen geld, vind ik, vinden al mijn vrienden, dat is iets onvoorwaardelijks bijna, dat vanzelf komt. Ik ben zo niet opgevoed hoor, tot op de cent moet je iemand juist betalen, anders komen er vodden van. Dat werd erin gedramd. Mijn ervaring leerde me ondertussen net het omgekeerde, niet gefocust zijn op die laatste cent of dat het wel helemaal juist betaald is of al eens een brood voor iemand meenemen als je naar de winkel gaat en zeggen: laat maar zitten, dat geeft veel minder vodden: het zegt namelijk: ik doe dat graag voor jou. Als ik vrienden dan toch al eens voorstelde om ze te vergoeden, kreeg ik meestal een blik van: wat zeg jij nu? Betaal de volgende keer op café gewoon een pint en het is in orde. Ik ervaarde dat al in het middelbaar, maar ik ervaar dat nu nog eens zo hard.

Maar ja, ik zei het laatst nog, die avond dat ik daar met die vriendin en de Guido aan dat tafeltje zat, zei ik dat ik naar Stijn Meuris was geweest en dat hij zei dat je in elke familie zo wel iemand hebt die er niet bij helemaal bij hoort en dat ik meteen dacht “in onze familie ben ik dat”. Guido zei spontaan: “Els, elke familie heeft een zwart schaap nodig, iemand moet die rol op zich nemen. Bij ons heb ik dat gedaan, bij uw familie heb jij dat gedaan. Dat is een nobele taak om op u te nemen.” Ik moest er wel mee lachen toen hij dat zei. Een heel goede vriendin zei me dat vorige zomer ook al eens: “jij bent gewoon anders”. Het was toen ik zei dat ik me minder en minder thuis voelde in mijn familie. (Het is nu te hopen dat ze me dat niet kwalijk nemen dat ik dat hier zet, het is mijn gevoel en ik zeg immers niets slecht over hen, ik neem hen dat ook niet kwalijk: ik ben immers anders, niet zij. Maar zelfs dan leert de ervaring dat dat verkeerd kan opgevat worden.)  Het was vorige zomer dat ik dat voor het eerst zei… Toen ik dat tegen mijn psychiater zei, bevestigde ze dat overigens, maar zei er wel bij dat die mensen meestal het meest trouw aan zichzelf zijn en dat je je kan afvragen wat dan het belangrijkste is.  Ik weet ook nog dat iemand me op mijn 15de ooit zei “ik ken niemand die zo haar best doet om normaal te zijn, maar het nooit zal zijn, jij denkt gewoon anders.” Ik heb er ondertussen gelukkig vrede mee dat ik anders in elkaar zit dan de doorsnee mens, ik ben er zelfs gelukkig mee ondertussen, dat is ook aanvaarden. Of zoals Amber me vaak zei “you’re wierd, I like you!” Ik heb trouwens bij mijn uitgelichte foto’s op fb een geweldige foto staan, ik hou namelijk echt van mensen die niet leven volgens de regeltjes, maar wiens vriendschap en trouw groter is dan eender welke regelgeving.

fit in box

Mijn goede vrienden zijn eigenlijk allemaal zo. Wij kunnen ook totaal verschillend zijn, maar dat is goed zo. We nemen ieder op toer onze plaats in, naargelang wie het nodig heeft, maar als het er eens af moet bij mij mag dat en als het er eens af mag bij een ander mag dat ook. Wij zeggen ook gewoon tegen elkaar “ik vond dat nu niet leuk dat je dat zei” en dan kunnen wij zeggen “ja, ik heb daar niet bij stil gestaan, sorry”. Verder wordt daar niets meer over gezegd, nooit meer, wij houden niet van oude koeien, maar het is gezegd, zonder ruzie, zonder onbegrip en we weten dat iedereen een fout kan maken. We kunnen zelfs zeggen: ik vind dat je de laatste tijd weinig in mij geïnteresseerd bent en als je dan zeg “Ja, maar met die kanker van Amber zit ik met niet veel anders meer in mijn hoofd.” en dan zeggen ze: “Dat begrijp ik”. Ik heb vrienden met heel veel empathie en dat mis ik veel bij andere mensen, heel veel, wij hebben dat naar elkaar toe. Ik moet er nooit half zitten te smeken van “he, ik ben hier ook! Luister eens!” Ik moet dat nooit bij mijn vrienden, ze doen het automatisch. Ze zeggen al lachend dat ik ook een luide stem heb, maar dat je daar niet aan kan doen, dat ik het goed kan uitleggen, maar ook plaats kan houden en maken voor de andere. En dat ik zelfs heel goed kan luisteren en dat ik dan nooit advies wil geven, maar gewoon echt kan luisteren en dat dat een bijna unieke gave is die mensen beter zouden hebben. En dan denk ik: ik heb goede vrienden, maar er is van allen een serieuze hoek af, dat is waar, maar net daarom zijn het mijn vrienden. Elkaars mankementen kennen en aanvaarden…. Mensen waarbij je jezelf mag zijn, dat zijn mensen die je graag mogen en die jij graag mag en ik ben blij dat ik zulke vrienden heb… En wij zijn allemaal keer op keer het zwarte schaap van de familie. Of zoals een vriend zei “mijn moeder zei toen ik kind was al “gij zijt ne rare!””

Dus vriendjes van me: dank jullie wel!!!! Bedankt om wie jullie zijn en omdat jullie mij laten zijn wie ik ben en bedankt dat jullie ook gewoon zijn wie jullie zijn! I like…

En ook bedankt dat ik mag “zagen” over dat hele fertiliteitstraject, wat jullie geen zagen noemen en dat ik mag praten over Sterre en mijn wiebeltje, over Gui en over Amber, opnieuw en opnieuw. Dat maakt me gelukkig, echt waar….

En onthoud:

wierd