Guido en Amber, hoe ik in het begin overleefde na hun dood en nu weer vollop leef dankzij hen!

Op 8 juni 2014 had mijn vriend een ongeluk, op 30 juni 2014 stierf hij ten gevolge van dit ongeluk. De tijd ertussen lag hij in coma. Droge informatie, nietwaar? Dit zijn de feiten en meer ook niet.

De tijd dat hij nog in coma lag ben ik wel naar het ziekenhuis geweest, maar heel weinig, naar mijn gevoel was zijn ziel immers al weg. Ik zag alleen een lichaam, meer ook niet. Ik weet nog dat een verpleger zei dat ik tegen hem mocht praten, ik denk dat hij mijn onbeholpenheid zag. Ik wist niet wat zeggen, dus ik zei stomweg: de zon schijnt vandaag. Het leek zo banaal dat de zon scheen terwijl hij daar zo lag, ik nam wel elke keer zijn hand vast. Zijn dochter, toen 7, mocht bij hem niet eens binnen. Dat waren de regels van die IC, het zou te traumatiserend zijn voor kinderen. Ik vraag me soms af of het niet traumatiserender is geweest dat ze er juist niet bij mocht komen. In ieder geval, op een bepaald ogenblik besloot ik te praten over zijn dochter. Ik weet niet of hij me hoorde, zelf verpleegkundige zijnde wist ik dat dat waarschijnlijk goed is, maar ik leek het moeilijk te kunnen geloven, maar ik vertelde over haar. Dat ze niet bij hem mocht komen, dat leek me belangrijk voor hem om te weten, maar ook wat ze deed op school, wat ze tekende, hoe ze gespeeld had en dat ze zo graag bij hem wilde zijn en hem miste en dat we ons best deden om er te zijn voor haar.

Zelf sloot ik die periode iedereen buiten, ik wilde geen andere moeilijkheden erbij. Alleen met zijn familie had ik veel contact, omdat we allemaal hetzelfde hadden en met hetzelfde bezig waren. De dokter zei ons dat zijn rug gebroken was. Als hij wakker werd zou hij sowieso verlamd zijn, verder konden ze niets zeggen. De ene moment was ik hoopvol en zou hij wakker worden. Verlamd kon me niet schelen, ik zou zijn rolstoel wel verder duwen en zijn pampers wel vervangen, ik wilde hem vooral terug. Af en toe dacht ik ook: maar als hij nu niet meer van karakter is wie hij daarvoor was? Dat kan immers, ik wilde er niet aan denken. Er waren ook veel momenten, heel veel momenten zelfs, dat ik ervan overtuigd was dat hij sowieso ging sterven. Ik voelde het in mijn kleine teen. Die momenten hadden toch de overhand.

Op 30 juni om 7u30 is hij gestorven. Ik weet nog goed hoe ik het telefoontje kreeg en ik gewoon “oké” zei, niets meer of minder. Mijn gevoelens sloegen meteen op een blokkade, ik schakelde ze helemaal uit, zo kon ik immers verder. Mijn moeder was toen op reis en ik moest daar de katten gaan eten geven, ze woonde toen nog op het platteland, ik zat daar dagen buiten, het was zalig weer, dat weet ik nog wel. Weg van alles en iedereen. Ik ging alleen naar zijn zus als we dingen moesten regelen rond de begrafenis, het huis dat hij huurde, de opruim van zijn huis, de oppas van zijn dochter (die eveneens geen moeder meer in haar leven had/heeft). Ik deed het allemaal op automatische piloot. Ik weet nu vooral dat ik toen niemand wilde tegenkomen die me zou vragen hoe het met hem was, want dan zou ik moeten zeggen dat hij dood was. Een soort ontkenning, denk ik. Zolang ik het niet moest uitspreken, was het ook niet echt. Dit blijkt ook niet zo heel vreemd te zijn.

Uiteindelijk smeet ik het na een paar dagen gewoon op facebook, hij was dood, iedereen wist het nu, maar ik keek niet meer naar mijn facebook. Het stond erop, het kon me verder niet schelen wat mensen erop te zeggen hadden. Mijn moeder belde toen wel vanop vakantie, ik weet niet meer waar dat gesprek over ging, geen flauw idee. Maandag was hij overleden, zaterdag was de begrafenis. Hoe gek het ook was, ik stond mee in de rij voor het handjes schudden (wie heeft die traditie ooit uitgevonden? Ik vind die echt niet aangenaam), tussen zijn dochtertje en naast zijn zus. Hand in hand liep ik met zijn dochtertje ook naar voren bij het begin van de viering. Ik weet niets meer van die begrafenis, niets. Toen schakelde ik gevoelens nog gemakkelijk uit, nu kan ik dat gek genoeg niet meer. Toen was ik er heel goed in, dissociëren noemt men dat. Lijfelijk zat ik daar wel, mijn geest schakelde ik uit. Op de koffie wilde ik niet lang blijven, ik was snel weg. Mijn zus belde, ze moesten ergens iets voor een computer gaan halen en vroeg me mee. Goed, zei ik. Ik weet ook wel dat ze me dat vroeg zodat ik niet alleen zat. Vind ik lief van haar.

Juli was begonnen, ik weet er niets meer van. Maar ik kwam mijn bed toen nog wel uit. In augustus werd mijn bed een trouwe metgezel. Ik had geen zin in de dagen, verder weet ik ook hier weinig van. Met vrienden afspreken deed ik niet meer al bleven zij wel bellen, ik werd dat jaar 30, in augustus, met mijn familie ging ik die dag iets eten en die avond was er een optreden van Guido Belcanto. Mijn zus en haar man deden alle mogelijke moeite zodat hij “mijn verjaardag” zou zingen. Hij deed het nog ook! Ja, dat was even wat fijner, maar ik miste iemand heel belangrijk die dag… Het lijkt ook het enige wat ik nog weet van die zomer.

In september zou ik beginnen in Leuven, ik zag dat niet zitten, toch beginnen. Gedachten verzetten, en na een half jaar daar, raakte ik zo verstrikt in het verdriet en de pijn dat de “baas” spontaan zei dat ik beter even thuis kon blijven. Beter nu even wat nodige rust nemen en alles op een rijtje zetten dan dat ik daarna maanden weg was, zei hij. Ik leerde voor de eerste keer in mijn leven dan leidinggevende mensen ook heel menselijk kunnen zijn. Ik kan moeilijk zeggen dat ik dat al veel ervaren had. Deze zei plots dat het heel normaal was dat ik daar zo zat en dat hij me liever even rust gaf dan dat ik zou doordoen en dan pas echt zou crashen.  Het hielp, na een 10-tal dagen was ik zelfs al terug en beter dan voordien.

Ondertussen was ik ook verhuisd, verschrikkelijk vond ik het. Het was niet het moment, dat zegt nu ook iedereen. Ook het feit dat het huis gekocht was en het besef dat hij erbij zou komen, hielp niet.  Het huis was kil, stil, leeg en heel onvertrouwd. Op zulke momenten onvertrouwde dingen opzoeken is geen goed idee, verhuizen al helemaal niet. Ik haatte het hier, echt wel. Van uitpakken kwam niets in huis, van het hier gezellig maken nog minder en rommel bleef liggen. Ik lag er niet van wakker, het kon me niet schelen. Een goede vriendin is daar dan op een halve dag en avond, na een soort van inzinking, wat mee komen helpen. Ik had plots gordijnen hangen, wat dingen tegen mijn muren en het huis was een beetje ingericht en we hadden samen gepoetst.

tattoo Gui
De tattoo die ik voor mij Guido liet zetten

In ieder geval, toen hij een jaar overleden was, besefte ik plots dat ik niet meer 7 dagen op 7, 24/24 aan hem dacht, maar dat ik ook terug aan andere dingen begon te denken. Tegen de psychologe zei ik toen “eindelijk, het is al wel een jaar geleden”. Zij verbeterde me: “Els, het is nog maar een jaar geleden.” Dat bleek waar… ik miste hem nog steeds heel hard, kon soms nog heel hard huilen om hem, hem ongelooflijk missen, het allemaal niet eerlijk vinden en bij momenten op alles en iedereen kwaad zijn omdat hij moest sterven. Ik zocht meer op over rouwprocessen en het hoorde er allemaal bij. Ik was weer gerustgesteld. Ook dat er geen termijn op een rouwproces ligt, maar dat dat eigenlijk een levenslang iets is, stelde me gerust. Ík vertelde ook iedereen dat mijn kleinkinderen op mijn 80ste over hem wilde vertellen en dat ik dan nog steeds aan hem wil terugdenken. Dat wil ik nog steeds. De kinderwens die we alletwee wel hadden, zou ik nu alleen gaan waarmaken, nam ik me voor en ik begon als alleenstaande een fertiliteitstraject. Het was ook wel heel moeilijk omdat ik vooral kinderen van hem wilde. Iedereen die mijn blog volgt, weet dat ik puur natuur geen kinderen kan krijgen… En daar waar ik Manu Keirse voordien vooral kende door het maken van taken voor mijn opleiding, leerde ik nu dat hij mij ook hielp via zijn boeken en lezingen.

Rond diezelfde periode kreeg een vriendin, niet zomaar een vriendin: a one of a kind-friend, een longembolie. Ik smeekte dat ze haar ook niet zouden afnemen…. Ze kwam door die longembolie, toen ze uit de IC was en ik haar ging bezoeken in het ziekenhuis, liet ze een bult op haar been zien. Wat zou dat zijn? Vroeg ze, Jij bent toch verpleegster? Geen idee, zei ik, je bent in het ziekenhuis, vraag het de dokter eens. Het bleek een tumor, die angst had ik al toen ik het zag. Ik weet dat ik bij dat nieuws echt van mijn melk raakte. Nee, haar mochten ze ook niet afnemen. Ze kreeg bestralingen, ze werd geopereerd, de wonde sprong terug open en na een tijd bleken er toch uitzaaiïngen te zitten. De dokters voorspelden, maar zaten er volledig naast, in 2016 kwam ze te overlijden, veel sneller dan ze voorspeld hadden.

Ondertussen had ik een auto-ongeluk gehad en kon daardoor geen afscheid meer gaan nemen van haar, ik zou immers nog een week bij haar gaan logeren: iets waar we allebei nog naar uitkeken. We woonden 150 km van elkaar, waren toch heel goede vriendinnen, maar het was niet zo dat we snel even op de thee konden komen bij elkaar, al waren we af en toe wel zo zot om voor twee uurtjes even over en weer te komen. Moet ook kunnen. We waren elke dag wel in contact met elkaar, sowieso, dat was voordien ook al. Ik huilde veel toen, zij ook. Naar de buitenwereld wilde ze zich sterk houden, ik wist wel beter… Toch heb ik nu heel intense herinneringen aan de week ervoor dat ik al bij haar logeerde, toen ging het ook al heel slecht met haar. Toen ik mijn psychologe erover vertelde zei zij zelfs dat vriendinnen heel weinig zulke intense momenten hebben met elkaar. Ik heb het in ieder geval nog nooit met iemand anders gehad, dat is waar.

Toen ik bericht kreeg, 25 november 2016, dat ze naar de overkant was gegaan, huilde ik nu wel meteen. Ik blokte niets af. De pijn was er, de pijn om het overlijden van Gui werd ook eens zo hard aangewakkerd. Ik was de twee personen die ik echt vertrouwde, die me gewoon namen om wie ik ben, die me niet wilden veranderen, die me zoveel hadden geleerd op persoonlijk gebied, die van mij een beter mens hebben gemaakt, die er gewoon altijd voor me waren, …  die twee was ik kwijt… gewoon kwijt….

Ik heb heel veel gehuild om Amber en ik heb heel veel gehuild om Gui, ik wist soms niet waar kruipen van de pijn en het verdriet…. In tegenstelling tot bij Gui liet ik bij Amber van in het begin het gevoel wel volledig toe, maar ik voelde niet alleen de pijn om haar dood, maar ook die van Gui was eens zo hard teruggekomen…

Pijn en verdriet waren aanwezig, ik was aan het revalideren en bezig met fertiliteit, alles leek heftig wat ik deed, het was ook allemaal heftig. Zelfs nu sta ik nog versteld van het feit dat ik dat allemaal tegelijk deed. Je hebt veel veerkracht, zeggen ze me nu, daarom kon je dat…  Tsja…

September 2017, ik liet een tattoo zetten voor Gui op mijn been en ik maakte de reis van hier naar Nieuwegein om aan het graf van Amber bellen te gaan blazen en bij haar ouders op de koffie te gaan.  Dat was een deugdzame namiddag. De tattoo voor Guido stond toen een week op mijn been en ik besloot aan haar graf om net zoals haar een tattoo van een zeepbel te laten zetten. Die staat er nog niet. Het stelde me gerust. Gui heb ik nu voor altijd bij mij. Amber binnenkort ook…

Ik denk aan beiden terug, heel vaak zelfs, vaak met tranen in mijn ogen en tegelijkertijd met een grote glimlach op mijn gezicht. Dankbaar voor al het moois dat ze me in mijn leven gegeven hebben.

zeepbel
een zeepbel voor Amber

Ik heb nog vriendinnen, best veel zelfs, maar geen van hen zal ooit Amber zijn, Amber ooit vervangen, dat hoeft ook niet, zij mag voor altijd die ene  supergoede vriendin blijven die ik eender wanneer kon storen en bellen, waarbij ik mocht huilen, kwaad zijn, volledig mezelf en die vriendin die me leerde dat aanrakingen ook goed en vol liefde kunnen zijn. Door haar leerde ik dat knuffels heel fijn kunnen zijn. Zij bleef daarin doorzetten, want ze vond dat ik moest leren dat aanrakingen doorgaans liefde zijn en niets anders. Ik kende Amber voor Gui, Gui werd mijn partner en hij deed daar allemaal een schepje bovenop, hij leerde me ook dat mannen te vertrouwen zijn en leerde me dat mannen je ook met heel hun hart graag kunnen zien en je niet enkel als seksobject bekijken. Amber moest hem in het begin vaak geruststellen: “ze ziet je graag hoor, maar ze heeft angst door haar verleden”. Deels door haar bleef hij gaan voor mij. Amber bleef me zeggen dat hij het echt goed met me voorhad, dat ik dat daar zeker van kon zijn. Blijkbaar praatten ze onderling veel over mij, voor mij was dat goed. Guido ging bij haar ook raad vragen… Dat ook zij kapot was van verdriet toen Gui stierf, is ook waar. Toen het bij Amber op zijn einde liep, stuurde ik haar het liedje, big big world…. Ik was immers een groot meisje, ik kon zonder haar wel verder, maar ik zou haar missen. Toen ze dood was, dacht ik nooit dat ik het zonder haar kon redden. Maar dat doe ik nu toch… Mensen zijn flexibel en passen zich constant aan.

Dat ik nu met beiden weer in mijn hoofd zit, is omdat Amber binnenkort verjaart, iets daarna Guido. Omdat de dochter van Gui om de een of andere reden de laatste tijd veel over papa wil praten en omdat ik opruimde en zoveel terugvond van beiden en ik daarbij tranen met tuiten huilde…

Facebook zwierde mijn vorige profiel eraf, zodat ik geen connectie meer heb met hen…. Ik vind dat erg, vind dat soms nog. Maar zoals ik mijn psychologe zei, ook zonder die connectie heb ik een connectie met hen die veel diepgaander is dan fb, een connectie in mijn hart die daar altijd zal blijven zitten en nooit zal verdwijnen.

loved oneJa, ik mis hen beiden nog steeds heel hard, dat zal nooit veranderen, ze zijn de twee mooiste mensen die ooit in mijn leven geweest zijn. Ik huil nog af en toe om hen, ik vind dat niet erg, dat wil zeggen dat ik van hen houd, soms denk ik met een grote glimlach aan hen terug en soms bedank ik ze nog steeds voor wat ze me geleerd hebben in het leven en ben ik heel dankbaar voor de liefde die ik van hen kon ontvangen en dat ze me gemaakt hebben tot wie ik nu ben: veel meer zelfvertrouwen, gelovend in wat ik doe, dat ik vooral mezelf moet zijn en blijven wat anderen ook zeggen, dat mijn koppigheid en doorzettingsvermogen een goede eigenschap is en dat ik mijn dromen moet volgen en zelfs dat, als ik mijn auto vol bloemen wil plakken, ik dat gewoon moet doen. Er is maar een Els zoals ik en dat is goed, dat was de boodschap dat ze me beiden meegaven, veel harder dan ooit iemand daarvoor. Ik ga dapper verder met mijn leven en door hen en zelfs voor hen, wil ik meer en meer mijn eigen pad volgen dat me gelukkig maakt! Mijn pad dus, niet dat van een ander. Ik heb nooit zo hard geleefd als nu en ik ben nooit eerder zo gelukkig geweest. Dat zij daar beiden toe bijgedragen hebben staat als een paal boven water.

Mijn kind zal als tweede en derde naam Guido en Amber hebben of iets dat ernaar verwijst, sowieso… Dat ik mijn dromen moest najagen vonden ze alle twee en een kind is nu eenmaal mijn grootste droom.