Verpleegkundigen bye bye… patiëntenzorg bye bye

tired nurseIk ben verpleegkundige, een psychiatrisch verpleegkundige, maar ik ken ook de “algemene’ kant. Als verpleegkundige werken is niet meer vol te houden, dat zeggen er meer en meer en er is alsmaar minder personeel in de ziekenhuizen en de bejaardentehuizen. In een ziekenhuis werken: been there, done that: nooit meer.

Ik studeerde af in 2006, denk ik, ik moet soms al eens denken…. In 2011 werkte ik op een neurologie, ze hadden me daar gezet tot ik op de PAAZ kon gaan werken, beetje klikspaangedrag over iets uit mijn verleden deed de directeur nursing meteen beslissen dat ik me eerst op neurologie moest gaan “bewijzen”. Ik wilde dat absoluut niet doen natuurlijk en toen mijn collega’s dan nog zeiden dat ik waarschijnlijk in jaren niet op de PAAZ zou komen omdat ze me nu eenmaal “binnen” hadden en ze sowieso bij sollicitaties eerst mensen van buitenaf zouden aantrekken, werd ik helemaal kwaad. Het werd overigens bevestigd toen ik intern solliciteerde op een vacature op de PAAZ: ik kreeg niet eens antwoord. Binnen is binnen was daar de mentaliteit. Een vroedvrouw heeft daar eerst 5 jaar op neurologie gewerkt en is het dan afgebold omdat ze ondertussen al 5 nieuwe vroedvrouwen hadden aangenomen op de kraamafdeling en ze hetzelfde meemaakte als ik, elke keer opnieuw.  Ik werkte er dik tegen mijn zin en dat kan ik dan ook niet verstoppen. Het is niet dat ik echt ging tegenwerken, maar ik trok mij er ook weinig van aan allemaal, blijven wilde ik sowieso toch niet.  Ik had ook echt roddelende collega’s op die dienst en als er iets is waar ik echt niet tegen kan…. Over iedereen waren ze bezig en dan weet je ook, dat ze over u beginnen als jij je rug draait. Oh wat was ik blij toen ik mijn ontslag kreeg. Ik heb meteen naar een vriendin gebeld “ik ben ervan af” en zij nodigde me uit om het te vieren, ze is ook verpleegkundige en begreep het beter dan wie ook. Het was namelijk in een periode dat ik door privéomstandigheden ook geen fut had om naar ander werk te zoeken. Ontslag geven is nooit slim, ontslag krijgen wel. 😉

Nu goed, werken in de verpleging dus, de algemene en waarom dat echt niet meer leuk is.

Je moet dat zo bekijken: de meesten kiezen tegenwoordig voor verpleegkunde omdat ze willen zorgen voor, anderen willen helpen en er vooral voor anderen willen zijn. Anders begin je er niet aan, denk ik. Sommigen noemen het nog steeds een roeping, misschien is dat zo, misschien ook niet. Ik kan enkel voor mezelf spreken dat het bij mij puur idealisme was. Een idealisme dat de eerste dag van mijn eerste stage al de grond ingeboord werd door een dokter die even heel cru duidelijk maakte dat alles draait om centen, om zijn centen vooral en niet om het welzijn van de patiënt. Ik was daar toen echt door geschokt, ik weet nog steeds dat ik dat vol verontwaardiging ging vertellen aan mijn moeder toen ik van stage thuis kwam.

Nu ja: idealist tot in de kist… Ik studeerde en deed stages. Ik vond verpleegkunde studeren eerlijk gezegd poepsimpel. Ik deed Latijn-Wiskunde in het middelbaar en daartegen was verpleegkunde gewoon véél gemakkelijker. Maar he, ik wilde het doen. Ik haalde uitmuntende resultaten en ook mijn stages waren heel goed. (Behalve één)

Wat me toen al opviel: hard werken maar dat vond ik niet erg, verre van. Wat ik enigszins wel altijd grappig vond was het: snel, snel, snel, zodat we om 11 een koffie kunnen gaan drinken en op ons gat kunnen gaan zitten. Dit was dus echt zo, nooit de absurditeit hiervan begrepen. Ik werk liever wat rustiger eerlijk gezegd en ik denk dat de patiënten dat ook liever hebben, daarna moesten de dossiers ingevuld worden, dus konden die koffie en op het gat zitten sowieso. Er zijn er nog waarmee ik afstudeerde die dit echt onnozel vinden. Als stagiair krijg je ook al “leuke” taakjes en niet zelden voel je je een goedkope werkkracht voor de vuile taken die niemand wil doen. Het was ook van afdeling tot afdeling verschillend: je had er die je als stagiair overal mee naartoe namen en waar je mocht oefenen met vaardigheden dat het een lieve lust was en dan je die dat je bij niets betrokken en je liever waskommen en bedpannen zagen afwassen. Allemaal met de glimlach gedaan: nu goede punten halen en dan kon ik er ook aan beginnen, zo dacht ik.

Ik begon, eens afgestudeerd, bij het witgele kruis, thuisverpleging. Ik vond dat eigenlijk leuk, maar veel werk en werk mee naar huis nemen: niet de patienten, wel de administratie. Tot dan toe wist ik niet eens dat het RIZIV uitrekende hoeveel tijd je max deed over een bedbad of een waske aan de lavabo. Daarop was ons aantal patiënten berekend: 16 patiënten op een uur was doodnormaal en pas wanneer je in zo een geval 17 patiënten kreeg, mocht je overuren ingeven. Dat er soms patiënten een nacht op de grond gelegen hadden als je daar kwam en ik die eerst wilde opwarmen in bed of dat de kat al 3 keer door uw steriel veld liep en je elke keer opnieuw kon beginnen (bij een diabetesvoet was dat toch echt aan te raden), dat je soms verse lakens op het bed moest leggen omdat de patiënt anders niet in bed kon (tsja, hoorde niet tot ons takenpakket, maar je kan ze nu toch moeilijk terug in hun eigen urine leggen of zo), maar ook dat de meesten die een bedbad krijgen meestal niet echt meewerken omdat ze gewoon oud zijn en niet kunnen meewerken… Daar houdt dat RIZIV geen rekening mee. Ik werkte altijd langer, maar ik heb zelden zo een dankbaarheid bij patienten gevoeld als in de thuisverpleging, dat dan weer wel…

 

Ik had wel veel last: mijn handen lagen helemaal open van de eczema en de psoriasis. En handschoenen maken dat enkel erger. Tijdens stages viel dat altijd mee omdat het maar korte periodes waren en dan terug les, maar dit was de hel, echt de hel. Dermatologen geweest en eentje ervan zei echt: juffrouw, jij kan niet als verpleegkundige werken op die manier… Ik was een half jaar bezig, nog niet. Mijn rug nam het alleen werken duidelijk ook niet in dankbaarheid af.

 

Nu goed, psychiatrie dan, ik had ervoor gestudeerd…. Laat me een ding zeggen: stages bereiden u echt niet voor op het echte werk. Maar he, ik deed wat ik graag deed en met vallen en opstaan bijleren: dat gaat ook, ook op het werk…

Dat ik dan daarna op neurologie kwam, was niet de bedoeling maar leerde me vooral dit:

  • Geen tijd voor de mensen, gewoon geen tijd…. Verder doen, verder doen, en verder doen.
  • Merken: he, ik heb me ooit voorgenomen dat ik nooit die verpleegster ging zijn die met de hand op de deurklink stond van ‘ik moet verder doen” en ondertussen maar doet van “jaja jaja” omdat de patiënt nog iets wil zeggen
  • Werken als aan de lopende band: patiënt X gedaan, overgaan naar patiënt Y, Juist een fabriek. Wilde ik niet met mensen werken?
  • Besparingen tot in het absurde toe, een afdelingsbudget. Als er iets kapot is moet dat soms maar wachten tot het jaar daarna of daarna, alles hangt af van het budget dat je krijgt per jaar.
  • Geen tijd om haren te kammen, nagels te knippen en haar te wassen
  • De voeten wassen we in weekend niet, geen tijd voor. Enkel gezicht, oksels en intieme delen.
  • Kamers binnen lopen, de lakens eraf trekken (of ze nu nog slapen of niet), ze beginnen te wassen en liefst van al in een rush. Op mijn stages deed ik nog rustige de gordijnen open, zei ik Goedemorgen en vroeg ik hoe het was en dan zei ik: ik kom u wassen
  • Een vroege gedaan hebben en om 17u telefoon krijgen of ik a.u.b. de nacht wil komen doen want de vaste is ziek gevallen. En dan doe je dat, dat is immers doodnormaal.
  • Doodziek gaan werken, want uw collega’s in de steek laten lijkt geen optie meer.
  • Patiënten worden zo rap mogelijk naar huis gestuurd en is de een de kamer nog niet uit, staat de volgende al in de gang (meermaals meegemaakt).
  • Elke dag een pijnlijke rug hebben en ’s avonds niet meer uit de zetel raken
  • Oh ja, na je werk te pas en te onpas in slaap vallen
  • Een sociaal leven: wat is dat eigenlijk? Juist ik heb ongeveer 2 dagen vrij op 14 (vergeet de overuren niet), die dienen echt om te recupereren, het heet ook recupe
  • Gratis overuren doen, want je kan ze toch amper terugnemen dus gaat bijna alles ervan naar de staat
  • Geen tijd meer hebben om naar de wc te gaan (dit is echt niet om te lachen, dat is echt zo)
  • Meestal geen middagpauze meer hebben. Of avondpauze, we werken nu eenmaal in shiften.
  • Na de vroege de late er nog bij nemen wegens te weinig volk. Of zoals ik eerder al zei: de vroege doen en dan later op de dag opkomen voor de nacht
  • Soms nog bezig zijn als uw collega’s van de volgende shift er al zijn en denken: help: ik moet al briefen en dat is nog niet orde en dat en dat en dat
  • Mensen in natte pampers moeten laten zitten, want het is nog geen pamperronde en ze mogen er maar 3 per dag gebruiken (vind ik ook echt niet kunnen!)
  • Meer en meer administratie die ook nog eens tekortdoen aan het zorgen voor mensen. Soms vraag je je af: ben ik nu secretaresse of verpleegkundige?
  • En we werken niet meer met mensen, maar met protocollen en procedures, dat vooral.

 

Meer en meer verpleegkundigen haken af om deze redenen, kom je nog met minder te staan, verergert het alleen maar en het is er in die tijd van toen ik studeerde tot nu enkel op achteruit gegaan. Ik hoor oudere verpleegkundigen weleens zeggen: wij hadden vroeger nog tijd voor de patiënten, nu niet meer. Dat is, denk ik, ook zo. Elke verpleegkundige wil patiënten tijd geven, maar t mag niet meer: alles draait rond cijfers en geld. Het ziekenhuis dat is een bedrijf geworden zoals een ander: besparingen en verder moet het opbrengen, de mensen zelf doen er niet toe. Toen ik in oktober in het ziekenhuis lag, waren ik en mijn kamergenoot een goede kamer werd gezegde, want wij belden bijna nooit. Ik mocht niet alleen uit bed, maar mijn kamergenoot wel, waardoor zij al weleens servetjes ging halen voor mij. En ik, verpleegkundig zijnde, durfde ook amper te bellen, want eigenlijk is daar ook geen tijd voor en ik weet dat. Mijn kamergenoot zei daar dan weer dat ze compassie had met verpleegkundigen: zo hard werken. “Iedere job is hard werken, maar als ik dit allemaal zie, dan denk ik: ge moet er goesting in hebben…”, zei ze.  Mijn vader zei dat trouwens ook toen hij in het ziekenhuis lag en ik ken er nog veel ondertussen. Ik heb er al bewondering voor gekregen van vrienden en van mijn vader helemaal terwijl hij er niet echt zo voor was dat ik verpleegkunde ging doen. Daarna zei hij wel: veel te hard werken voor veel te weinig geld. Nu ja, als ik mensen vertel dat het RIZIV bepaalt dat je max 15 min over een bedbad mag doen, schrikken ze zich ook een ongeluk. “Dat is berekend of wat?” Uhu, alles in de zorg hoor.

 

Ik doe wel graag de nacht: alleen, op uw eigen tempo en tijd voor de patiënten, er mee kunnen praten als ze niet kunnen slapen en zelfs de gazet kunnen lezen. Heel andere sfeer ook, ik werk graag ’s nachts. Maar ja, met mijn hormonale problemen mag ik ’s nachts niet meer werken, in shiften ook niet.

Mijn rug daar zit mijn huisarts al van in het begin op te hameren, die doet al pijn sinds ik tiener was, dus ja, ik heb scoliose… Daarom, denk ik…

Nu ja, goed… In oktober vorige jaar had ik een auto-ongeluk en zei de medisch adviseur dat ik gewoon niet meer als verpleegkundige kan en mag werken. Ik begon er eigenlijk van te huilen. “Dat is erg, hè, als je iets graag doet. Ik denk dat jij ook een heel goede verpleegkundig bent, maar alles bij elkaar geteld: niet tegen water en zeep kunnen (laat staan alcogel), een misvormde rug, niet in shiften mogen werken en nu een voet die blijft pijn doen en een rug die sinds dat auto-ongeluk constant pijn doet…. Tsja, het optelsommetje is snel gemaakt.” Ik begon wel te wenen, maar langs de andere kant: zotirs nurde 2 een rush op het werkveld waar mensen plaats moesten maken voor cijfer, centen en procedures: daarvoor werd ik ook geen verpleegkundige.

Ik ben nu in begeleiding bij het GTB, aangepast werk, verpleegkundige blijf ik altijd, in hart en nieren, ik wil ook mensen blijven helpen: op een ander gebied nu. Er is richting naar hoe en wat. Met schrijven help ik blijkbaar ook heel veel mensen: een nieuwe missie en daarnaast die kinderwensconsulent en misschien ga ik toch nog psychologie studeren: misschien wel. Maar dat is vooral plan B voor als ik niet zwanger raak.

 

19 thoughts on “Verpleegkundigen bye bye… patiëntenzorg bye bye

  1. Ik heb alleszins uit volle overtuiging voor verpleegkunde gekozen en ik zei het in de lager school al….

    Ik werk nog als vrijwillige verpleegkundige, daar voel ik ook nog echt waarom ik het ooit gekozen heb…. in het ziekenhuis echt niet….. dat is zo jammer

    Dat is niet om negatief te doen of zo, het is gewoon zo. De kranten rapporteren dit al jaren, maar ik dacht :”laat ik het eens uit een mond van een verpleegkundige zeggen”

    Ik vind eht nog steeds zo jammer dat ik het niet meer kan, ik had graag anders gezien…. al was het aar om dat beestje verschil te maken voor een paar mensen.

  2. Toen mijn opa in het ziekenhuis lag zag ik het ook constant: die werkdruk is onnoemlijk zwaar. Maar de dames die voorbij kwamen, deden hun werk zonder uitzondering met een lach. Enorm veel bewondering voor.

    Ik kan me goed voorstellen dat je dolblij was toen je daar weg kon, want het is gewoon bijna niet te doen en ze blijven de zorg maar uithollen. Sterkte met je gezondheid en ik hoop dat, hoe het leven ook loopt, je je pad vindt.

  3. Brok in mijn keel. Een ontzettend belangrijk beroep dat met de tijd door steeds minder mensen met liefde wordt gedaan. Dit wordt je namelijk te lastig te gemaakt. Ik snap je heel goed.

  4. ‘Soms vraag je je af: ben ik nu secretaresse of verpleegkundige?’
    Ik denk dat dit wel een duidelijk beeld geeft van hoe het niet moet. Laat die administratie lekker door iemand anders doen.

    1. Mja, inderdaad….

      We zeggen als verpleegkundigen onder elkaar wel eens dat ze per afdeling ook best een medisch secretarrese zou in dienst genomen worden. Maar ja, in tijden van besparing en dan dat men het ook met steeds minder moet doen, zien we dit ook niet meteen gebeuren.

  5. Ik werk ook als verpleegkundige in een rusthuis. Ook daar moeten we het met alsmaar minder doen. Om van het personeelsverloop nog maar te zwijgen. Hoe kan je kwaliteit leveren als de basis niet goed zit? Ik doe mijn werk graag maar ben begin dit jaar verminderd in uren. Ik wou voor mezelf ook weer levenskwaliteit.

    1. Dat is zo. Mijn moeder heeft me vaak gezegd dat ik het in een rusthuis liever zou doen en het er vooral rustiger werken zou zijn met nog aandacht voor de mensen… Ik kan enkel denken: moeder, ge bedoelt het goed, maar dat klopt niet, echt niet…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s