Huisje, tuintje, …

huisje

Ik woon sinds zondag een jaar in mijn huisje, mijn ieniemienie huisje. Een jaar is zo om en wat haatte ik het hier in het begin. Maar ik weet nog hoe het ging om dit huisje te kopen, ik had ondertussen reeds een relatie met Gui, mijn moeder zat er maar op te hameren om een huis te kopen. Veel beter dan huren, zei ze (ik ben daar nog steeds niet van overtuigd). Maar als ik ging verhuizen, wilde ik gaan samenwonen met Gui. Gui bleef daar allemaal heel rustig onder “koop jij uw huisje, als het goed blijft gaat tussen ons kom ik wel bij u wonen. De lening enzo regelen we dan wel.” Wel ja, goed plan, dacht ik, ik zou een huis kopen en hij en zijn dochter zouden erbij komen. Twee slaapkamers was dus een must. Minstens een zolder zodat er nog kamers konden bijgemaakt worden voor de kinderen die we samen zouden krijgen, ah ja! Ik kreeg de makelaar te pakken toen er nog niets aan de hand was met Gui, hij stelde wat vragen en zei dat hij het perfecte huisje had voor mij. Dit huis dus. Toen ik het kon bezichtigen was het ongeluk juist gebeurd. Ik zei snel ja. Ik zag me hier wel wonen en Gui zou wel beter worden, dat wist ik wel zeker en dan kon hij bij mij komen wonen, samen met Elke. Maar hij stierf, er waren problemen met de lening, maar dat werd opgelost, er waren vooral veel problemen met de vorige eigenares. Ik ga het hier niet opnoemen wat allemaal, maar het was een ramp om met haar iets deftigs af te spreken. Als er dan iets afgesproken werd, hield ze zich niet aan de afspraak. Op de dag van de verhuis, was nog niet alles buiten als wij hier met de vrachtwagen stonden.

 

Nu goed, ik verhuisde en ik haatte dit huis in het begin, zo hard. Ik was veel liever op mijn appartementje blijven wonen en als ik eerlijk ben: ja, ik zou daar nog steeds graag gewoond hebben, maar ik heb mijn draai hier wel gevonden. Wat ik hier dan zoal haatte? Het is hier donker! Op mijn appartement had ik veel ramen en was het een zee van licht, ook in de winter. Het is hier toch ook wel heel klein, op mijn appartement had ik een zeer grote woonkamer en hier staat het met veel minder meubels zo vol. En het is hier veel kouder ook. Is het hier bv 16 graden, duurt het een halve dag eer het 20 graden is. Ik zet mijn chauffage dus niet meer af in de winter, ze staat altijd op. De slaapkamer is in de winter ook ijzig koud en ook de gang is om te bevriezen. Maar vooral: het huis was gekocht met het idee dat Gui hier ook zou komen wonen en hij was dood. Neem dat er ook bij, ik zat in een rouwproces en ik haat veranderingen, dus ook verhuizen. Nee, ik woonde hier niet graag. Met Kerstmis paste ik een tekst aan van een liedje dat ik kende. Het heette “eenzaam Kerstfeest”

Vrolijk kerstfeest, vrolijk kerstfeest,

Kerstmis viert men nooit alleen

Vrolijk kerstfeest, vrolijk kerstfeest

Al die mensen om je heen

Maar ik heb niemand,

Kerstmis hoe kom ik erdoorheen

Stille nacht, koude nacht,

Een kind is geboren

En zijn naam wordt aanbeden

Door vele mensen van goede wil

In de nacht, koude nacht,

Loop ik hier als verloren

In het huis dat we zouden delen

Zijn alle kamers leeg en stil

Dit is dan mijn Kerstmis,

Alleen tussen die muren

Dit is dan mijn Kerstmis,

Vrolijk kerstfeest

Vooral omdat ik Gui miste, ik had nog een grotere hekel aan Kerstmis dan anders, ik heb me nooit zo eenzaam gevoeld, hier in dat nieuwe huis.

 

Maar het werd lente, het ergste van mijn rouwproces liet ik achter mij. Ik miste Gui nog heel hard (nu nog trouwens), maar de pijn werd minder. Het werd beter weer en ik had een terras, mijn psoriasis (die ik heel hard had afgelopen winter, mijn handen lagen letterlijk open van de kloven) werd beter en ik begon tuinmeubeltjes te kopen. Gewoon een tafel en twee stoelen in de Lidl. Een stoel die men achterover kan klappen, kocht ik in de Action. Ik heb er echt weinig geld aan uitgegeven en heb ik volk en we willen buiten zitten, zet ik de stoelen van binnen mee buiten. Ik kan echt genieten van mijn terras als het goed weer is, op mijn appartement had ik immers geen terras. Ik zag ook het voordeel in van een auto vlak voor de deur, ik kon hem kuisen. Boodschappen doen is ook veel gemakkelijk met de auto vlak voor de deur en geen drie verdiepen te moeten doen. Ik deed al eens een klapje met de buren. Links van me woont een jong gezin met één dochter, rechts een gezin met twee jongens. Ik heb geen klachten over hen en het klikt wel. Mijn kat begon veel buiten te zitten en werd een echte buitenkat. Ik had me voorgenomen om in juni naar de jaarlijkse kermis van de wijk te gaan, samen met mijn moeder, maar mijn moeder kon niet en alleen durfde ik niet. Ik wil immers graag de mensen van de wijk leren kennen. Het is hier echt zo’n wijk waar men elkaar wel kent, van ziens op zijn minst. Ik zeg nu ook goeiedag tegen de mensen die hier dagelijks met hun hond voorbijkomen en ook tegen de mensen die niet mijn directe buren zijn, zeg ik dag. Maar ik zou ze beter willen leren kennen, misschien wil ik me wel aansluiten bij de buurtwerking, maar ik durf er niet goed alleen naartoe gaan.

 

En ja, ik woon hier best graag. Mijn muren zijn nog steeds niet geschilderd, mijn lusters hangen nog niet omhoog en ik heb ook nog geen lamp op mijn terras, een kattenluik is reeds gekocht maar moet nog geïnstalleerd worden. Mijn dak wordt vernieuwd in januari-februari. Een elektricien voor hernieuwing heb ik ook reeds gecontacteerd al wacht ik ondertussen al een maand op enige teken van leven van hem na zijn laatste mail. De schouw in de living wil ik ook weg, ik ga misschien eens aan de man die de verbouwingen bij de buren doet vragen of hij dat wil en kan doen. Dan heb ik ineens veel meer plaats in mijn living. Misschien pas daarna schilderen…

 

Och ja, ik woonde graag op mijn appartementje ik mis het soms zelfs nog, maar al bij al woon ik hier ondertussen ook graag…