Facebook en literaire creaties

literair

In mijn vorige bericht kon je lezen dat ik voornemens nam. Ik zou o.a. om de twee dagen bloggen. Daar is dus niets van in huis gekomen, dat heb je wel gemerkt. Langs de andere kant ben ik weer niet gestopt met schrijven. Het gebeurde telkens via facebook, ik heb dan zelfs niet het idee dat ik aan het schrijven ben. Al is het dat vaak wel natuurlijk. Ik begin dan mijn mening te formuleren op verschillende onderwerpen. Uiteraard enkel diegene waar ik ook echt iets over kan zeggen, meestal uit eigen ervaring. Zo formuleerde ik mijn eigen ervaring met antidepressiva op de vraag of antidepressiva al dan niet gelukkig maakt. Dit zei ik er op:

 

“Antidepressiva genomen ja, ik was echt depressief: van zelfmoordpogingen tot totale lethargie: been there, done that! Men kan twijfelen of het echt hielp in dat waarvoor het diende. Met antidepressiva na een aantal jaren gestopt, zelfs van de éne dag op de andere. Ik werd pas echt tevreden met mijn leven toen ik er mee stopte, ik aanvaarde mezelf, kon mijn gevoelens omarmen (ook de “slechte”) en erkennen (elke emotie heeft zijn functie). Ik kreeg na het stoppen terug eindeloze momenten van creativiteit, wat me ook tevreden maakt, Maar vooral: ik voelde terug!!!! Antidepressiva vlakt alles af… alsof alles als één rechte lijn is. Ik voelde dat zelf, maar zag het bij mijn grootmoeder ook die het al jàààààren slikt (ze is goed, zeggen ze dan, ik betwijfel dat ten zeerste). Goh, misschien heeft het wel geholpen om mij uit het diepst van mijn depressie te krijgen, misschien wel, ik weet het echt niet, ik twijfel er wel aan. Ik werd pas echt tevreden toen ik ermee stopte, ik liet mijn gevoelens er zijn en ik groeide dichter dan ooit tevoren naar mezelf toe. Oh ja, ik gebruik heel bewust tevreden, gelukkig is veel te beladen. Ik vind het ook verkeerd dat mensen zo hard streven naar gelukkig zijn, dat juist maakt de mens depressief, denk ik toch vaak. Gelukkig en geluk vind ik verder ook nog twee aparte begrippen, maar dit zou ons te ver leiden. (Het spijtige is dat ik psychiatrisch verpleegkundige ben ook en die pillenmolen bijna moet verheerlijken!)”

 

Dezelfde pagina (die van Radio 1) vroeg een dag eerder, naar aanleiding van een stelling van één of andere socioloog dat de happy single doorgaans niet bestaat, of er happy singles waren.  Ik antwoorde weer:

 

“Enige nuance is op zijn plaats, denk ik. Ik ben single en ik ben niet op zoek naar een partner, ik ben best tevreden alleen, ik doe wat ik wil en hoef met niemand rekening te houden (de buren even buiten beschouwing gelaten, ze zouden het ook niet appreciëren dat ik midden in de nacht mijn muziek volle bak opzet!). Ik ga en sta letterlijk waar ik wil en ja dat bevalt me heel goed. Ik ben zelfs bezig met de behandelingen om BAM te worden: wel een kind, maar geen man. Maar zo heel af en toe voel ik me weleens eenzaam in mijn huisje, het is doorgaans als ik met niemand afgesproken heb. Vrienden heb ik genoeg en gelukkig is er dan de telefoon zodat we een woordje kunnen placeren. En financieel? Tsja, toen ik in het verleden samenwoonde, had ik het op dat vlak een stuk makkelijker, maar ik hou wel van een zekere minimalistische levensstijl, zo erg is dat dus ook allemaal niet. Samenwonen: been there, done that, het beviel me achteraf gezien niet echt! Als ik een man tegen kom, die voldoet aan mijn eisen, sta ik er voor open ja, maar erachter zoeken: vergeet het! Ik ben ook niet meer tevreden met de eerste de beste. Zeker niet met een kind in het vooruitzicht… Ben ik dan happy single? Ik denk het eigenlijk wel, ja! :)”

 

Ik heb bij dat laatste een privébericht gekregen van een man die zei dat hij mijn relaas zo mooi en eerlijk vond en dat hij me daar voor wilde bedanken! Ik vond dat wel een mooi compliment. Het was eigenlijk de eerste keer dat iemand me ooit zei dat ik mooi schreef zonder dat ik de bedoeling had te schrijven. Ik schreef natuurlijk wel, maar ik wilde vooral mijn eigen ervaring delen. Of nee, ooit stuurde ik een mail, hij zei dat ook. Dat is juist en die mail stuurde ik met dezelfde bedoeling als op dat facebookbericht, al ging het over iets totaal anders. Nu ja, het deed me goed, dit kleine privé-berichtje.

 

 

Toen ik dan ook woensdagavond een berichtje postte in de groep “Ge zijt van Mechelen als…” werd ik helemaal overrompeld door compliment. Dit was het berichtje:

 

“1u ’s nachts: ik vertrek bij vriendin thuis en begin aan mijn fietstripje doorheen de stad. Ik bedenk me dat het zalig weer is, zelfs geen onweer vandaag. Ik hou wel van een zekere frisheid langs mijn beetjes en onder mijn rokje (shhht). Ik rijd over de brug van de binnendijle en kijk naar het water. Ik rijd verder langs de ijzerleen en ik zie al die prachtige gebouwen (dat de meerderheid niet meer origineel is en na de oorlog heropgebouwd is, laten we even buiten beschouwing), ik rijd verder en kijk naar ons unieke stadhuis in “twee stukken” en natuurlijk naar de machtige Sint Rombouts. Ik rijd verder, passeer het frituur naast de muurschildering in de Merodestraat, ik zie nog meer oudere huizen als ik rond kijk. Ik passeer de Oude Stadsfeestzaal: die is al even dicht en zag daar zelfs nog een affiche aanhangen van een voorstelling op 11 december, een jaartal zag ik niet staan (die was me echt nog niet opgevallen.) Ik zie verder ook veel Marokkanen in djellaba’s, ze komen van de moskee, het is immers ramadan. Ik rijd verder, de flikken steken hun hand naar mij op. Ik roep nog terug ‘goede nacht’ en ik kom aan de buitendijle. Ik vraag me af of die fiets daar nog steeds ligt. Dé fiets die in de Dijle lag en die ik elke dag zag liggen als ik vanuit mijn zeteltje in het Dodoensziekenhuis naar buiten zat te staren, meer dan tien jaar geleden nu. Ik ga dat echt uitzoeken en als hij er nog ligt, trek ik er een foto van. Het zou echt wel straf zijn dat die er na al die jaren nog steeds niet uitgevist is. Ik passeer de gevangenis en zie daar ook de toren van de oude kazerne. Wat heb ik er spijt van dat ze dat afgebroken hebben… Ik rijd rustig verder en word gepasseerd door een vlammende BMW die nog een drankverpakking uitwerpt ook. Ik merk dat ik daarvan toch kwaad word, ik ben bijna thuis nu en denk: ah, wat hou ik van mijn stadsie…”

 

Nog nooit kreeg ik zo vele vind-ik-leuks en zo vele hartjes op een bericht. Ook de reacties vond ik zo leuk. Het mooiste vond ik de man die zei dat men net bij mij achterop de fiets zat als je het las en zo alles mee beleefde. Ik vond het het mooiste compliment dat ik ooit kreeg over mijn schrijfsels. Verder reageerde er ook iemand op die bij het conservatorium hier in Mechelen werkt. Ik kan misschien overwegen om ‘literaire creaties’ te volgen, zei ze. Ik neem het in overweging, maar ik moet ook zeggen dat ik geen fan ben van het conservatorium. Ik heb daar muziek gevolgd en mijn eerste graad afgemaakt. Ik ging eigenlijk meer en meer tegen mijn zin naar daar: het schoolse systeem is zo niets voor mij. Examens, toetsen en verplichte optredens: ze namen me het plezier van het gitaar spelen af. Ik moest echter van mezelf dat attest van de lagere graad halen, ik had me dat voorgenomen. En ook al is het dan een opgave, ik geef niet op en ga er dan ook voor. Ik heb dat attest inderdaad behaald, maar het heeft een jaar geduurd eer ik daarna pas terug mijn gitaar heb vastgenomen en dat ik het terug leuk vond. Het zou kunnen dat dat ook door een samenloop van omstandigheden kwam, maar ik denk nog steeds dat dat de hoofdzaak was. Ik nam me dus ook plechtig voor dat ik nooit nog naar het conservatorium zou gaan, echt nooit meer! Ik zit dus een beetje in tweestrijd. Ik wil echt niet dat me het plezier van het schrijven afgenomen wordt. Twee mensen die ik ken, zeggen ondertussen dat ik het moet doen. Tsja, schrijven is ook een groter talent van me dan gitaar spelen, maar ik weet het echt niet. Je zou kunnen zeggen dat ik het kan proberen en als ik merk dat deze tendens zich aan het zetten is, ik er gewoon mee stop. Zo zit ik dan ook niet elkaar. Ik geef niet snel op, wil dingen afmaken, zo zit ik in elkaar en zal ik in elkaar blijven steken. Ik weet het met andere woorden echt niet. Langs de éne kant zeg ik ja, langs de andere kent zeg ik “vergeet het maar!” Ik heb nog tijd tot september, denk ik dan.