Ik zette een sterretje op het kerkhof

Ik was vandaag op de begraafplaats van Mechelen. Ik ging eigenlijk op zoek. Bronnen spraken elkaar tegen, was er nu een sterrenweide of niet? Facebook en internet maakten me niet veel wijzer, maar in de nieuwe “ge zijt van Mechelen”-groep sprak er wel iemand van een foetusweide, net naast de bezinningsplaats. Achteraan, bij de spoorweg, zei ze. Het was vandaag goed weer, ik nam mijn jas, sjaal en fietste naar het kerkhof. Het is eigenlijk bizar dat ik nooit eerder echt dit kerkhof bezocht. Ik woon er eigenlijk vlakbij en ik heb zeer lang iets met kerkhoven gehad. Er straalt een zekere rust uit deze plaatsen, ergens logisch ook, maar ik hou echt wel van die sereniteit. Ik kom er tot rust en als ik de graven bekijk, vraag ik me af wat de verhalen zijn. Nu loop ik daar tussen de graven naar achteren, richting spoorweg. Ik zie graven uit 1953, 1889 en 2016, ik bekijk ze deze keer maar vluchtig. Normaal durf ik stil te staan en me af te vragen wat de verhalen zijn die deze mensen me zouden kunnen vertellen. Niet alleen hoe ze stierven, maar vooral hoe hun leven was, wat ze hadden meegemaakt, welke miserie ze kenden, maar ook wat ze graag deden of waar ze van konden genieten. De mensen die op een kerkhof liggen hebben immers allemaal een verhaal te vertellen, dat heeft iedereen op deze planeet. Deze keer echter vraagt dit niet mijn aandacht. Ik wil de sterrenweide, wolkenweide of foetusweide vinden.

Ik loop naar achter, hmmm, hier is het niet, naar links dan, denk ik, mijn intuïtie zegt me dat, de weg weet ik niet. Oké, het ziet er hier toch al veel recenter uit, lege graspleinen, het heeft iets. Er is nog veel plaats, oké rechts nu, dan terug links en terug naar achter, daar is de spoorweg. Ik zie een bordje staan “herdenkingsplaats voor gezinnen” met Romy erbij. Romy staat symbool voor de kinderen in Mechelen. Ik ben op goede weg, ik zie een soort prieeltje en stap erop af. Mijn stappen vertragen, ik zie kleine grafzerkjes en houten kruisjes. Hier liggen kindjes, jonge kindjes, sommigen van enkele dagen oud, sommigen van nog geen dag oud. Die twee dezelfde kruisjes naast elkaar hebben dezelfde familienaam, er zit 1,5 jaar tussen beide kindjes. Hier word ik echt stil van: een kindje is erg, maar 2 kindjes verliezen? Ik ben stil, wandel verder, kijk hier wel naar de zerkjes en vind dat elk kindje hier mijn aandacht verdient. Ik zie ze liggen: Vlaamse namen, Franse namen, Chinese namen, Arabische namen, … verschillende afkomsten, maar hetzelfde verdriet… Tenslotte zijn we allemaal mens, nietwaar?

Ik stap verder, ik zie kleine wolkjes op stokjes. Voor deze wolkjes zie ik kleine blokjes in de grond steken met nummertjes op. Hier en daar is er iets bijgezet of bijgestoken: een autootje, een uiltje, een sterretje, … Zou dit de foetusweide zijn? Zijn deze mini-mensjes hier niet meer dan een nummertje? Mijn adem stokt, dat kan toch niet? Een nummertje… Ik ga verder, ik bekijk de wolkjes, de nummering hierin gaat verder. Ik denk: “ja, dit zijn de ieniemienie-mensjes.” Mogen ze geen naam hebben? Waarom niet eigenlijk? Dit vind ik eigenlijk wel pijnlijk. Ik ben hieraan misschien nogal gevoelig. Ik ben kinderloos en wel eens een kindje verloren, kindjes die puur biologisch gezien nog geen kindjes zijn, maar voor mij wel kindjes zijn. Mijn kindjes waarvan ik eerst het bestaan ontkende en ze ook geen naam gaf, het was nog immers nog geen kind, zei ik, het was een klompje cellen of een vruchtje, het begin van waaruit we allemaal zijn ontstaan, maar het waren nog geen kindjes. Dat vond ik in eerste instantie makkelijker om mee om te gaan, het was ook iet of wat nuchter bekeken zou je denken maar waarschijnlijk vooral om mijn gevoelens niet te voelen op dat ogenblik. Het was mijn psychologe die me zei: “Els, voor jou mag dat wel een kindje zijn, jouw kindje”. Nee, Sofie, zei ik haar in tranen, dat is geen kindje. Oké, zei ze weer, wat jou helpt is goed. Ik zweeg toen, zij ook, al zei ze nog na enkele minuten stilte: “Ik denk wel dat het belangrijk is dat je het een naam geeft.” Het was na zwangerschapsverlies nummer 1, toch van mijn eigen biologische kindjes. Sterre* was er natuurlijk ook al, maar die was biologisch niet van mij. Biologisch misschien niet van mij, maar wel 100% mijn kindje, ons kindje. Het heeft jaren geduurd voor de naam Sterre* er kwam trouwens, verloren in 2010. Toch heeft het nog 5 jaar geduurd eer ik dat verdriet kon benoemen, wilde benoemen en een naam kon geven.

Vele mensen staan er niet bij stil hoeveel pijn zoiets kan doen. Ik wil hierin ook niet vergelijken en ik zou ook graag hebben dat anderen dat niet doen. Pijn en verdriet is niet te vergelijken. Ik denk wel dat, als een kind er al moet komen met fertiliteit, dat kind al veel reëler aanwezig is dan wanneer je uit het niets en onverwacht zwanger raakt en dat je bij fertiliteit al maanden voor je zwanger bent, het gevoel hebt dat er een kindje onderweg is. Ik weet het ook niet, het is een hypothese. Maar ik lijk niet de enige te zijn die dit denkt en bovendien zie ik bij anderen ook heel veel verdriet rond zwangerschapsverliezen. Het is Manu Keirse die ooit zei dat de duur van de zwangerschap niets zegt over het verdriet. Ik ben die man dankbaar, ik had daarvoor het idee dat mijn verdriet er niet mocht zijn, dat het er pas mocht zijn als je echt al 6 maanden ver was of zo. Pas wanneer je niet alleen in gedachten en bij hart een kindje kwijt bent, maar ook puur biologisch gezien dus. lk ben die man hiervoor dankbaar, ook Shanti van Kinderwens, omdat ze me ook zei dat het mocht en Sofie natuurlijk, mijn psychologe… het verdriet is echt, het is er niet zomaar en er waren wel degelijk kindjes. Ik had een positieve zwangerschapstest en de toekomst werd daarop verder gebouwd, kinderkamers werden klaargemaakt en het werd daarmee ook vrij concreet met de bijhorende liefde die meteen opborrelt voor dat beginnende leven in jezelf.

Terug naar de foetusweide, ik kijk en bedenk me dat deze kindjes hier op zijn minste met een voornaam mogen staan, toch als de ouders dat willen. Ik merk dat ik het idee “gewoon een nummertje” misselijkmakend vind. Oké, misschien moet er geen naam zijn, al blijf ik erbij dat het moet kunnen als de ouders dat willen, maar toch iets anders dan een nummertje. Ik zet mij op het bankje en ik kijk naar de nummertjes, nummertjes dus, ik wil hier weg. Ik wil niet aan kleine kindjes denken in nummertjes.

Ik ga naar de bezinningsplaats, er staat een grote wolk met een krijtbord. Ik zoek het krijt en als ik het gevonden heb, kies ik de paarse kleur, die vind ik mooi en passend. Ik teken een ster, een paarse ster, voor Sterre* en mijn andere vlinderkindjes die ik dus nog geen naam heb gegeven. Ik bekijk de ster, misschien niet voor altijd, maar toch voor even hebben mijn kindjes een plaatsje op de begraafplaats, een erkenning voor hun bestaan, al was het maar heel pril, maar wel heel gewenst en zeer aanwezig.

Ik ga terug naar het bankje, bekijk de wolkjes, ik probeer nu niet te veel te denken aan de nummertjes die erop staan. Het idee van een wolkje vind ik wel leuk. En plots denk ik Victor*, het kindje dat ik verloor op 31 december 2016 heet vanaf nu Victor*, want hij was een overwinnaar. Ik kon nooit zwanger raken of de kans was toch heel klein had men mij gezegd en deze kleine bewees het tegendeel. Daarom Victor*, hij overwon, maar verloor ook weer, hoe dapper hij ook was.

Tranen rollen over mijn wangen, ik zeg fluisterend: Victor*, mijn kleine Victor*… Ik huil, van verdriet en een zekere rust maakt me meester, mijn kleintje mag vanaf nu Victor* heten. De andere 2 vlindertjes weet ik nog niet, maar deze zal voor de rest van mijn leven Victor* heten. Sofie heeft gelijk, mijn kindje een naam geven, geeft mijn verdriet een naam en een betekenis.

Ik zit daar met een glimlach op mijn gezicht terwijl de tranen stromen… En voel me verdrietig en intens gelukkig tegelijkertijd. Ik weet niet hoe lang ik daar zit. Plots spreekt een vrouw me aan “sorry mevrouw, maar het kerkhof gaat sluiten” ze glimlacht even. Ik glimlach door mijn tranen door terug naar haar en sta op. “Nee, niet langs daar, die uitgang is al dicht, je kan wel langs ginder” zegt ze en lijkt me nog even bemoedigend toe te knikken. Het kan ook zijn dat ik me dat inbeeld, maar het doet me warm voelen vanbinnen.

Ik wandel naar de uitgang, de tranen blijven geluidloos lopen, Aan de uitgang zie ik een affiche van wereldlichtjesdag, samenkomst op dit kerkhof, “ik ga” neem ik me voor. Ik stap verder naar mijn fiets die dus aan een andere uitgang staat. Ik voel de pijn in mijn voet, maar ga verder: een intense rust voel ik: Victor* zeg ik luidop. Die ene man kijkt op en knikt, ik knik terug en wil zeggen: “Dag meneer, mijn kindje heet Victor*”, maar ik zwijg, hij zou het niet begrijpen. Niet dat dat moet.

Ik fiets naar huis, door het donkere wegje, daar is het rustig, het is tussen de bomen, tussen het groen en je komt er geen kat tegen. De koude wind doet me mijn tranen extra voelen. Ik kom thuis, ik voel dat het geven van de naam Victor* me deugd deed en ik weet dat mijn 2 andere vlindertjes gauw ook een gepaste naam zullen krijgen…

Ik ben namelijk Els, mama van 4 vlindertjes: Sterre* en Victor* zijn hiervan de oudsten.

“Geen kind is zo aanwezig als het kind dat wordt gemist.”

(Oh ja, aan die nummertjes wil ik wel degelijk iets doen, al weet ik niet wat en hoe ik eraan moet beginnen)

26 gedachtes over “Ik zette een sterretje op het kerkhof

  1. Heel mooi verwoord Els en o zo waar. In de malle molen van fertiliteit wordt je geleefd tot op het moment van de waarheid dan beleef je alles van zo dichtbij, de 1 bn, echo enz. Wanneer het dan misgaat is het een immens verdriet het is alsof je alleen staat in een grote ruimte waar niemand stilstaat dan alleen jezelf. Zo heb ik het ervaren. Het verdriet slijt wel maar het went nooit. Groetjes Ellen, mama van een bengeltje Alexander en drie engeltjes Olivia, Charlotte en Benjamin ❤️❤️❤️

  2. Tranen rollen over mijn wangen bij het lezen van je verhaal. Een kindje verliezen, ongeacht de duur van de zwangerschap is heftig. Op het moment dat je weet dat je in verwachting bent, hoort je kindje al bij jou en voelt het ook als je kindje. Ook wij hebben helaas een kindje verloren. In mijn hoofd heeft het kind een naam, ook al heb ik deze nooit hardop uitgesproken. Maar ik weet zeker dat mijn twee mannetjes ook nog een grote zus hebben die vanuit de hemel hen beschermd. Liefs X

  3. Ik had het woord foetusweide nog nooit gehoord. Wat zal het moeilijk en confrontrerend voor je zijn geweest om daar te zijn. Het is toch goed om je verdriet zo een plek te geven. Sterkte.

  4. Wat mooi, verdrietig en intens geschreven! Ik ben diep geraakt en begrijp absoluut je afkeer van de nummertjes!
    De duur van de zwangerschap maakt absoluut niet uit, 1 maand, 3 maanden, 8 maanden…je kindje is je kindje vanaf het moment dat het verwekt is.
    Wat fijn dat je 2de vlindertje nu ook een naam heeft! De andere 2 komen vanzelf, ga op je gevoel af en forceer het niet.
    Heel veel sterkte met dit enorme (en toch nog vaak onbegrepen) verdriet! 🦋💫

  5. Ik had er nog nooit van gehoord, maar ik ben blij dat het bestaat. Niemand hoeft jou iets te vertellen waar je wel of geen verdriet over mag hebben. Alles wat het leed ook maar een beetje kan verzachten is de moeite waard.

  6. Wat heb je dit mooi opgeschreven. Als je zoiets meemaakt, dan lijkt het me inderdaad nog extra lastig dat er mensen zijn die er zo makkelijk over doen alsof het niks is.

  7. Het lijkt mij heel moeilijk als je een sterretje moet plaatsen op het kerkhof. De begraafplaats in de buurt organiseert elk jaar lichtjesavond. Dat is heel mooi om te zien. Volgende week vindt dat bij ons plaats.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s