Donor(s) gevonden: check!

Goed nieuws, men heeft een donor voor mij. Een eiceldonor: zelfde kleur haar, zelfde bloedgroep, alleen andere kleur ogen, maar de mannelijke donor heeft dan weer wel mijn kleur ogen. Dat zijn de drie dingen waar ze op letten namelijk. Tsja, anonieme donatie dus…

Als jullie mijn blog gevolgd hebben, weten jullie dat dat niet mijn voorkeur is. Zowel voor de zaadceldonor als de eiceldonor had ik het liever anders gezien. Maar goed, het is niet even van: ik plaats een annonce in de streekkrant en het komt wel in orde. Een gekende zaadceldonor heb ik ooit wel gehad, maar die haakte af. Een andere was te oud en het vorige fertiliteitscentrum wilde toch vooral een anonieme hebben. In mijn geval was het niet zo dat ik even aan zelfinseminatie kon doen als alleenstaande, want ik heb wel degelijk ook een vruchtbaarheidsprobleem. Dat was dus ook geen optie.

Nu ja, na talloze onvruchtbare fertiliteitsbehandelingen, werd het zo klaar als een klontje. Mijn eicellen zouden het ook niet doen… Eiceldonatie dus… Ik had een gekende donor, iemand waarvan ik dacht dat het wel oké was om de biologische moeder te zijn van mijn kind. Dit klinkt best gek, want ik draag dat kind dan nog steeds, maar toch zal zij dan de biologische moeder zijn. Genetisch gezien is het haar kind en zou mijn kind daarom ook puur biologisch de halfzus of halfbroer zijn van haar kinderen. Nu goed, ze moest goedgekeurd worden door de psycholoog van het fertiliteitscentrum, maar dat was dus nee. Nu had die man sowieso al bedenkingen omdat we in elkaars buurt wonen, maar hij zei me ook dat hij dacht dat ze het psychisch niet zou aankunnen dat ik een kind heb dat biologisch gezien van haar zou zijn. Waarop hij dat gebaseerd heeft weet ik niet, hij kon dat ook niet vertellen wegens beroepsgeheim. Zij zelf vindt dat gek en denkt niet dat ze daar problemen in zou zien. Goh, op basis waarvan die keuze gemaakt is, weet ik dus niet, maar ik denk wel dat zo een psycholoog meerdere dingen in acht neemt en dat hij waarschijnlijk wel een reden heeft om dat te denken en voor ieders welzijn (dat van de donor, haar kinderen, dat van mij en dat van mijn kind(eren)) kan je daar best ook geen risico’s in nemen, denk ik. Oh, ik had nog vriendinnen die dat wel wilden, maar de ene had zelf nog een kinderwens, de andere was en is nog steeds zwanger en iemand die zelf fertiliteit gedaan heeft wilde het heel graag voor me doen, maar zag het niet meer zitten om nog eens een hormoonbehandeling te laten doen (hetgeen ik volkomen kan begrijpen ze kunnen moordend zijn!). Bovendien geven ze de voorkeur aan “jonger dan 30”, dit omdat de kans op goede eicellen dan veel groter is.

Goed, geen gekende, dan maar ongekende? Nu ja, als jullie deze blog volgen, zullen jullie al meermaals ontdekt hebben, dat ik daar echt geen voorstander van ben. Oké, eigenlijk wil ik zelf wel ook weten waar mijn kind van afstamt, maar ik ben vooral niet alleen in deze zaak. Moest het lukken en er komt een kind of meerdere kinderen uitgesproten, kan ik moeilijk beslissen in die kinderen hun plaats. Hoe kan ik nu op voorhand weten dat zij nooit hun verwekkers gaan willen ontmoeten? Ik denk dat ik die vragen wel zou hebben: “vanwaar kom ik?” Zo gek lijkt me die vraag namelijk niet… Bovendien volgde en volg ik nog steeds ook de zeer boeiende strijd van ‘An gaat op zoek’, die wil weten wie haar donorvader is. Nu ja, ik vind dat ik eigenlijk niet kan beslissen of mijn kind later zijn verwekkers wil leren kennen of niet en ik had graag de mogelijkheid open gehouden, heel graag zelfs. Dan kan mijn kind immers nog bekijken wat hij of zij daarmee zou willen doen.

Ik ging praten en schrijven: met zogenaamde donorkinderen en adoptiekinderen. Volwassen ondertussen. Zo ken ik al sinds onze tienerjaren een meisje, nu een vrouw die even oud is als mij en geadopteerd is uit India, haar zus ook trouwens. Adoptiezussen, maar geen biologische zussen. Ik stelde haar toen al vragen, ik wist immers vrij vroeg dat de kans op eigen kinderen zeer klein was en nog voor ik dat nieuws kreeg, besefte ik al dat het weleens moeilijk zou kunnen worden, want ik had geen menstruaties.  Zij had en heeft totaal geen behoefte om te weten wie haar biologische ouders waren. het zou ook niet gekund hebben want ze was ten vondeling gelegd aan het weeshuis, dus heeft ze daar verder ook nooit echt bij nagedacht, zei ze. Haar “echte” ouders zijn haar adoptieouders en verder is er voor haar niemand. Dat was toen zo en dat is nog steeds zo, ze voelt zelfs geen enkele band met India en is daar nog nooit geweest (buiten haar tijd in het weeshuis dan).  Haar zus daarentegen is ook zeer blij met haar adoptieouders, bekijkt die ook als haar ouders, maar heeft naar haar gevoel wel een band met India en zou wel willen weten van wie ze puur biologisch gezien afstamt. Twee volwassen vrouwen nu, beiden een iets andere start natuurlijk, al was het beiden een weeshuis in India, maar wel op dezelfde manier opgevoed, gaan daar dus helemaal anders mee om. Interessant niet waar? Ook niet zo onlogisch, want iedereen is weer anders.

Een kennis werd samen met haar biologische zus geadopteerd uit Korea en zegt ook niet meteen iets te hebben met haar land van afkomst of wie haar biologische ouders zijn, maar vindt het wel heel fijn dat haar zus wel biologisch verwant is met haar al kan ze zelf niet zeggen waarom ze dat fijn vindt.

Goed, dan zeggen er velen me dat eiceldonatie toch nog iets helemaal anders is dan adoptie. Nu ja, ik adopteer in feite ook, alleen nog in het embryostadium waardoor ik het nog zelf draag en op de wereld zet. Dat geeft verschillen, maar ook gelijkenissen. Dat wilde ik dus ook van naderbij gaan bekijken: eiceldonatie past men nog niet zo heel lang toe, dus die kinderen zijn nog niet oud genoeg om daar echt mee te kunnen praten. Zaadceldonatie bestaat, denk ik, al bijna zo lang als IVF zelf. Pin me daar nu niet op vast, want ik weet het niet echt eigenlijk. 😉 Dus had ik contact met 2 volwassen vrouwen die verder kwamen uit zaadceldonatie. Geen van beiden wist het als kind al. Vroeger heerste voornamelijk de opvatting dat het beter was om het niet te laten weten aan uw kinderen, wat nu gelukkig wel enigszins anders is en geen van beiden voelt momenteel de behoefte om hun verwekker te ontmoeten. Nu ja, een van hen kwam erachter door een mogelijk erfelijke ziekte, dat lijkt me inderdaad niet echt de manier. De andere is het alsnog gewoon verteld geweest toen ze 20 was. Een van hen zei letterlijk “Als mijn ouders die keuze niet hadden gemaakt, was ik er gewoonweg niet. Het is een vaak gehoorde kritiek, dat we daar maar tegen wil en dank gewoon dankbaar voor moeten zijn, maar ik ben dat wel echt.” Haar vader is ook gewoon haar vader, misschien niet biologisch, maar wel degelijk gevoelsmatig. Over de ontbrekende puzzelstukjes zei ze “Tsja, die zijn er misschien wel, maar het kan me niet echt schelen waarom ik een andere kleur ogen heb of waarom ik wel artistiek ben en mijn ouders niet. De dingen zijn nu eenmaal wat ze zijn.” Geen van hen beiden neemt hun ouders daarin iets kwalijk, integendeel: ze begrijpen wel waarom ze ervoor gekozen hebben. (Trouwens, ik kom wel rechtstreeks van mijn ouders verder en vraag me ook weleens af vanwaar ik mijn meer ‘artistieke’ kant heb, ik zie het namelijk niet en ik stam wel degelijk van hen beiden af! 😉  Genen liegen namelijk niet.)

Ik zou graag een gastblog hebben van een zogenaamd “donorkind”, maar dat komt niet op poten. In ieder geval ben ik blij deze kant ook eens gehoord te hebben, want natuurlijk hoor je alleen maar mensen die hiermee niet akkoord zijn in de media. En ja, ik zit met dubbeldonatie, wat het allemaal nog net iets anders maakt en waar bovendien nog geen onderzoeken naar gebeurd zijn, het komt ook niet zo veel voor. De psychologen van de fertiliteitscentra (dat zijn er twee ondertussen) zeiden me dat een kind niet echt de behoefte heeft om die dingen te weten als je van in het begin duidelijk maakt dat ze “donorkinderen” zijn. Ik vind het nog steeds gevaarlijk om dat als een algemeenheid te stellen en denk dat het ene kind het andere niet is, dat zag je ook bij de twee adoptiezussen eerder vermeld. Het ene kind maakt bovendien ook andere dingen mee in zijn of haar leven dan het andere, zelfs wanneer ze in hetzelfde gezin opgroeien, hetgeen de nood ook kan vermeerderen of verminderen, denk ik.

Door zowel deze adoptiekinderen als deze donorkinderen te aanhoren, werd ik wel enigszins gerustgesteld. Reken daarbij dat men de info over de donor wel bijhoudt voor mogelijke erfelijke, medische dingen die later zouden kunnen opduiken (ook niet te verwaarlozen natuurlijk) en dat men bovendien tegenwoordig toch nog vrij gemakkelijk een anonieme donor kan opsporen zodat mijn kind(eren) alsnog de kans krijgen deze op te sporen. (en reken daarbij dat kans bestaat dat dit in de toekomst alleen maar beter zal lukken en ik bovendien denk dat in de toekomst die anonimiteit ook opgeheven wordt) deden me dan toch op de wachtlijst voor anonieme belanden. Ik had natuurlijk ook geen gekende meer, anders koos ik alsnog voor gekende. Als ik zwanger raak, ga ik mijn kind(eren) een brief schrijven in het waarom ik daarvoor gekozen heb, met alle stappen en overwegingen erbij. Ik hoop dat ik ze dat zelf kan uitleggen natuurlijk, maar hoe het leven loopt weet je nooit en daar hebben ze op zijn minst wel recht op, vind ik.

Check dus: donor(s) gevonden.
MRI op 25 september en daarna gaat de mallemolen weer van start, dit keer hopelijk wel met goede afloop.

17 gedachtes over “Donor(s) gevonden: check!

  1. Super dat je doorzet, veel succes. Zelf sta ik ook voor dezelfde beslissing, maar nog geen idee of ik ervoor ga. Met eigen eitjes is geen optie meer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s