Ja, ik heb PTSS en ja, ik kan daar mee leven…..

PTSDIk kreeg pas vrij laat de diagnose PTSS, dat staat voor Post-Traumatische-Stress-Stoornis. Toch in verhouding tot mijn carièrre als psychiatrsiche cliënt, ik ben er immers nog maar 32, de eerste psychiater in mijn leven zag ik op mijn 15de, denk ik, zonder dat mijn ouders het wisten.

Ik heb daarbij ook DIS, dat staat voor Dissociatieve Indentiteits-Stoornis, maar dat is eigenlijk ook een kenmerk van PTSS.

Ik kan hier nu gaan uitleggen wat die diagnoses zijn en wat ze inhouden, maar iedereen kan google gebruiken, vermoed ik. Dat jullie dit lezen, wil alvast zeggen dat je internet hebt. Wel wil deze diagnose zeggen dat er in de kindertijd vele trauma’s gebeurd zijn, die moeten niet noodzakelijk (allemaal) in het gezin gebeurd zijn, dat kan ook daarbuiten, maar ze zijn er wel. Die DIS komt hoofdzakelijk door kinderlijk trauma, zeker bij mij is dat duidelijk, omdat ik splits in kinddelen. Dat wil zeggen dat ik naar mezelf ga als kind, naar mezelf in een vroeger stadium uit mijn leven, ik ben dan ook echt terug Els die vier jaar is bv. Ik splits dan wel degelijk en dissocieer ook. Splitsen in kinddelen is een minder voorkomende vorm van DIS. Dit heeft blijkbaar weinig te maken met het al dan niet voorkomen van psychische problemen in de familie, maar enkel en alleen met trauma. Als kind was het een overlevingsstrategie en die pas je dan nog toe als volwassene. Je hebt het jezelf immers aangeleerd omdat je niet anders kon toen je klein was. Een kind doet dit om te ontsnappen aan de werkelijkheid. Een dagdagelijks voorbeeld is dat de ouders ruzie maken en dat ene kind dan gaat dissocieren omdat hij of zij niet wil dat dat gebeurt. Kinderen passen dat constant toe, maar als je het te veel hebt moeten doen, dan onstaan er later problemen.

Ik heb eigenlijk 8 verschillende diagnoses gekregen voor ze bij deze uitkwamen, waarschijnlijk omdat ik niet alles vertelde, omdat ik, toen ik 18 was er deels nog steeds in zat, in die trauma’s. Ik vertelde eigenlijk niets aan mijn hulpverleners, helemaal niets, ik durfde dat niet, dat is ook heel typsich aan PTSS. Maar de eerste psychiater waar ik naartoe ging, het was achter de rug van mijn ouders, ik was toen 15 of 16, sprak toen al van een overduidelijke angststoornis. Hij bleek toen dus al gelijk te hebben. Na één egsprek met mij wist hij het en hij schreef me lysanxia voor. Het ligt tot op de dag van vandaag nog steeds als indien nodig in mijn kast, maar doorgaans vervalt het voor het doosje op is. Het voelt wel veilig dat het daar ligt!

Toen ik 17 was, kwam ik op de PAAZ, maar mij openstellen durfde ik niet. Dat was pure angst. Bij de nachtverpleegkundige ging het een beetje, een heel klein beetje. Tegen haar durfde ik al iets zeggen, maar nog bitter weinig. Ze drong er ook op aan en tegelijkertijd ook niet, ze liet me mijn eigen gang gaan op dat vlak, maar liet wel duidelijk voelen dat ik mocht vertellen en soms drong ze ook echt wel aan, maar alleen als ze zag dat ik het wel wilde, maar niet durfde, dat zie ik nu in. Soms ook omdat ze dacht dat ik anders iets dom zou gaan doen, wat ik toen ook wel deed. Ik kon toen nog niet met dissocieren omgaan en elke ik voelde dat het zat aan te komen, begon ik mezelf te verwonden. Zelfs aan mijn littekens zie je nu nog altijd dat dat vanuit dissociaties was naar het schijnt, omdat er geen structuur inzit. Bij borderline zijn die bv doorgaans recht en volgens een vast stramien. Doorgaans!!! Dat is mij toch verteld. Maar haar vertrouwde ik dus wel, ze zette wat in gang, laat ons zeggen, zij was het begin van herstel, het hele prille begin. Toen ik later zelf psychiatrisch verpleegkundige werd, hoopte ik vaak dat ik ooit voor iemand kon betekenen wat zij voor mij betekende en dat heb ik al gedaan, toen ik zelf op de PAAZ werkte was dat zelfs heel duidelijk, bij een meisje van 17 jaar. Dat besef ik heel goed, ze heeft het me meermaals gezegd, kon me niet loslaten, ik kreeg er een cadeautje van en ze bleef lang zeggen dat ik de enige was met wie ze kon praten. Via facebook dan, ik wist soms niet wat ik daar mee moest doen: “professionaliteit” weet je wel…., maar ik kreeg het ook niet over mijn hart om ze niet te woord te staan en naar haar te luisteren en toch zei ik elke keer ook opnieuw dat ze met de verpleging van ginder meost praten (ze was toen doorverwezen naar naar een niet nader genoemd psychiatrisch ziekenhuis ). Net omdat ik de enige was met wie ze kon praten. Ik herkende het ook, dus ja….

Nu goed, ik vertelde nooit iets. Ik zeg nu soms wel eens: valt het eigenlijk niemand op dat ik enkel opgenomen werd toen ik nog thuis woonde? Akkoord, mijn laatste opname was erna, maar kwam verder uit klierkoorts, ik heb daardoor toen een depressie gekregen. Ik weet nog dat ik iedereen in het begin zei dat ik niet depressief was, ik was gewoon moe, maar iedereen zei dat het een depressie was. Ik voelde dat het niet zo was, dat het iets anders was, maar niemand geloofde mij, ik voelde me zo gefrustreerd, echt waar… Het gevolg van een verleden in de psychiatrie…. jammer genoeg…. Het was pas toen ze me opnamen in de psychiatrie en ze bloed genomen hadden dat ze zeiden dat ik klierkoorts had, dat verklaarde veel, heel veel. Maar doordat constant gevecht tegen die vermoeidheid en wel willen, maar niet kunnen was ik ondertussen wel depressief geworden.  Klierkoorts heeft trouwens heel vaak als gevolg depressie.  Een depressie met een lichamelijke oorzaak dus. Ik lag op de PAAZ en het ging van kwaad naar erger en niemand die begreep dat het was omdat ik me zo hard gefaald voelde, die verpleging en die psychiater daar al helemaal niet. Mijn faalangst is daardoor toen enkel vertienduizendvoudigd, vooral qua werk, want ik was nog niet zo lang afgestudeerd en een half jaar aan het werk. Al zeiden ze wel dat ik zo veranderd was tegenover vroeger toen ik er kwam, dat ik niet meer die crisis-persoon was, maar gewoon iemand met een ernstige depressie en uiteraard extreem moe.  Ik dacht dan alleen maar:  het zou pas erg zijn, moest ik op al die tijd geen sikkepit veranderd zijn en niets bijgeleerd hebben op dat vlak. Mijn huisarts neemt nu altijd bloed als ik zeg dat ik moe ben trouwens en vindt zelfs altijd iets waardoor ik moe ben. Die heeft zijn les toen ook geleerd, denk ik. Mijn psychiater ook trouwens.

Na de dood van Gui, ging ik weer naar een psychologe, een goede: dat mag gezegd worden. Het was zij die me zei dat ze niet met diagnoses werkte, maar dat de diagnoses die ik gekregen had volgens haar ook niet klopte. En plots zei ik: “Ik weet al heel lang dat ik PTSS heb, maar dat mag je nooit van jezelf zeggen, want dan heb je ten eerste geen ziekte-inzicht en ten tweede bij uzelf mag je geen diagnoses leggen, dat zegt ook iedereen!” Maar ze bevestigde dat zij dat ook zo zag, ze vond het zelfs overduidelijk. De diagnose borderline begreep ze helemaal niet. Ik wel, ik heb die gekregen toen ik 18 was, dan is iedereen borderline. De gemiddelde jongere zit tot zijn 25ste in elkaar als een borderliner, maar is het daarom niet. Ik pleit er ook enorm voor om die diagnose nog niet zo vroeg te stellen, het maakt meer kapot dan dat het helpt als het niet waar is. Ook hier spreek ik uit ervaring. Ondertussen kwam ik ook terug in contact met mijn vroegere therapeute die me ook zei dat ik zelfs op mijn 18de of 19de bij haar al niet overkwam als een borderliner en dat ze me dat vaak gezegd heeft. Ik kan me dat niet meer herinneren, ze zei me dat ik er misschien nog niet klaar voor was om dat te horen of laten doordringen. Het zou kunnen…. De menselijke geest zit soms vreemd in elkaar.

Nu goed, ik heb PTSS dus en ik splits in kinddelen….

Dat is allemaal heel goed onder controle en ik kan er ook tamelijk goed mee omgaan….

Mijn geheim vragen velen zich dan af?

Bwah, ik geef er gewoon af en toe aan toe dat ik me klein wil voelen en eigenlijk terug kind wil zijn. Sinds ik dat doe, splits ik niet meer in kinddelen eigenlijk en heb ik zelf onder controle wat ik wanneer doe, zelfs als mijn kinddelen getriggerd worden. In opname stond er in mijn verslagen vaak regressie, maar toen was het nog wel splitsen, alleen hadden ze dat zo goed als niet door, pas bij mijn laatste opname wisten ze dat ik DIS had waarbij ik echt in kinddelen splitste….  Nu op zich toegeven aan dat kind willen voelen… Je moet je daar nu echt geen overdreven dingen bij voorstellen, maar ik kruip op de speeltuin, ja, ik geneer me daar niet voor.  Ik fantaseer heel vaak in mijn dagdromen dat ik een kind ben met een superlieve papa (altijd een papa, ook dat is bij mij heel logisch), ik kan me af en toe helemaal laten gaan op kindermuziek en ik zet vaak kinderfilms op en soms kleur ik ook gewoon (hoewel ik zelf best goed kan tekenen, soms wil ik gewoon iets inkleuren)…. Ik doe verder niet echt aan ageplay of iets dergelijks, ik heb daarin ook wat mijn weg gezocht. Mijn psychologe zegt trouwens dat ik niet moet zeggen dat ik me terug kind wil voelen, maar dat ik op die momenten gewoon nood heb aan geborgenheid, liefde en veiligheid en dat iedereen daar nood aan heeft. Dat is ooit wel een festish genoemd, moet je weten, terwijl mijn psychologe het dat overduidelijk niet vindt, ze vindt het wel zoeken naar veiligheid. Ze vond het mooiste voorbeeld dat het gewoon dat is, toen ik zei dat ik dat in mijn relatie met Gui helemaal niet meer had en dat dat pas teruggekomen was toen Amber stierf, die dat wel heel goed begreep overigens, ze was buiten Gui de enige die ervan wist. En nu zeg ik het hier even klaar en duidelijk voor iedereen, hehe, ik geeg me plots heel bloot.  Het is nu weer wat gaan liggen, maar zoals ik dus zeg: ik durf er aan toe te geven en mijn geest wil zich sindsdien niet meer splitsen blijkbaar. Dat is fijn zo, want dan gebeurt het niet meer als ik het niet wil en enkel als ik het wel wil.

Nu dissocieer ik ook gewoon, een gewone dissociatie, wat is dat? Er zijn er veel die me dat vragen. Een psychiater legde het mij op mijn 18de ooit als volgt uit: “Als uw lichaam het niet meer aankan, valt uw lichaam flauw. Als uw geest het niet meer aankan, valt die ook flauw en dat is een dissociatie.”  Het is iets ingewikkelder, maar daar komt het simpel gezegd wel op neer, als uw geest het niet meer aankan, zegt die gewoon foert. Er zijn bij mij maar een paar mensen die echt zien wanneer ik dissocieer: mijn psychiater (ik heb ze ook al 12 jaar) en mijn moeder… Blijkbaar kijk ik dan dwars door iemand heen, ben ik minder allert maar ik reageer nog wel en heel af toe plas ik er nog gewoon bij in mijn broek ook. Heb ik één keer ook voorgehad bij mijn psychiater, die dat niet erg vond en heel snel begreep wat er aan de hand was, maar ik wel….uiteraard.  Nu ja, ondertussen dissocieer ik wanneer ik het zelf wil, ik gebruik het heel functioneel, ik kruip wel eens in mijn GSM bij feesten of zo, dan ben ik bewust weg, maar ik kan het ook elders doen. Mijn geest afsluiten, die smartphones zijn een geweldig hulpmiddel tegenwoordig en pijn dissocieer ik ook zo goed als weg. Dat had ik overigens zelf niet eens door, het was mijn psychiater die dat zei. Omdat ik de laatste tijd dingen ondergaan heb die heel veel pijn moeten gedaan hebben (een onderzoek van de baarmoeder en eileiders met contrastvloestof, ik voelde hoegenaamd niets. Ik had echt zo iets van: is dat al? De meesten creperen daar blijkbaar van de pijn, het zou aanvoelen als weeën. Ik dacht: bwah, zo wil ik wel bevallen), daarnaast wandelde ik trouwens rustig verder op een voet waarvan geen enkel dokter begrijpt hoe ik dat deed, ik sloeg hem wel vier keer per dag om, maar verder was er geen probleem als was die heel dik…. Mijn psychiater zag geen enkel andere verklaring, ik vind ze wel mogelijk, heel hard mogelijk zelfs…. Langs de andere kant heb ik als klein kind blijkbaar ook al heel lang met een serieuze oorontsteking rondgelopen en kloeg ik ook niet van pijn, hoewel ik hoge koorts had. Ze vonden toen dus ook niet wat ik had. Dat vertelt mijn moeder me toch. Misschien heb ik ook doodgewoon een heel hoge pijngrens, wie weet….Of klopt het wat ze zeggen, dissocieer je als kind al veel weg, want ook pijn heb ik heel vaak moeten wegdissocieren om verder te kunnen als kind. Ik besef nu heel goed dat ik met hersenschuddingen naar school ben gegaan enzo.

Het hoofdkenmerk van PTSS zijn overigens herbelevingen, die kan ik nog steeds wel hebben. Soms word ik badend in het zweet wakker na nachtmerries die dan ook herbelevingen zijn. Dan moet ik mezelf steeds gerust stellen dat er niets is, dat er niets kan gebeuren en dat ik gewoon thuis in mijn eigen bed ben en dat ik heel veilig ben. Ik haat daardoor ook op reis gaan en verhuizen en ergens blijven slapen, omdat ik daar geen vertrouwde geluiden hoor en ik bij elk geluidje opschrik. Verhuizen is een ramp voor mensen met PTSS en weinigen begrijpen dat ook. Nu is dat ook omdat elk vreemd geluidje een trigger kan zijn voor een herbeleving, elke gebeurtenis ook. Ik heb een paar maanden geleden een hevige paniekaanval gehad. Ik was opgesloten in mijn eigen huis en ik heb ooit tijdens een opname in de isoleercel gelegen tijdens het brandalarm en ze waren me vergeten. Ik denk dat het overduidelijk is dat ik toen vol angst zat in die isoleercel….. Het was maar een kleine brand, maar dat wist ik niet natuurlijk…. Ik zat nu in mijn huis, opgesloten en kon zelf niet naar buiten, ik werd helemaal naar toen terug gekatapulteerd. Toen ik als psychiatrisch verpleegkundige op een PAAZ ging werken hebben ze me daar bij wijze van doop ook gefixeerd in de isoleercel: toen heb ik de hele tijd tegen mezelf zitten zeggen “els, je bent op uw werk, hier gaat niks gebeuren”, maar ook dan had ik schrik. Die paniek toen ik hier in mijn huis was opgesloten was ook behoorlijk heftig, maar volgens mijn buurvrouw die me “gered” heeft, viel het nog mee als ze hoorde vanwaar die angst kwam. Ik nam geen medicatie meer, maar heb die week toch elke avond een Temesta van 1 mg en een Lysanxia genomen, dat was even nodig, die heeft de dokter danmaar voorgeschreven omdat ik de volgende dag nog helemaal van mijn melk was. Herbelevingen dus, ik heb het soms nog. Mijn zus was ooit kwaad op mij, ze riep echt tegen mij door de telefoon en ik begon te wenen, zag mijn vader toen weer voor mij, want dat zette een herbeleving in gang. Net hetzelfde toen een kameraad die eens kwaad op me was ook riep en ik ook begon te wenen en dan zei “ja, ween maar, ja, dat gaat veel helpen”. Mijn vader zei dat immers ook altijd…..Hij begreep wel waarom ik toen zo hevig reageerde en heeft zich daarna nog meermaals geëxcuseerd en zei dat hij er ook over gegaan was. Hij is sindsdien ook nooit nog zo te keer gegaan, tegen mij toch niet en we zijn nog steeds vrienden. Herbelevingen dus, maar ik kan tegenwoordig heel vaak zeggen: “Els, er is niets aan de hand, je zit nu hier, niet meer daar waar je vroeger zat.” En dan begin ik mij heel hard te focussen op het hier en nu, op de uren wanneer de bus komt als ik aan de bushalte sta, of ik begin de dakpannen te tellen die op dat huis daar liggen of de voegen in de muur of ik probeer 10 dingen te zoeken die ik voel, hoor, zie of weet ik veel wat. Dat helpt…. Maar dat is vooral heel veel oefening.

Nog een kenmerk: vermijding. Feesten vinden we niet leuk, fuiven ook niet. Die zijn sowieso een grote trigger voor herbelevingen, ook al hebben ze er niets mee te maken maar dat komt vaak door de vele prikkels tegelijkertijd die van alle kanten komen en we moeilijk kunnen filteren Nee, we voelen ons niet goed in groep, helemaal niet. Ik ga dus ook niet graag naar familiefeesten of zo. Ze zullen het niet begrijpen, maar dat hoeft ook niet meer voor mij. Eén iemand van mijn familie bij mij is ook meer dan genoeg, of twee, drie is het maximum. Familiefeesten vind ik echt verschrikkelijk, ik geef dat eerlijk toe. Ik mijd ze liever, neem me elke keer voor om te gaan, doe het ook vaak, maar dat doet me dan geen deugd, integendeel. Ik ben vaak ziek op die momenten, ik ben dan ook echt ziek, dat is geen verzinsel of zo. Ik voel mij bij die mensen dan ook niet thuis…. Kunnen ze niets aan doen, maar het is wel zo… Ik voel mij heel klein in mijn familie, een nietsnut, dat heeft ook zo zijn redenen. Het begrijpen doen ze niet, ze weten ook niet wat PTSS is, dus ja…. Ze blijven zich liever blind staren op borderline, dat gevoel heb ik toch heel vaak, waarvan ik overigens ook heel kwaad word.

Ik heb ook faalangst, dat is één al vermijding. Angst om iets verkeerd te doen, dus doen we maar niks, dan kunnen we ook niets verkeerd doen. Dat is het heel simpel gezegd. Mijn schoonbroer noemt het “lui”, hij doet maar, ik weet dat ik alles behalve “lui” ben, integendeel zelfs. Ik heb al faalangst van in de kleuterklas, dat komt van ergens…

Ik heb ook nog andere angsten en angst werkt vermijding nu eenmaal in de hand, dat kan op allerlei gebieden zijn… Maar bij mij zeker als het aankomt op presteren, beoordeeld worden en goed moeten doen en niet mogen falen en de dingen juist moeten doen. Maar soms ook gewoon van mannen, ik heb zelfs jaren een relatie gehad met een vrouw uit angst voor mannen. Dat vind ik nog steeds heel erg, maar dan ook echt heel erg. Voor mijn ex nog het meest. Het is wel het toppunt van vermijding… dat zegt iedereen, maar blijkt ook heel veel voor te komen bij PTSS: lesbische relaties aangaan en eigenlijk hetero zijn….

En veel spanning voelen natuurlijk,  ik ben een stresskieke. Ik heb een eetstoornis, een eetstoornis is trouwens ook een groot symptoom van PTSS en ook een eetstoornis zou enkel verder komen uit vroeg kinderlijk trauma volgens de laatste nieuwe inzichten. Een kind op zich kan op heel jonge leeftijd al heel veel duidelijk maken met al dan niet te eten, dat weten ze in de kinderpsychaitrie al jaren, vandaar dat de laatste inzichten ook zeggen dat een eetstoornis ook een soort kinderlijk gedrag is bij trauma uit de jeugd. Maar ook die eetstoornis is onder controle, ik eet nu volgens Pascale Naessens, dat helpt, maar ik stop nog steeds met eten als ik gespannen ben. Vreetbuien heb ik echter al jaren niet meer gehad, de laatste keer was net na de dood van Gui, verder nooit meer…

En verdringing natuurlijk, wij willen niet meer aan vroeger denken, maar het gebeurt onvermijdelijk toch. Vandaar dat bij PTSS vaak EMDR wordt toegepast, dat is teruggaan naar uw trauma’s, naar vroeger. Daar had ik schrik van, echt waar, om de controle dan te verliezen, dus ik ben echt gebaat bij psycho-analyse…. Voorzichtig achteruit kijken om terug vooruit te leren kijken.  Dat heet verwerking. Maar ik moet ook weten vanwaar gedrag van mezelf komt of zo, voor ik er iets aan kan doen. En niemand moet me dan gaan zeggen wat ik moet doen, ik kies zelf wat ik doe. Sommigen vinden van niet, bij mij werkt het wel zo, als ik dat weet, ben ik gerust gesteld. Stom voorbeeld: ik vond het heel jammer dat ik met iemand niet meer kon praten zoals ik dat vroeger wel kon. Ineens viel mijn frank dat hij dezelfde naam had als mijn overleden partner en dat het daarvan kwam. Ik was gerust gesteld: het is dat maar, niks ergs dus en toen ik het wist en ik hem zag, praatte ik er gewoon mee. Voor mij werkt dat dus. Er had niemand mij voor hem moeten zetten en zeggen “en nu ga je er mee praten!” Dat werkt bij mij echt niet! En ja, dan is psycho-anaylse de therapie voor mij, heel overduidelijk…. Zelf tot inzicht komen…. Want die psychologe doet daarbij eigenlijk bitter weinig, dat is ook wat kort door de bocht, ze helpt je wel tot inzicht komen natuurlijk. De dood van mijn partner is voor mij ook een trauma, dus hier zie je weer die vermijding, maar ik heb er wel iets aan gedaan. En dat deed ik eerst al met die andere persoon een mail te sturen en zelfs onbewust eerder al…. waarvoor een psychologe dan heel handig is, want zij wees me er op.

Al bij al heb ik van weinig nog last, ik trek mijn plan, denk volop aan de toekomst, heb mijn triggers nog steeds, maar ik hanteer ze. Opnames zijn niet meer nodig, therapie ook niet meer zeggen zowat alle hulpverleners. Volgens mijn psychiater kan zij niets meer doen, volgens mijn psychologe kan zij ook niets meer doen… Ze loslaten durf ik echter niet…. dus ik ga er nog naartoe….

Nu ja, ik moet nu naar de psychologe gaan omdat ik met een fertiliteitstraject bezig ben en daardoor word ik vaak naar mijn eigen jeugd terug gekatapulteerd. Dat is doodnormaal en gebeurt bij mij gelukkig nu al en niet wanneer mijn kind geboren wordt (als er ooit al één komt), ook dat is een kenmerk van PTSS. Eigenlijk niet, want dat heeft iedereen die bezig is met kinderwens (terugdenken aan eigen jeugd), maar die trauma’s dat dan terug naar boven komen hebben natuurlijk enkel mensen met PTSS…. En daardoor zijn er wel wat puntjes van die terug naar boven gekomen zijn, al heb nog steeds niet gedissocieerd sinds ik ermee bezig ben of zo. En ja, ook de psychologe van het fertiliteitscentrum vindt dat ik zeker stabiel genoeg ben om een kind te krijgen, dat was een behoorlijke screening, geloof me vrij. Maar inzicht hebben in het hoe en waarom vond ook zij een enorm pluspunt en een teken van ermee om te kunnen.

En eigenliefde is ook probleem, onzeker over onszelf, dat hebben mensen met PTSS nu eenmaal. Als er je als kind rechtstreeks of onrechtstreeks heel vaak wordt duidelijk gemaakt dat je niets waard bent, dan geloof je dat ook, dat zit er ingebakken en gaat er amper uit. We zoeken wel heel vaak bevestiging, wat vaak ook verkeerd begrepen wordt. Ongelooflijk noem ik het dat sommige mensen denken dat ik vol over mezelf ben… die kennen me niet, heel duidelijk…. Bevestiging zoek ik wel, iets van erkenning omdat ik veel meer dan een ander nood heb aan de woorden “dat doe je goed” of “ik zie u graag”. En ik woon alleen, heb wel vrienden, maar ik woon alleen dus ik hoor het veel minder dan de doorsnee mens ook. Ik heb geen partner in huis die me zegt dat hij me graag ziet of dat ik lekker gekookt heb.

Dus ja, ik heb PTSS, maar ik kan er mee leven. Gelukkig maar. Volgens mijn psychiater komt dat ook door mijn intelligentie. Goh, ik ben trouwens hoogbegaafd blijkbaar, maar heb dat altijd verstopt en zou onbewust altijd ondermaats zijn gaan presteren, ook typisch blijkbaar. Maar goed, dankzij mijn intelligentie zou ik bitter weinig last hebben van die PTSS, zegt ze dan. Ik heb veel inzicht in mijn eigen denkprocessen en in het waarom ik iets doe. Ik ben daarnaast ook eerlijk en puur, ik ben haar ooit gaan zeggen dat ik tegen haar gelogen had bv, wel in een brief, maar ik had het gezegd (daar was ook een reden voor natuurlijk, maar ik voelde me toen zo schuldig) of dat ik niet was gaan werken omdat ik niet meer kon van de spanning en dan maar een joint had gesmoord en ja, dan natuurlijk moeilijk nog kon gaan werken; logisch…. Dat is al lang geleden, maar ik zei het wel, ik heb ze toen ook gebeld, wist niet wat te doen, wat moest ik nu zeggen tegen mijn hoofdverpleger (zei ze toen: “eerst en vooral rustig worden, bel hem op en zeg dat je ziek bent en ik neem u er vanavond nog wel bij na de laatste patiënt.” Ah ja, dacht ik, ik kan zeggen dat ik ziek ben, had ik zelfs nog niet aan gedacht…) Voor die ene keer wilde ze dan wel een ziektebriefje schrijven: wel maar één keer, maar ze had nog nooit meegemaakt dat iemand kwam zeggen dat ze niet was kunnen gaan werken door een joint hoewel ze goed genoeg wist dat zo iets bij haar patiënten wel meer gebeurt, maar die dat niet zo zullen komen vertellen. Dus voor één keer kreeg ik dat briefje, want ik was wel heel eerlijk geweest, ze was wel streng, ik mocht het geen tweede keer komen vragen, heb ik ook nooit meer gedaan, ik heb ook nooit meer een joint gesmoord omdat ik schrik had om te gaan werken (faalangst, hè, daardoor die joint, om te kalmeren!!!)  en ooit zei ze me zelfs: “ik wou dat al mijn patiënten waren zoals gij.”

En ik schrijf dit misschien nog het meest voor mensen die het ook hebben. Het kan leefbaar worden, heel leefbaar. Geloof er in! Al kan het een proces zijn van lange adem.

Hieronder nog een hersenwolk met echt alle symptomen (die je natuurlijk ook niet allemaal hoeft te hebben), ik pikte hierboven immers de belangrijkste uit….

PTSD wolk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s