Mijn psychologe: een veilige pain in the ass

Ik werd getriggerd voor dit schrijven door een bericht dat ik op facebook las. Kort gezegd krijgt de cliënt in haar relatie tot haar psycholoog een schuldgevoel van hem/haar mee. Ik werd er door geraakt, ik vind het triestig dat mensen dit gevoel krijgen bij een psycholoog omdat mijn inziens therapie dan niet kan werken. Ik ben zelf hulpverlener en ik studeer nu ook psychologie. Daarnaast ga ik zelf ook naar een psychologe en vanuit dit perspectief is dit bericht geschreven. (We moeten elkaars job toch in stand houden, niet waar? 😉)


Ik heb een goede ervaring met mijn psychologe. Ik mag bij mijn psychologe kwaad zijn, verdrietig, gefrustreerd, mijn innerlijke kind het laten uitroepen, in totale weerstand gaan zitten en ik heb het gevoel dat alle emoties op het emotiespectrum aan bod mogen komen. Ondertussen vertelde ik haar zelfs seksuele fantasieën die ik verder echt nog niemand verteld heb. (Daar kan je waarschijnlijk pas freudiaanse besluiten uit trekken. 🙈)  Ik heb ook het gevoel dat ik veel uit deze therapie haal en dat die voor mij heel erg nuttig is. Een psychologe is voor mij geen klankbord, dat hoor ik weleens. Ik volg namelijk therapie, dat is iets anders dan mijn hart eens luchten of mijn verhaal eens doen. Ik rijd daar elke week toch een behoorlijk stukje voor en dat via zeer drukke wegen waardoor ik best lang onderweg ben. Een psychologe is evenmin goedkoop, maar ik heb het ervoor over, het is nuttig en het is nodig. Dan bespaar ik wel op andere dingen. Ik heb prioriteiten en mijn gezondheid hoort daar toch echt bij.

Kort gezegd kwam ik bij haar terecht na het overlijden van mijn partner, beste vriendin en de rouw omwille van mijn onvervulde kinderwens, zwangerschapsverliezen en het moeilijke fertiliteitstraject.

In het begin zei ze ‘Els, ik voel enorm veel weerstand bij u.’ Mijn reactie was ‘Dat is er ook.’ Ze vroeg waarom er dat was, in mijn herinnering reageerde ik vrij bitsig met de woorden ‘Ik ken u niet, hè’. Waarschijnlijk zal het minder bitsig geweest zijn dan dat ik het aanvoel, ook dat heb ik geleerd ondertussen. Ze zei niets, keek bedenkelijk en schreef iets op. Ik kan dat soms zo enerverend vinden: het opschrijven als je iets zegt. Ik weet waarom dat is, ik weet evenmin dat ik daar iets moet achter zoeken en ik doe het als hulpverlener zelf, maar soms kan in mijn hoofd echt gaan spelen ‘Wat schrijf jij nu toch allemaal over mij op?’ Het voelt een beetje alsof iemand heel heimelijk begint te fluisteren tegen iemand anders als reactie op u. Heel vaak mag je het ook niet zien. Ik leerde zelf dat het lezen belemmerend kan zijn voor de therapie. Ik vind het eerder belemmerend dat ik het niet zou mogen lezen. Dat vergroot nu eenmaal het wantrouwen, ze kan opschrijven wat ze wil, he. Oh ja, ik mag het van haar dus wel zien als ik wil. Toen ze dat zei, vond ik het al heel wat minder erg.

Mijn psychologe zei van in het begin dat ze eigenlijk niets kende van een onvervulde kinderwens en dat ze dan niet wist of ze me daarin kon helpen. Net omdat ze dat zei, dacht ik ‘Gij moogt blijven!’ (waarschijnlijk bleef ik eerder bij haar dan omgekeerd, maar soit). Ze heeft ook eens gezegd dat ze zich voelde tekort schieten naar mij. Ik werd daar op slag stil van, ik wist ook niet wat ik daarop moest zeggen, ik waardeerde wel dat ze dat zei. Ik heb haar dat later ook gezegd. Ik zei haar ook al meermaals dat ik het gevoel dat ze niet begreep wat ik wilde zeggen en dan zegt ze gewoon ‘Dat kan.’ Meer woorden maakt ze er niet aan vuil. Ook dat vind ik fijn en toen mijn huisarts wilde weten welke therapie ik volgde bij haar, zei ze ‘Els zegt wat ik moet doen en ik doe dat.’ Daar komt het wel op neer eigenlijk, ik heb de regie over mijn therapie. Ik mag haar eveneens heel veel schrijven omdat dat vaak veiliger voelt voor mij dan het uitspreken Ik mag eveneens tekeningen enzo meenemen om te laten zien. Ik mag haar zeggen dat ik het er niet over wil hebben omdat ik er nog niet klaar voor ben of omwille van eender welke andere reden. Ze respecteert dat en dringt niet aan dan.

Op een bepaald ogenblik zei ze dat ze het vermoeden had dat het allemaal op mijn vroegkinderlijke trauma’s terug te brengen was. Dat wilde ik niet horen, dat waren de dingen waar ik nooit over wilde praten en die ik graag in de doofpot wilde houden omdat ze te pijnlijk zijn. Sindsdien zegt mijn psychologe wel meer dingen die ik eigenlijk niet wil horen, net zo goed laat ze me vaak dingen zeggen die ik eigenlijk niet wilde zeggen, maar dan ergens toch weer wel. Ik heb ze dan ook maar eens gezegd dat psychologen soms dikke ambetanteriken zijn. Haar antwoord was simpel ‘We zijn ons daarvan bewust.’ She is a pain in the ass, ik ben er haar dankbaar voor en betaal haar er nog voor ook. Het heeft iets ironisch.

Als ik er tegen andere mensen iets over vertel, zeggen velen dat ze jaloers zijn dat ik zo een goede klik heb met mijn psychologe. Ik heb me ook al afgevraagd hoe dat komt. Het eerste wat ik me bedacht, is dat ik werkelijk niets van haar weet. Ik veronderstel dat dat de zogenaamde neutraliteit is. Ik ben vroeger nog eens bij een therapeute geweest die een uitgesproken vegetariër was. Ondertussen ben ik zelf vegetariër, toen nog niet. Ik durfde daar amper zeggen dat ik vlees at. Dat kan niet de bedoeling zijn en dat was haar bedoeling ook niet, maar dit was er wel degelijk. Dat staat een goede therapie in de weg. Het hoort ook bij mijn problematiek, denk ik, zeker toen ik zo jong was. Ik stelde alles in zijn werk om niet afgewezen te worden, dat is namelijk onveilig. Ik was altijd een kameleon om zo weinig mogelijk mensen tegen de haren te strijken en het op die manier veilig te houden voor mezelf. Ik wilde ook niet dat mijn therapeute me afwees en het is niet onmogelijk dat een vegetariër een oordeel heeft over vleeseters, ook al spreekt ze dat niet uit. Een zogenaamde neutrale hulpverlener is voor mij dus veel veiliger, net omdat ik er niets van weet en ik veel minder snel het idee heb dat ze me kan gaan afwijzen op iets.

Mijn diagnose is een Complexe PTSS. Nog niet zo lang geleden las ik dat een hulpverlener bij deze problematiek een soort ouderrol dient op te nemen die een onvoorwaardelijkheid inhoudt zodat alsnog een veilige hechtingsrelatie kan ontstaan. Nog geen week later zei mijn psychologe ‘Je mag heel kwaad op mij zijn, maar ik wil toch graag dat je dat doet.’ Op dat ogenblik probeerde ik de tranen te verbijten. Ik was kwaad, angstig, verdrietig, … ik voelde heel veel tegelijkertijd en ik was ook kwaad op haar, heel kwaad zelfs. Ik weet ook nog dat ik er ook echt van overtuigd was dat ik echt kwaad mocht zijn op haar zonder verdere gevolgen. Het is dus dat wat ze bedoelen en dat besefte ik toen ook. Tot dan was ik wat verward over die opvatting. Uiteraard zal mijn psychologe nooit mijn ouder zijn.  Maar ik vertrouw ze blijkbaar ondertussen wel genoeg om te weten dat ik kwaad op haar mag zijn zonder gevolgen. Ik heb dit nooit eerder gekend, nooit. Dit is dus inderdaad een soort veilige hechtingsrelatie.

Maar dat vertrouwen dient verkregen te worden. Ik weet niet zo goed sinds wanneer dit er is. Ik weet dat het er heel lang niet was, ik heb lang weerstand gehad en ik vertrouwde ze voor geen haar. Ik bleef wel gaan, want rationeel zei alles me dat ze wel te vertrouwen was en ik moest het tijd geven, dacht ik. We spraken daar ook over. Pas na meer dan 2 jaar kreeg ik het gevoel dat ik ze voldoende vertrouwde om meer in de diepte te gaan en aan die trauma’s te gaan werken.

Alleszins heeft de therapie bij mijn psychologe heel veel in beweging gezet en heb ik geleerd dat mensen wél te vertrouwen zijn. Ik krijg nu weleens te horen dat ik te veel het goede in de mens zie, terwijl ik vroeger heel wantrouwig was. Ik sta er dus van te kijken als mensen dat zeggen. Ik ben veel minder bezig met wat anderen over mij denken, ik ben mezelf volop aan het ontdekken en ik ging van een heel gesloten meisje naar een open vrouw. Het feit dat ik eindelijk psychologie durfde studeren en er zelfs aan begonnen ben, is nog het duidelijkste teken misschien. Ik wilde namelijk na het middelbaar al psychologie gaan studeren: faalangst is een vies beestje, maar ik laat me er niet langer door tegen houden.

Omslagfoto: Gerd Altmann via pixabay

23 gedachtes over “Mijn psychologe: een veilige pain in the ass

  1. Wat heb je dit mooi geschreven en verwoord! Het niet vertrouwen van de psycholoog is voor mij heel herkenbaar, ik zat daar in het begin met de gedachte ‘jij krijgt alleen te weten/horen wat ik wil’.

  2. Wat een heerlijk open en herkenbaar stuk en wat een ontzettend fijne relatie heb jij met je psychologe. Vooral de stukken over dat opschrijven, het niet mogen lezen en het gevoel wat je hierbij krijgt is voor mij heel herkenbaar. Gelukkig heb ik inmiddels ook een fijne, een man en ik kan daar eigenlijk ook alles zijn wat jij omschrijft. Een heel fijn en veilig gevoel geeft dit. Ik voel me eindelijk gehoord en erkend. Ontzettend stoer dat je hier zo openlijk over schrijft!

  3. Wat mooi dat je je zo op je gemak voelt en zelfs deze stap hebt gezet om psychologie te gaan studeren. Prachtige studie! Succes met alles.

  4. Het is zeker belangrijk dat je je veilig voelt bij een psycholoog en niet verantwoordelijk voor zijn of haar welbevinden.

  5. ik vertrouw dat soort types dus nooit en heb er al heel was slechte ervaringen mee helaas. en juist bij die personen zou je je goed moeten voelen want je deelt toch wel wat persoonlijks met ze 😉

Laat een reactie achter op Amy de Keijzer - Büttner Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.