Hoe zelfinvestering mij weer op mijn plooi laat komen

Goh, ik schrik eigenlijk van wat ik allemaal onderneem de laatste weken, ondernemen voor persoonlijk welbevinden dan. Ik schreef trouwens voor mamaplaneet nog eens mijn volledige fertiliteitsverhaal, van het prille begin tot nu toe op. Dat kan je hier lezen. mamaplaneetDat ik, de dag dat het gepubliceerd werd, zelf nogal schrok van wat erin stond, verbaasde me wel en in de namiddag zat ik bij mijn psychologe “hoe hou ik dat vol?”, dat waren exact de woorden die ik haar vroeg. Ik leek zelf vol ongeloof. Nu ja, de reden is waarschijnlijk heel eenvoudig: een fertiliteitstraject zal naar mijn gevoel nog steeds minder zwaar zijn dan geen kindje in mijn armen. Ik las er ook net een artikel over: je verlegt steeds opnieuw je grenzen, dat is ook zo, bij mij is dat alvast zo en bij de meeste lotgenoten rond mij zie ik dat ook.  Nu goed, ik wacht nu op eiceldonatie dus. De procedure start in maart. Ik moet zeker zien dat ik een afspraak maar bij de psycholoog van het centrum en mijn donor moet dat met haar partner ook doen. Niet vergeten, maar over dat investeren dus…

Even een opsomming.

1/ Ik had al gezinshulp van OTV sinds mijn auto-ongeluk, die heb ik nog steeds. Nog steeds in hoofdzaak omdat ik heel veel pijn heb, maar toch ook wel omdat fertiliteit wel wat van je vraagt en als je hier weer met pure migraine een paar dagen in bed ligt, erActive young woman with six hands representing multitasking machine. toch iemand is die je wat helpt al was het maar door naar de winkel te gaan. Over mijn buren kan ik daarover ook niet klagen hoor, die doen dat ook wel als ze kunnen. Nu ja, de gezinshulp doet dan wel wat meer, het is handig als je alleen bent: ze kookt dan ook. Soms ben ik zo uitgeteld of ziek van die hormoonbehandelingen dat ik niet veel meer kan. Als mijn stiefdochter hier dan ook nog eens is, wil ik dat mijn aandacht vooral naar haar gaat en ik niet moet gaan bedenken hoe ik de volgende maaltijd moet gaan klaarmaken en dat ik nog naar de winkel moet of zo. Ik ben en blijf verder maar alleen natuurlijk. Maar goed, dit zou wel moeten beteren aangezien ik vanaf nu eiceldonatie heb, dan zijn de hormoonkuren het schijnt peanuts, voor mij dan toch, voor de donor daarom niet. Ik moet immers enkel mijn baarmoederslijmvlies opbouwen tegen het moment zij een pick up krijgt. Nu ja, aan mijn gezinshulp heb ik veel, niet alleen voor de praktische dingen, maar ook voor het spreekwoordelijke luisterende oor en ontspannende dingen tussendoor. Misschien hou ik ze wel tot de kraamzorg voorbij is! 😉

 

 

2/ Tsja, mijn psychologe, ze kan niet ontbreken natuurlijk. Ik heb er een goede. Mensen psychologedie mij kennen, weten dat ook, want ik zeg dat ook vaak. Sofie, dat is een goede. Ik heb laatst nog een hele epistel geschreven waarom ik haar zo goed vind, maar dat staat nog niet op mijn blog, dat ga ik later eens doen. Ja, ik was eigenlijk in pure rouw, bezig met fertiliteit en had een psychologe nodig, zo klaar als een klontje. Dat er ondertussen nog veel meer naar boven kwam, staat buiten kijf. Het is een heel goede, dat mag gezegd worden.

3/ Ik heb sinds kort ook huishoudhulp van otv. Ik was dus in diepe rouw toen ik hier kwam wonen. Poetsen doe je dan niet, ik had ook zo een erge psoriasis dat ik niet eens kon poetsen, ik had de pustulaire variant op mijn handen en die waren bovendien nog volhuishoudhulp kloven ook. Ik kocht wel een afwasmachine over, maar ja: kuisen: ik mocht geen handschoenen aandoen wegens het zweten en ik mocht niet in poetsmiddelen zitten. Tsja. Dan begon ik met fertiliteit, mijn energie had ik dan echt voor andere dingen nodig en dan een auto-ongeluk waardoor ik echt niets meer kon en sinds de revalidatie nog steeds niet veel kan. Enfin, sinds ik hier woon, is het moeilijk om te poetsen, door een opeenvolging van feiten eigenlijk. Ik vond het verschrikkelijk… de zin verdwijnt dan ook. Het overzicht raakt zoek. Ik heb nu, sinds kort poetshulp en dat doet mij ook terug meer proper houden. Zij poetst, maar ik wil de vuiligheid niet meer, dus poets ik tussendoor ook. De poetsvrouw vindt het hier zelfs belachelijk proper. Ze komt om de twee weken: 4 uurtjes. Dienstencheques via OTV. Ongelooflijk wat een hulp dat is, ik ben die vrouw echt dankbaar. Dat is waarschijnlijk dus wel maar heel tijdelijk, denk ik.

4/ we zitten nu aan de professional organiser. Silke. Je moet weten, ik ben naar hier gekomen met veel te veel rommel, ik woonde veel groter had meer bergruimte (ik had al een berging om te beginnen en nu niet, dat doet heel veel!) en ik kwam hier met te veel spullen en bovendien: te grote spullen. Eveneens door grote rouw wanneer ik hier kwam wonen en dan weer al de rest, waren sommige dozen zelfs nog niet uitgepakt. De tafel was al wel vervangen door een kleiner model, de schoenkast ook, een ladenkast buiten, silkeeen tv-kast en een ander kastje was al buiten, de salontafel en zo een stoel van de Ikea die iedereen kent maar waarvan ik de naam niet weet. Dus, ik had al veel ruimte zitten scheppen.  Het was wel grappig dat, toen ik zelf nog niet boven raakte, iedereen alles maar boven ergens wegduwde als het beneden niet nodig was. De ravage die daardoor boven ontstond was eigenlijk niet te overzien. Ondertussen stond daar nog gerief dat van de zolder van moeder kwam en een beetje dat uit het appartement kwam van mijn grootouders nadat mijn grootvader was gestorven en mijn grootmoeder in het rusthuis kwam, dat vanop moeders zolder waren babyspullen en daar kwamen babyspullen van Elke en van vrienden bij. Tsja, ik was met fertiliteit bezig, ik kon dat allemaal wel gebruiken dachten ze. Dat dus, dat kwam erbij. Maar allemaal in die periode dat ik beneden te bed lag. Overzicht was echt compleet zoek: boven helemaal, maar beneden eigenlijk ook. Beneden was ik al begonnen met opruimen, al hele veel weggedaan eigenlijk, heel veel, maar ik merkte dat ik geen richting had, ik bleek chaotisch bezig, vond ik van mezelf toch.  Mijn psychologe vond dat dan weer heel normaal. Ik maakte me lid van een groep op facebook: “vraag het een professioneel organiser” en ik kwam bij Silke uit. Zij helpt me nu wel en ongelooflijk wat hier allemaal al buitengevlogen is. De babyspullen waar ik niet naar kon kijken, vlogen naar de zolder en ik verkocht al mijn te kleine Indische en andere Bohemian-kledij aan een zeer klein prijsje en twee kansarmenverenigingen werden gesponsord, zowel Sint-Vincentius als de Witte Muizen. Kwestie van wat te verdelen

5/ Nu ja, met al dat opruimen, je zou het hier moeten zien. De vorige eigenaars hadden de slaapkamer niet afgemaakt. Een vriendin kwam tot het idee, en als je nu eens een ingemaakte kast laat plaatsen in die nis die ze niet afgemaakt hebben. Oh ja, een vriendin noemt dat hier een huis in elkaar geflanst door iemand dat er niets van kent, maar wel alles zelf heeft willen doen. Schrijnwerker Herman is ingeschakeld en daar schrijnwerkerkomt een mooie ingebouwde kast. Ik vond het wel zalig, ik zei hem “ik wil dit zo en dan dat zo en dat dan nog zo.” Hij stelde 1 of 2 vragen, schreef als in zijn kleine boekje en nam de afmetingen en zei simpelweg: daar kan ik allemaal voor zorgen. Welke vrouw hoort nu niet graag van een man dat hij voor alles kan zorgen wat je vraagt, geeft toe…. Nu goed, die kast gaat hier snel staan. Mijn Leen bakker-kleerkast is ondertussen in elkaar gezakt en dankzij mijn buren afgevoerd naar het containerpark! Maar ik kijk uit naar die kast: die gaat groot zijn en alles gaat erin kunnen, van mijn ondergoed tot mijn jassen en zelfs mijn lakens. Komt er ooit een man bij, gaan zijn kleren er ook nog gemakkelijk bijkunnen, als ik die grote kast daartegen natuurlijk niet té gewoon ben, ik ben en blijf een vrouw…

6/ Woensdag komt de elektricien, dat heeft al wat voeten inde aarde gehad. Heel eenvoudig gezegd: de meesten wilden er niet aan beginnen wegens “te weinig werk”. Deze zei: “t is inderdaad niet veel werk, dus gemakkelijk ergens tussen te plannen, het is elektriciteitmaar hoe je het bekijkt. Zijn offerte lag ook 300 euro lager dan de vorige die het zogezegd al meer dan een jaar geleden ging doen. Die was dan ook enkel ondertekend omdat hij het wel wilde doen, maar als puntje bij paaltje komt, wilde hij dat dus helemaal niet. Bovendien zorgt hij ook voor de keuring, dus dan ben ik eindelijk in orde, hij gaat wat stopcontacten bijsteken, de hallogeenlampen in de kelder en op de zolder vervangen, op de zolder ook veiligere elektriciteit leggen en de al die kabels in mijn slaapkamer t plafond in duwen. Ik heb aan één luster genoeg daar. Ik zei zo al tegen anderen: die vorige eigenaars hadden nogal veel lichten in hun kamer hangen, ik vraag mij af waarom. Kreeg ik een droog antwoord van iemand: “tsja, wie weet wat deden die daar allemaal”. Tsja, wie weet…

7/ Kinderwens VZW

kinderwens
Eerder was ik er al bij in begeleiding, nu kortdurend traject, in februari ga ik nog iets symbolisch doen om mijn biologische kinderwens vaarwel te zeggen. Meer wens ik daar verder nog niets over te zeggen, maar ook zij horen in het lijstje natuurlijk, aan dat afscheidsritueel wil ik immers ooit een aparte blog weiden.

8/ Bianca, massages, heerlijke ontspannende massages, in het kader van mijn kinderwens of niet, ze zijn heel deugdzaam. Drie dagen later zit in ik nog in volledige massage-01zenmodus. Ik heb er zelfs een gratis gekregen, nog eens zien wanneer ik die juist ga inplannen! 😉 In het kader van fertiliteit mag je jezelf nu trouwens opgeven voor een massage, kan je daarna een vragenlijst invullen en krijg je korting bij de volgende beurt Ik kan het maar meegeven!  😉

9/ Kunstencentrum De Loods
schilderJa hoor, ik maak weer tijd voor mijn grootste hobby na schrijven: tekenen en schilderen. Pure investering in mezelf. Hier ga ik naar ginder en maak ik er ginder tijd voor. Thuis wordt er tijd voor maken namelijk behoorlijk moeilijk merkte ik al.

10/ Trajectbegeleiding GTB
Tsja, dat is van de VDAB uit, omdat ik met mijn voet en al de rest niet echt meer als verpleegkundige kan werken. Jobheroriëntering, er wordt gedacht aan research, redactiewerk, journalistiek en media en sociocultureel werk. Dat zijn zij mij wel doen en ik eigenlijk ook

 

11/vrijwilligerswerk bij Uilenspiegel
uilenspiegelRedactiewerk, tsja, aangezien ik zoiets wil doen, ik doe het nu al een poosje en het ligt me echt wel, ik doe het graag, dus hiervan mijn werk maken, zie ik zeker zitten. De einderedactrice zei bovendien ook al dat ik een goede aanwinst ben Verder ben ik dus wat verminderd met vrijwilligerswerk. Ik heb er echt veel laten vallen, het moet nog leefbaar zijn. Deel van het probleem was volgens mijn psychologe ten slotte dat ik met te veel projecten tegelijk bezig was, waardoor het gevoel an veel werl eens zo groot wordt, dan wanneer je een (betalende) job hebt.

12/ Die heerlijke lange douches die ik zo graag neem. Deugddoend. Van mijn vader mocht ik nooit lang onder de douche staan, ik heb hier pas leren genieten van een douche, hoe erg is dat niet? Ook wel omdat ik een zalige heb laten plaatsen vorig jaar.

14/ Terug contact gezocht met vrienden. Als je met fertiliteit bezig bent, wordt je wereld heel eng. Daar had ik het nog met mijn psychologe over. Ze zeggen ook wel eens dat fertiliteit je heel eenzaam maakt, dat is omdat, zoals ik het zelf zeg, een obsessie wordt: alles draait rond dat kind krijgen. Dat is natuurlijk ook doodnormaal, om dat uur een spray in de neus, om dat uur een spuit in de buik, ’s avonds nog wat foliumzuur, tussendoor supplementen (die ik mijn geval al een maaltijd op zich noemde, bijnavrienden allemaal voor betere eicelkwaliteit en ook wel voor betere innesteling: moest van de dokter, hè) en daarnaast nog een PCOS-dieet volgen, wat metformax slikken waarvan ik doodziek werd, zeker nu ook al geen preparé eten en uw groenten al 20 keer wassen, je bent iet immuun tegen toxoplasmose (ben ik dan daarvoor op de boerenbuiten opgegroeid en heeft mijn moeder daarom dan katten in huis gehaald, hm!)…. Om de twee dagen op echo, pick up, telefoon afwachten: bevrucht ja of nee en als je het geluk hebt om een tp te krijgen: de ellendige wachtweken… Dat was mijn leven. Ik zag niet veel anders meer rond mij…. Nu ja, ik begon in oktober-november met terug contact te zoeken met vrienden, vertelde ze ook eerlijk hoe moeilijk ik het had met fertiliteit en waarom ze me zo weinig hoorden enzo. Ze ontvingen me allemaal terug met open armen, behalve eentje. Ze weet niet wat ze mist, zei een andere vriendin daarop. Ik kreeg niet eens de kans haar het een en ander uit te leggen, met een simpele mail liet ze me weten dat ze geen vriendinnen meer wilde zijn na nog eerst een tirade per sms van haar vriend te krijgen. Ik vond het een uiterst vreemde manier. Gedumpt per mail. Niets gesprek daarvoor of zo, waaruit nog steeds dat besluit kan ontstaan, nee, gewoon per mail. Ik was niet de enige die dat vreemd vond, mijn vrienden vonden het allemaal nogal raar. Met hen had ik wel afgesproken of op zijn minst gebeld, meestal ook wel na een mail van mij om het eerste ijs te breken. Nu ja, echte vrienden blijven, zeggen ze wel eens en de anderen zijn wel allemaal gebleven, sommigen zelfs omdat zij mij iets stuurde of zo van “ik mis u”. Nu ja, ik nam van iedereen afstand, maar nu heb ik hier zelfs een kaartje voor mijn zus klaarliggen om op te post te doen. Dat kaartje is voor haar en ergens ook wel voor haar man en voor niemand anders.  Ik voel mij nog steeds die ene van de familie die wel deel van de familie is, maar er niet bijhoort, maar hé: zwarte schapen zijn ook nodig in een familie, anders is het geen familie. Ik wil hier trouwens niets slechts mee zeggen over mijn familie, ik word daar gerust wel aanvaard enzo, min of meer toch, feit is gewoon dat ik “anders” ben. Tegenwoordig koester ik het, vroeger vervloekte ik het.

15/ en ik heb nu bovendien al heel veel rust genomen. Ik was van begin december tot echt eind januari constant ziek. Daartussen ging ik dan nog eens op citytrip naar Rome, slechte beslissing geweest, ik was daarna nog eens zo ziek. Pure vermoeidheid noemde de huisarts het, van jaren hormonen spuiten, daardoor weerstand te laag en hup: constant ziek. Elk virus en elke bacterie die ik tegen kwam, vond het blijkbaar aangenaam vertoeven bij mij. Ik ben wel een bezig blijver, kan niet stil zitten, maar in januari heb ik toch echt vooral veel foert gezegd, behalve bij die citytrip dan. We zijn nu februari, ik ben nog steeds ziek geschreven voor die oververmoeidheid… Ik ben ook nog steeds moe, maar ik begin er bovenop te komen, ook omdat ik nu die vorderingen in huis zie, denk ik en daarvan opfleur. Het gaat hier eindelijk wat worden zoals ik het wil: de kasten in de living gaan ook buiten en ik heb ook iemand om mijn schouw uit te breken.

16/ een heel deel administratie waartoe ik, volgens de psychologe eveneens van pure vermoeidheid en van op het topje van de berg nog te leven, gewoon niet meer toekwam. Nu ja, de dringende zaken werden altijd gedaan, maar de dingen van: “moet ik eens in orde brengen”, bleven liggen, die zijn nu zo goed als gedaan. Uren werk was dat, zonder overdrijven, maar he, mijn tv is terug opgezegd, mijn cambio ook, ik heb een andere energieleverancier. Ik moet nu alleen weer nog drie hospitalisaties in orde brengen voor de hospitalisatieverzekering.

And last but not least: mijn schrijven natuurlijk, voor hier, voor elders, mijn grootste hobby, schrijven, daar waar ik nog steeds mijn beroep op de een of andere manier van wil maken: schrijven dus! 

 

Voilà, ik neem rust, maar blijf tegelijk ook bezig…. Een rustige bezigheid
Daarvoor was ik echt een van hiernaar ginder loper tot mijn lichaam met constant ziek te worden in december al echt “stop” riep en ik nog niet luisterde, maar in januari echt doodziek in bed lag en echt niet verder kon. Er werd, door de huisarts, gesproken van een opname in het algemene ziekenhuis zelfs. Dat zag ik niet zitten. De rust doet goed, ik doe alles alleen dat is waar, maar daar ga ik niet over klagen, het is wel die combinatie: alleenstaande zijn, fertiliteit, een kind regelmatig in huis hebben die zorg vraagt, mij tussendoor laten opereren (jaja, in combinatie met fertiliteit, zo ben ik wel), zwaar rouwen, tientallen vrijwilligersjobkes (wat zwaarder zou zijn dan één betaalde job, volgens mijn psychologe), traject bij het GTB, … Het fijne is wel dat ik iedereen hoor zeggen die ooit fertiliteit deed dat dat het zwaarste was dat ze ooit meemaakte, de zwangerschap en het kind later lijken peanuts daarmee in vergelijking. Er zei me een buurvrouw van wat verder dat en ik zei het nog tegen anderen die vroeger ooit fertiliteit deden en ze bevestigden allemaal. Dat geeft ook hoop natuurlijk! Veel hoop. Ik denk ook echt wel dat fertiliteit een van het zwaarste is dat er kan gebeuren. Maar weinigen snappen het, enkel iemand die ook fertiliteit onderging… dat is echt zo, het is jezelf tot ver voorbij het uiterste drijven… En ja, momenteel kost dat allemaal geld, vrienden nu niet echt of zo, maar ik zie dit alles als een waarlijke inveserting, een investering waar ik aan spaarcenten voor mag zitten, want dat is het echt allemaal waard.

het komt hier allemaal wel in orde… dat kindje, dat durf ik niet zeggen…. Ik durf er nog amper op hopen…. Maar ik wil alles gedaan hebben, zeg ik altijd,

dus ook eiceldonatie!

PS: de links naar de personen, hulpverleners en organisaties staan hier allemaal bij. Je ziet dit aan het stukje tekst in een andere kleur, klik je daarop, kom je op hun pagina of website.

Rouwen en zwarte schapen

sheep

Ik heb twee weken geleden een vriendin teruggezien die ik al even niet had gezien en als het praten is zoals je elkaar gisteren nog gezien hebt: dat zijn echte vriendinnen. Het was daardoor dat ook Guido bij ons kwam zitten, hetzelfde zowat eigenlijk. Al heb ik een hele poos moeilijk tegen hem kunnen praten, al stuurde ik hem daarover eerder wel een mail. Hij heeft die gelezen, dat weet ik zeker, aan een paar dingen, maar dat moet niet gezegd worden, dat is goed zo. Lekker veilig, zei ik tegen mijn psychologe. Al zei die dan weer: ik denk juist dat je er zelf al onbewust terug meer mee wilde praten als je zegt dat je veel meer naar zijn optredens ging dan anders… Ze heeft een punt, denk ik, ze heeft dat nogal vaak. Ik vrees dat ik een goede psychologe heb. Ja, soms is dat best te vrezen, ze weekt zo veel los. Dingen die ik niemand ooit vertelde en zij krijgt dat allemaal los. Brrrrrrr, ik heb haar dat al gezegd “maar hoe doet gij dat? Ik vertel hier zo veel wat ik niemand eerder vertelde.” En dan kijkt ze me met een vragende blik aan en haalt ze haar schouders op. Misschien weet ze het zelf wel niet. Het wil wel zeggen dat ze goed is.

Mijn psychologe dus, ja, ik ga naar iemand. En dat doet goed, ik ben naar haar beginnen te gaan toen Amber stierf, dat ook veel van Gui naar boven haalt en ik ook echt rouw om mijn grootvader al kwam dat besef pas bij haar en ook wel omdat ik met dat fertiliteitstraject bezig ben en dat echt wel zwaar is en altijd zwaarder wordt. Het was ook zij dat ze me zei dat ik me niet schuldig moest voelen dat ik het moeilijk vond om naar mijn grootvader te gaan, want dat het pure zelfbescherming was. Manu Keirse zei me dat hij in zo een geval mensen aanraadt om toch te gaan, met iemand erbij omdat het dan minder “vies” is, want iemand die je altijd als je sterkte opa zag zien aftakelen, is gewoon vies, zei hij. En wij leren kinderen daar niet mee omgaan, zei hij ook en dan kan je dat als volwassene ook niet. Wij leren geen afscheid meer nemen, zei hij, we leren niet meer dat aftakelen en de dood bij het leven hoort en kinderen worden er bewust van weggehouden, maar het maakt ze op dat vlak gehandicapt als volwassene. Vroeger speelden de kinderen gewoon naast opa die eerst lag te sterven en later in de voorkamer lag opgebaard. Ze speelden tikkertje rond hem als hij daar zo lag. Hij heeft gelijk, maar hij zei me eigenlijk: je moet dan in zijn ogen kijken en dan zie je dat dat nog steeds je sterke opa is van vroeger: ogen veranderen niet. Ik begon spontaan te huilen, doe het nu ook. Helemaal op het einde zei hij dat mensen die echt oprecht kunnen huilen door een rouwproces en geraakt worden door er over te spreken heel veel liefde in zich hebben en veel liefde kunnen geven. En helemaal op het einde wreef hij even mijn zijn hand over mijn rug en zei hij: “Als je al veel mensen hebt moeten afgeven, is pijn heel normaal maar zit je boordevol liefde voor anderen” Ik had nochtans enkel van mijn grootvader verteld, denk ik. Het was tijdens een les voor mijn opleiding, dus ja. Maar die ene zin, enkel aan mij gericht, deed me toen echt deugd. De man kreeg een oprecht glimlach van me die wilde zeggen “dank u!”

Ik leerde ondertussen ook dat rouwen gewoon liefde is en ook wel eren wat belangrijk is of was. Dat ook rouwen tijdens een fertiliteitstraject wil zeggen dat je eert dat een kind en liefde willen geven aan een kind voor jou heel belangrijk is en dat dat net mooi is en echte, pure liefde. Rouwen is dus liefde en eren… En ja, een kind is voor mij belangrijk, sowieso. Is ook duidelijk, anders zou ik niet blijven gaan en gaan, want ik kreeg op dat vlak weer heel slecht nieuws en toch gaan we verder en verder… Mijn psychologe vroeg of ik voor mezelf daar een grens had opgelegd in hoever ik wilde gaan. Nee, zei ik haar, ik wil mezelf later niet verwijten dat ik er niet alles voor gedaan heb. Ik heb de keuze: ik kan er over blijven dromen of er vollop voor blijven gaan, dan kies ik voor dat laatste, hoe vermoeiend en hoe zwaar het ook is. Vele mensen noemen me daardoor ondertussen zo sterk, vooral omdat ik het alleen doen en al zo veel tegenslag erin te verwerken kreeg en ik gewoon blijf doorgaan en meedraaien. Maar ik kan voor mezelf wel erkennen dat ik er verdriet over heb en ik ben er heel bewust heel open over. Ongelooflijk hoe taboe onvruchtbaarheid is, ik schrik er elke dag van.

Rouwen hoort bij het leven, ik kocht een doe-boek: “als een geliefde sterft”, ik pas de oefeningen toe bij verschillende mensen en het helpt wel, ik schrijf hen brieven enzo en ik speel met rouwkaartjes, maar ik doe het ook met mijn wenskindjes. Dat is goed zo, het helpt me en ik voel dat ik daardoor gelukkiger ben. Mijn psychologe zegt dat ik grotendeels bij haar kom om te rouwen, een constant rouwproces dat begon op mijn 17de omdat niemand dat ooit allemaal nog alleen kan verwerken, terwijl de wereld maar doordraait en er geen tijd gemaakt wordt om te rouwen.  Rouwen doe je zelf, maar hoef je niet alleen te doen, dat zei iemand me toen Gui gestorven was. Die blijft mooi en dat is wat zij ook zegt. Bij haar mag ik er echt ruimte voor maken. Ik mankeer psychiatrisch niets, daar mag ik gerust in zijn zegt ze, zelfs “vreemd gedrag” wat iemand regelrecht liegen noemde, vindt zij niet vreemd of liegen, maar gewoon rouwen. Fantaseren over wat had geweest kunnen zijn, is heel normaal bij rouwen. In dit geval ging dit over een foto van een kind, ik weet inderdaad nog dat mensen dat doen en er over vertellen alsof dat kind er ook is of was, dat mensen foto’s van een baby op facebook of wat dan ook zetten, omdat dat kind een kind was, maar je niet de kans kreeg het te leren kennen en niet eens de kans kreeg om er iets tastbaar van te hebben, er een voorstelling van kan maken of er anders over mag praten en dat dat net zo belangrijk is, hoe vroeg dat kindje ook weggenomen werd. In het boeddhisme is dat trouwens doodnormaal, nog een reden waarom ik zo van het boeddhisme houd. Elk leven of begin van een leven is waardevol, zeggen die boeddhisten immers. Daar wordt elke wensouder gewoon als ouder gezien en worden beeldjes gemaakt van sterrenkindjes, die ouders dan aankleden en verzorgen. Hier verklaart men je dan zot, heel cru gezegd, maar elke wensouders of elke ouder die een sterrenkindje heeft, zal beamen dat zij het liever ook zo hadden. Ik hoorde twee jaar geleden iemand zeggen dat mensen die hun king nog echt geboren hebben weten worden, ook al was het niet lang in leven of al dood blij mogen zijn, want dat zij er ten minste een foto van hebben. Want, zei hij, ik heb een kind en ik heb er niet eens een foto van, enkel een nietszeggende echo. Dat vond ik ook cru gezegd, maar ik begrijp hem ergens wel. Het is daarom dat mensen dat doen, leerde ik eerder al, zei mijn psychologe ook, omdat dat net zo belangrijk is.

De vorige keer vroeg mijn psychologe trouwens of ik iets wilde meenemen van Amber omdat ze ze wilde leren kennen. Ik nam een kaartje van haar mee, waar ze enkel “dikke knuffel, Amber” had ingeschreven… En ik vertelde met een glimlach op mijn gezicht over haar terwijl de tranen rolden over mijn wangen. Ik vertelde ze mooie dingen, dingen die enkel in een (h)echte vriendschap kunnen bestaan. Dat Amber me leerde dat knuffels niet bedreigend moeten zijn, maar dat mensen ze ook geven omdat ze je graag zien en dat ze me dan stevig vastnam en ik verstijfde zoals altijd en ze dan tegen me zei “rustig, je bent veilig, ik doe dit omdat ik je graag zie” en ik ondertussen tranen met tuiten huilde. Het was Amber die er niets van zei dat een hele dag niet at als ik bij haar was en dan ’s nachts vreetbuien kreeg en die uitkotste, ze zei er echt niets van, maar wist het wel. Het was Amber die me dan wel ’s morgens al lachend zei: ik heb wel 5 verschillende soorten choco, moet je eens proberen. Ze had haar eigen manier, zonder te bekritiseren, maar ik vond dat net zo fijn. Ik weet nog hoe ik in paniek was toen ik te horen kreeg toen ze die longembolie had en dat ik naar ze toe reed toen ze van de intensieve zorgen was. Even op bezoek in het ziekenhuis van Utrecht, even 150 km heen en dan weer terug om daar drie uurtjes te zijn.   Maar het was ook zij dat ooit naar me toe kwam gereden op een vrijdagavond toen ik een paniekaanval had en me onderweg al probeerde te kalmeren via de telefoon. De laatste keer dat ik samen met haar was, het was een week, bij haar thuis, was ze eigenlijk al redelijk slecht, snel buiten adem, veel pijn, …. maar dat het was de mooiste week die ik ooit had gehad. Gewoon samen zitten en letterlijk samen lachen en huilen. Ik troostte haar en zij mij, zeg ik weleens. Dat was ook zo… dat was echt zo. Ik weet dat op een moment tranen uit haar ogen zag rollen en ze bij mij ook kwamen en we elkaar toen vastnamen en echt heel hard huilden. En om dezelfde reden, omdat ze ging sterven. Ik zei haar vaak dat ik een groot meisje was en dat ik het wel zou aankunnen dat ze zou sterven, dat ze zich geen zorgen moest maken. Zij zei me dat ik de mensen niet weer moest gaan wegduwen zoals ik na de dood van Gui gedaan had, want dat ik ze nodig ging hebben.

Ik zit nu weer te huilen, zo intens die momenten…. Die hele week. Ik stuurde haar het liedje door van Emilia, I’m a big girl, it’s not a big thing if you leave me, but I will miss you much.

Ik kan nu wel zeggen: het is wel een big thing, dat wist ik toen ook al, maar ja, ik wilde het niet te veel over mij hebben, zij ging sterven en ik wilde haar ook gerust stellen, maar ik mocht van haar wel zeggen dat ik haar ging missen. Ik blijf bij je, zei ze, je zal het wel merken. Op een avond, twee weken nadat zij gestorven was, lag ik hier in bed te huilen, net omdat ze gestorven was en ik voelde precies een arm om me heen.  Ik denk dat ze me toen kwam zeggen dat ze er nog steeds was. Sommige vriendinnen zeggen ook dat het Gui kon geweest zijn, omdat ik hem nogal gevoeld had of hem soms hoor fluisteren en dat hij dan ook wel besefte dat ik veel verdriet had om Amber. Ik ben er zeker van dat ik Gui al meerder keren voelde, en toch blijf ik er zelf sceptisch tegenover: kan dat wel? Wil dat niet gewoon denken??? En bij Amber denk ik het nu ook…

Dat ik nu zo eenzaam ben, zeg ik vaak, ik ben mijn twee besties kwijt, maar ik heb veel vrienden eigenlijk en ook wel echte goede vrienden. Ik vraag me soms af waaraan ik ze ooit verdiend heb, maar ik mag mijn handjes kussen, ik noem nochtans niet snel iemand een vriend of vriendin. Mensen zeggen me dan dat je krijgt wat je zelf geeft en dat ik hen veel geef. Letterlijk en figuurlijk. Maar goed, Gui en Amber vertelde ik echt alles, voor hen stelde ik me echt open, echt volledig, al hebben ze er beiden lang over gedaan om dat gedaan te krijgen, maar ze namen die tijd ook, omdat ze geduld hadden zeg ik altijd. Omdat ze me graag zagen, zegt mijn psychologe dan. En vriendschap en liefde dat is geven zonder iets terug te vragen, dat leerde ik ook door hen.

In december heeft er iemand zijn beklag gedaan over mij tegen een vriendin: een van de dingen was dat ik niet eens de parking had betaald toen ze mij kwamen halen in het ziekenhuis. Dat is ook zo, ik had daar zelfs niet aan gedacht. Toen ik zei tegen die vriendin, zei ik dat ik er zelfs niet aan gedacht had toen. Die vriendin zei me gewoon “ah nee, dat is ook logisch, want gij vraagt dat zelf nooit en vindt het niet eens belangrijk dat ze dat betalen. Hetzelfde met naft of zo. Gij zijt al lang content dat ge iemand kunt helpen of dat ge samen ergens naartoe kunt gaan” Ze heeft gelijk, 100% zelfs…. Want het is net leuk om zoiets kosteloos te doen voor iemand, gewoon omdat je iemand graag hebt. En inderdaad: als ik dan toch al ergens naartoe rij, waarom zou iemand dan nog moeten bijleggen. Ik rijd dan toch sowieso naar ginder. Amber deed dat ook, zij vroeg nooit geld voor iets en ik nooit aan haar. Wij gaven elkaar gewoon dingen, ik kocht haar een cd van Guido Belcanto omdat ik wist dat ze die leuk zou vinden en zij kocht mij de film “walk the line” zo maar, er moet ook geen reden zijn om iemand iets te geven als je mensen graag hebt, dat is trouwens veel leuker dan met een verjaardag of kerst, want dan is het immers “verplicht” en dit zijn echte verrassingen en tekens van om elkaar geven…. Geld??? Is dat echt belangrijk, ik vind van niet. Het is vooral handig en daar is dan ook alles mee gezegd, in die zin is het wel eblangrijk: een mens moet immers kunnen eten en een dak boven zijn hoofd kunnen betalen. Het valt mij ook altijd op dat het just de mensen zijn die weten wat het is om met een klein inkomen toe te komen, het meest vrijgevig zijn, op zich is dat best opvallend, heel opvallend zelfs. Maar geld is ook vooral iets moois om iemand onverwacht te verrassen of gewoon een dienst aan iemand te verlenen en al eens twee euro voor de parking te betalen zeker als die persoon al torenhoge kosten heeft. Ik ben juist blij als ik iemand naar het ziekenhuis kan voeren en die dan geholpen heb, moet ik daar geld voor? Nee, want ik weet dat ik daar ook weleens mag blijven eten of zo, en dat het over 10 jaar pas misschien helemaal omgekeerd kan zijn… Wederkerigheid kost geen geld, vind ik, vinden al mijn vrienden, dat is iets onvoorwaardelijks bijna, dat vanzelf komt. Ik ben zo niet opgevoed hoor, tot op de cent moet je iemand juist betalen, anders komen er vodden van. Dat werd erin gedramd. Mijn ervaring leerde me ondertussen net het omgekeerde, niet gefocust zijn op die laatste cent of dat het wel helemaal juist betaald is of al eens een brood voor iemand meenemen als je naar de winkel gaat en zeggen: laat maar zitten, dat geeft veel minder vodden: het zegt namelijk: ik doe dat graag voor jou. Als ik vrienden dan toch al eens voorstelde om ze te vergoeden, kreeg ik meestal een blik van: wat zeg jij nu? Betaal de volgende keer op café gewoon een pint en het is in orde. Ik ervaarde dat al in het middelbaar, maar ik ervaar dat nu nog eens zo hard.

Maar ja, ik zei het laatst nog, die avond dat ik daar met die vriendin en de Guido aan dat tafeltje zat, zei ik dat ik naar Stijn Meuris was geweest en dat hij zei dat je in elke familie zo wel iemand hebt die er niet bij helemaal bij hoort en dat ik meteen dacht “in onze familie ben ik dat”. Guido zei spontaan: “Els, elke familie heeft een zwart schaap nodig, iemand moet die rol op zich nemen. Bij ons heb ik dat gedaan, bij uw familie heb jij dat gedaan. Dat is een nobele taak om op u te nemen.” Ik moest er wel mee lachen toen hij dat zei. Een heel goede vriendin zei me dat vorige zomer ook al eens: “jij bent gewoon anders”. Het was toen ik zei dat ik me minder en minder thuis voelde in mijn familie. (Het is nu te hopen dat ze me dat niet kwalijk nemen dat ik dat hier zet, het is mijn gevoel en ik zeg immers niets slecht over hen, ik neem hen dat ook niet kwalijk: ik ben immers anders, niet zij. Maar zelfs dan leert de ervaring dat dat verkeerd kan opgevat worden.)  Het was vorige zomer dat ik dat voor het eerst zei… Toen ik dat tegen mijn psychiater zei, bevestigde ze dat overigens, maar zei er wel bij dat die mensen meestal het meest trouw aan zichzelf zijn en dat je je kan afvragen wat dan het belangrijkste is.  Ik weet ook nog dat iemand me op mijn 15de ooit zei “ik ken niemand die zo haar best doet om normaal te zijn, maar het nooit zal zijn, jij denkt gewoon anders.” Ik heb er ondertussen gelukkig vrede mee dat ik anders in elkaar zit dan de doorsnee mens, ik ben er zelfs gelukkig mee ondertussen, dat is ook aanvaarden. Of zoals Amber me vaak zei “you’re wierd, I like you!” Ik heb trouwens bij mijn uitgelichte foto’s op fb een geweldige foto staan, ik hou namelijk echt van mensen die niet leven volgens de regeltjes, maar wiens vriendschap en trouw groter is dan eender welke regelgeving.

fit in box

Mijn goede vrienden zijn eigenlijk allemaal zo. Wij kunnen ook totaal verschillend zijn, maar dat is goed zo. We nemen ieder op toer onze plaats in, naargelang wie het nodig heeft, maar als het er eens af moet bij mij mag dat en als het er eens af mag bij een ander mag dat ook. Wij zeggen ook gewoon tegen elkaar “ik vond dat nu niet leuk dat je dat zei” en dan kunnen wij zeggen “ja, ik heb daar niet bij stil gestaan, sorry”. Verder wordt daar niets meer over gezegd, nooit meer, wij houden niet van oude koeien, maar het is gezegd, zonder ruzie, zonder onbegrip en we weten dat iedereen een fout kan maken. We kunnen zelfs zeggen: ik vind dat je de laatste tijd weinig in mij geïnteresseerd bent en als je dan zeg “Ja, maar met die kanker van Amber zit ik met niet veel anders meer in mijn hoofd.” en dan zeggen ze: “Dat begrijp ik”. Ik heb vrienden met heel veel empathie en dat mis ik veel bij andere mensen, heel veel, wij hebben dat naar elkaar toe. Ik moet er nooit half zitten te smeken van “he, ik ben hier ook! Luister eens!” Ik moet dat nooit bij mijn vrienden, ze doen het automatisch. Ze zeggen al lachend dat ik ook een luide stem heb, maar dat je daar niet aan kan doen, dat ik het goed kan uitleggen, maar ook plaats kan houden en maken voor de andere. En dat ik zelfs heel goed kan luisteren en dat ik dan nooit advies wil geven, maar gewoon echt kan luisteren en dat dat een bijna unieke gave is die mensen beter zouden hebben. En dan denk ik: ik heb goede vrienden, maar er is van allen een serieuze hoek af, dat is waar, maar net daarom zijn het mijn vrienden. Elkaars mankementen kennen en aanvaarden…. Mensen waarbij je jezelf mag zijn, dat zijn mensen die je graag mogen en die jij graag mag en ik ben blij dat ik zulke vrienden heb… En wij zijn allemaal keer op keer het zwarte schaap van de familie. Of zoals een vriend zei “mijn moeder zei toen ik kind was al “gij zijt ne rare!””

Dus vriendjes van me: dank jullie wel!!!! Bedankt om wie jullie zijn en omdat jullie mij laten zijn wie ik ben en bedankt dat jullie ook gewoon zijn wie jullie zijn! I like…

En ook bedankt dat ik mag “zagen” over dat hele fertiliteitstraject, wat jullie geen zagen noemen en dat ik mag praten over Sterre en mijn wiebeltje, over Gui en over Amber, opnieuw en opnieuw. Dat maakt me gelukkig, echt waar….

En onthoud:

wierd

12 oktober, een avond in Brussel: daklozen, Dirk De Wachter en Brenda Froyen

Op 12 oktober ging naar Brussel, op 16 oktober had ik een ongeluk. Schrijven werd moeilijk wegens een hersenschudding, maar dit schreef ik dus op 12 oktober in het station van Brussel-Noord toen ik op mijn trein naar huis aan het wachten was. Ik ging naar een debat en zag vele daklozen die mijn hart braken.

debat

Ging ik naar een debat: Brenda Froyen, Dirk De Wachter en nog iemand dat ik niet ken. Ik bleef wat op mijn honger zitten, vond het niet echt boeiend al werden er zeker belangrijke punten aangehaald. Wat ik daarna, onderweg naar het station zag, raakte me echter diep. Heel diep. Ik zag zo vele daklozen: veel mannen, maar ook gezinnen. Om de meter bijna, de gelukkigen hadden dekens, anderen enkel stukken karton (ze waren al blij dat het eens vers karton was, denk ik, want dat stond buiten voor de vuilkar). Ik werd er ziek van, echt ziek. Ik kocht bij een pizzeria twee pizza’s voor zo’n gezin. Een ander gezin gaf ik mijn twee blikjes Finley. Ze waren me dankbaar, zelden zo een dankbaarheid gevoeld, maar ik voelde me zo hulpeloos, kan niet iedereen helpen en moet zelf ook nog eten. Overal reden legerwagens rond, militairen liepen over straat met hun wapens klaar. Precies een land in oorlog, dacht ik. Dan zag ik een man, over zijn toeren, riep vanalles in het Frans, was duidelijk psychotisch. Hij stonk ook, enorm, naar urine en nog wat ondefinieerbare geuren. Ik weet niet waarom: ik wilde hem gerust stellen, wat dacht ik eigenlijk te bereiken??? Ik weet het niet…. De man deed mij voor alle duidelijkheid niets. Er kwam politie, ze trokken me bij hem weg en behandelden hem als een crimineel: ca va? Vroegen ze me, ze konden geen Nederlands. Ik probeerde te zeggen dat de man hulp nodig had, ze lieten hem voor wat het was. Kwam ik net van een debat over psychiatrische hulpverlening en dan sta je daar…. Ik liep verder: mensen slapen in het station en je weet dat ze na de laatste trein buiten gezet worden…. ik was er niet goed van. Ik wacht nu op de trein naar Mechelen. Rome bij nacht, zingt Guido Belcanto. Ik wil nu schrijven over Brussel bij nacht…. wat ik zag, heeft me diep geraakt, heel diep… Ik ben blij dat ik sebiet in mijn bed kan kruipen, iets uit de ijskast kan nemen en mensen rond me heb die me helpen, heel erg dankbaar ben ik.

Wat ik ook nog wil zeggen: ik ben een psychiatrisch verpleegkundige en ervaringsdeskundige…. die twee kunnen verenigd worden… maar nog lang niet overal. Als verpleegkundige gaan solliciteren in de psychiatrie als ze te horen krijgen dat je zelf ooit in de psychiatrie gezeten hebt (we spreken nu van meer dan 10 jaar geleden, die opnames. Oh ja, ik heb 8 verschillende diagnoses gekregen), krijg je vaak te horen dat je daar dan niet kan werken. Ik neem zelfs geen medicatie meer, ik ga om de vier maanden eens dag zeggen aan een psychiater die zelfs vindt dat dat niet meer hoeft. Daar wil ik niet eens werken, want ja: hoe denken ze dan niet over hun patiënten? Vechten moet ik doen, de laatste hoofdverpleger wilde me juist aannemen omdat ik een verpleegkundige ben met ervaringsdeskundigheid, dat zijn de besten zijn, hij! Ik heb er hier nog zo één rondlopen. Spijtig dat ze het intern konden oplossen…. het gebeurt traag, maar zeker…. Hier en daar heb je herstelvisie… Vroeger hield ik angstvallig verborgen dat ik in de psychiatrie gezeten heb, tegenwoordig niet meer. Ik sta achter de hertelvisie, helemaal, en mijn droom is om te werken als psychiatrisch verpleegkundige met ervaringsdeskundigheid, maar dan wel in een dagtherapie. Ik heb namelijk een psychische kwestbaarheid en kan niet tegen in shiften werken, dan slaap ik bijna niet meer en word ik psychotisch…

Voelde me ergens ook wat aangevallen als psychiatrisch verpleegkundige door Brenad Froyen herkende dan weer veel als ervaringsdeskundige….En oh ja, ik werd in het verleden ook vaak kwaad op collega’s “geef die mensen wat krediet!” dacht ik vaak. Waarschijnlijk vanuit mijn eigen ervaring. Een ervaringsdeskundige zei me vorig jaar dat ik al herstelgericht werkte voor er sprake was van herstel. Het kan goed zijn, ik werd er telkens voor ontslagen. Mensen als mensen behandelen, in dialoog gaan…. gek dat dat kan werken, niet waar? De psychiaters waren meer voor het platspuiten. Als meer hulpverleners zouden open staan voor de ervaringen van ervaringsdeskundigen (en die zijn ook voor iedereen verschillend), het zou mooi zijn….

Och ja, niet alles is zwart-wit, denk ik dan ook weer….

En waarom ik dit hier nu wil neerpennen, weet ik zelf niet eens. Ik wil het kwijt allicht. Ik begrijp mezelf ook niet altijd helemaal.

Positieve punten in een echte rotweek of hoe ik gelukkig leef met ongeluk.

Vandaag denk ik enkel aan mezelf, heb ik me voorgenomen. Opgestaan met beginnende migraine, sumatriptan ingenomen, nog iets zeurend, maar kan al terug iets doen….

Afgelopen week een vrij zware week en ik verlang vooral naar rust. Vandaag neem ik dus gewoon even rust, totale rust. Bij rust denk ik ook aan ontspanning. Schrijven is ontspanning voor mij, dus ik ben hier nog eens. Ik kies er echter niet voor om te schrijven wat er allemaal in de omgeving aan het gebeuren is. Ik wil me op iets positief richten. Dus nu ga ik even bekijken wat me ondanks alle miserie toch wel blij maakte afgelopen week.

Op nummer één staat een goede vriendin, die me de avond nadat mijn grootvader was gesedeerd kwam opzoeken. Zodat ik even kon uithuilen. Dat bij iemand kunnen doen is nog steeds leuker dan alleen zitten en dat bij niemand kunnen doen. En via telefoon of via facebook is dat nog steeds heel anders dan als er iemand naast u zit. Dus beste vriendin, bedankt.

De volgende dag werd ik uit mijn kot gelokt door de buurvrouw. Ze wilde de deuren versieren met Halloween decoratie en vroeg of dat bij mij ook mocht. Wij hebben zo een gezamenlijk dakje boven onze deur, dus alleen dat van haar zou inderdaad geen zicht zijn. Ik denk dat ze wat compassie hadden met mij, een goede vriendin van haar was daar ook bij en ik mocht bij hen binnenkomen. Niet dat ik daar nooit eerder ben binnen geweest, t zijn toffe mensen. Praten met elkaar, over serieuze dingen, over grappige dingen en ik kreeg vers gekookt eten voor mijn neus geschoteld. Dat deed me zo goed. Lieve buurvrouw: dank u!

decapZaterdag ging ik met een vriendin naar de opendeur van de orgelfabriek Decap in Herentals. Heel interessant. Wist je dat ze zo’n gaatjeskarton voor een orgel in een soort van scanner kunnen steken om dat op een computer te zetten? Ik sta er nog van te op te kijken! Na die rondleiding van Tony Decap nog in de spiegeltent gaan amuseren. Diezelfde voormiddag kwam ook een vriendin een kattenluik voor mijn kat installeren. Ondertussen gebruikt meneer zijn privé-ingang heel vlotjes. Ook mijn luster is intussen gerepareerd en hangt weer op. Ook de lattenbodem is weer gerepareerd. bedankt!!!! Zo’n mensen kan ik dan zo dankbaar zijn.

Zondag ging ik naar de boekvoorstelling van Dirk De wachter. Dat deed me zo een deugd, zo een deugd. Om de één of andere reden hang ik bij die man steeds aan de lippen. Ook ons de-wachter-boodsschapgesprekje onderling daarna was een fameuze opsteker! Schone man, die Dirk De Wachter. Vanbinnen dan toch, over een buitenkant kan me altijd discussiëren, maar over zijn binnenkant alvast niet. Hij schreef ook nog een mooie boodschap in mijn boek (enfin, zijn boek dus, dat ik kocht en ik nu ga lezen en daarna mijn boekenkast ga inzetten omdat ik die na een tijd nog wel eens zal willen lezen!)

De volgende dag ging ik yoga doen, deugd dat dat deed. Echt waar. Ik zat die namiddag nog bij vrienden. En kon ik een artikel lezen door een vriendin uit De Standaard over Dirk De Wachter. De titel was “Doe niet alsof alles leuk is, leef met je ongeluk.” Het is dat wat ik doe en wat mij juist gelukkig maakt, ondanks dat ongeluk. Oké, het is wat veel allemaal nu, maar ondanks alle pijn en verdriet voel ik mij niet ongelukkig. Slecht misschien wel, maar niet ongelukkig. Groot verschil. Mild zijn voor mezelf, gevoelens omarmen en laten zijn. Het is dat wat een mens gelukkig maakt. Naar mijn mening, ik noem gevoelens ook nooit positief of negatief, die gevoelens, ze zijn allen nodig en horen allen bij een mensenleven. Gelukkig maar of we zouden apathische wezens zijn.

hart-boven-hardGisteren heel weinig geslapen, ik werd gevraagd om de zus van mijn vriend in het ziekenhuis even af te lossen. Dat meisje, de dochter van mijn overleden vriend dus, ligt in het ziekenhuis. Al sinds vorige donderdag. Ik zat daar, was er niet goed van, maar toen die meid zei dat ik zo lief was en vroeg of ze me een kusje mocht geven, werd ik weer helemaal warm vanbinnen. Ik heb haar zoals vroeger voorgelezen, omdat ze dat nu zelf niet kon lezen. Ze vond dat leuk, dat zag je en dat maakte me ook blij. Daarna ging ik naar Leuven en kwam ik een pracht van een affiche tegen van Hart boven Hard. Ik wil me daar nu eigenlijk ook eens actief voor gaan engageren eigenlijk. Die avond nog verse vol-au-vent gegeten, gewoon met frieten. ‘S avonds iets gaan drinken nog met vrienden, dat deed deugd. Niet zo laat gebleven als anders dan nu. Een totaal onbekende mens op fb verder geholpen met een schreeuw om hulp. Maakt mijn dag ook weer goed. Niet dat ik veel deed, maar een telefoonnummer doorgeven van twee psychiaters kan al veel doen blijkbaar. Die mens bedankte me uitvoerig. Het was alleen erg dat hij eerst beoordeeld of zelfs veroordeeld werd tot en met. Maar goed, ik was gelukkig dat ik de mens kon helpen, ook al ken ik hem niet! Anderen ook doorverwezen naar Kinderwens Vlaanderen, ook die mensen heel blij, al ken ik die ook niet!

Vandaag volledig rustdag. Opgestaan met migraine, nog in lichte vorm. Sumatriptan meteen ingenomen en het is al beter. Afspraak gemaakt bij Shanti van Kinderwens Vlaanderen. “Verlies triggert verlies” zei ze. Ze stelde het zelf voor, ja, ik vraag dat zelf niet, hè! Nog steeds een mankement: hulp vragen. Al lukt dat al beter dan vroeger. En totaal onverwacht naar Dirk De Wachter ook deze avond… Ik wilde rust, maar Dirk de Wachter geeft me rust, echte rust. Dus oké, dat is in orde. Eerst deze namiddag een lang badje nemen, volledige rust. Beetje muziek op en verder niks.

Ergens daartussen ook de zus van Gui moeten geruststellen, ze was door iets serieus gekwetst. Ik begrijp dat, volledig zelfs. Maar blijkbaar was ze zo blij met mijn reactie daarop dat ze wel weer was gerustgesteld. Al zei ik dat vooral tegen haar zoon. Op fb, dat wel, maar ook daar was ze zo blij mee. De volgende dag was ze geblokkeerd op fb, was ze helemaal in paniek omdat ze nu geen vrienden meer kon zijn met haar broer. Gelukkig dat ik dat e-mailadres en het wachtwoord van zijn profiel nog heb. Deed heel vies daarop te komen, maar ik kon ze terug vrienden maken met haar broer. Naar de rest heb ik niet gekeken, enkel dat gedaan. Ze is weer zo gelukkig als een klein kind dat een ijsje krijgt omdat ze terug aan het profiel van haar broer kan. Mensen blij maken, ik doe het graag. Maar tsja, ik vergeet ook niet wat zij voor mij allemaal al gedaan heeft, dan was dit maar een kleintje.

Morgen begrafenis… hoeft voor mij niet. Ik heb daar niets aan, ik merk elke keer dat ik daar maar zit zonder echt iets te horen of  rond me te zien. Bedenk me dan gelukkig ineens daarstraks dat ik toch een kleed heb dat men wel als goed zal beschouwen. Zat ik al een week mee in mijn kop… een hippie past niet op een begrafenis, vindt men. Stom vind ik dat, dat is wie ik ben, mijn grootvader heeft me zelf zo altijd gezien, denk ik dan. Nu ja… ik heb toch iets in de kast liggen dat er mee door kan. Dus ook hier weer een positief puntje. Al is dat eerder om anderen gelukkig te maken en niet mezelf. Ik pleit er eerder voor dat iedereen op zijn manier moet afscheid kunnen nemen, dus als ik daar in kleurtjes en als hippie wil staan, vind ik dat dat moet kunnen. Nu goed, ik wil verder ook geen gezever, dus heu: een zwart kleed dus, wel van desigual maar met enkel rood in. Zal wel goed zijn en toch ook nog mijn stijl. Iedereen content. Dus ik ook gelukkig dat ik dat in de kast hangen had. Het is voor de winter, maar ja, misschien moet ik die kleren toch eens gaan boven halen ook! 😉

Positief dus, want er zijn altijd positieve kanten aan het leven. Ik doe niet alsof alles leuk is en leef volledig met mijn ongeluk. Maar juist daardoor voel ik me niet ongelukkig, alleen even heel slecht en kan ik nog wel de positieve dingen zien en me nog amuseren ook. En dat ik verder geweldige vrienden heb, echt geweldige vrienden, schatten van vrienden en ook een buurvrouw dus, waar ik op kan rekenen. Die zelf af en toe bellen om te vragen hoe het nu gaat of een klein sms’je sturen of gewoon een virtuele knuffel of eentje in het echt! Ik heb supervrienden! Allemaal zo hard bedankt!!!!! Zo hard bedankt!!!!