Zelfbeschadiging: een persoonlijk relaas

zelfDe laatste keer dat ik het deed, weet ik nog heel goed, ik zat in de les notenleer op het conservatorium, het was 2009 en de leerkracht zei iets waardoor ik me voelde wegglijden. We hadden net daarna pauze, ik ging alleen buiten, rookte een sigaret en duwde ze uit op mezelf. Het was daarvoor een jaar geleden, maar het zou ook de allerlaatste keer zijn.

Het is vreemd, moeilijk uit te leggen ook, maar ik deed lang aan zelfbeschadiging. Ik dissocieerde vaak en om uit die dissociaties te blijven, beschadigde ik mezelf. Ja, je hoort het goed, ik deed aan zelfbeschadiging, maar niet om mezelf te straffen of als copingmechanisme, maar echt om uit dissociaties te blijven. Een dissociatie is moeilijk uit te leggen, een psychiater legde het ooit als volgt uit: “Als je lichaam het niet meer aan kan, val je flauw. Als je geest het niet meer aan kan, valt je geest uit.” Ik herinner me die periodes achteraf niet meer, maar blijkbaar keer ik in die dissociaties terug naar een vroegere ik. Naar een periode toen alles nog veilig was. Ik heb lange tijd verborgen gehouden, voor psychiaters, voor verpleging in opname dat ik me die momenten niet meer herinnerde, het leek me echt alsof ik anders compleet gek verklaard zou worden Het is pas in mijn laatste opname dat ik het niet meer kon verstoppen dat ik dissocieerde, ze vroegen tijden zo’n dissociatie dan ook van “wie ben je? Waar ben je? Welke dag is het?”. Die vroegere ik antwoordde dat ze 4 jaar was.

Maar het is dus, als ik voelde dat ik weggleed in zo’n dissociatie dat ik mezelf sneed, om mezelf in de werkelijkheid te houden eigenlijk. Ik kan moeilijk uitleggen hoe je voelt dat je wegglijdt in een dissociatie. Het is alsof je zintuigen dan één voor één uitvallen, eerst hoor ik nog heel weinig tot niets, het was dan dat ik begon met me te snijden. Meestal sneed ik ja, af en toe bezorgde ik mezelf ook brandwonden, maar meestal sneed ik met een mes, een scheermesje een stuk glas of met eender wat ik kon vinden. Verpleging nam in opnames alles af waarmee het zou lukken, maar ik deed het dan met de kapstok die in mijn kast hing of zelfs met een koffielepeltje. Het is ook pas in de laatste opname dat ik handvaten kreeg om met die dissociaties om te gaan, dat ik gewoon mijn zintuigen moest gaan inzetten om dat te voorkomen. De pijn hielp daarvoor, ik voelde door die dissociatie niets meer, het was de pijnprikkel die me er vaak terug uit hielp, het enige dat ik dan nog leek te voelen. Van mijn therapeute kreeg ik daarna te horen dat ik gewoon moest gaan zoeken naar 10 dingen die ik zag, 10 dingen die ik hoorde, 10 dingen die ik voelde, … Het was een simpel trucje, maar het hielp me. Of dingen beginnen te tellen, de groeven in een vloer bijvoorbeeld, gewoon mijn zintuigen inzetten dus. Wat ik fout vond tijdens al die opnames is dat er nooit over gepraat mocht worden. Ook toen ik zelf psychiatrie studeerde, leerde ik het adagio “behandel de wonde, niet de patiënt” handhaven, hoewel ik er niet echt achter stond. Het is daarom dat ze er bij mij nooit achter kwamen dat ik dissocieerde bijvoorbeeld. Als iemand me ooit had gevraagd, als ik met zo’n wonde naar de verpleging ging, waarom ik dat gedaan had, had ik ten minste kunnen zeggen dat ik dat deed om me in het hier en nu te houden. Dat heeft men jaren niet geweten, geen van mijn hulpverleners en op zich is dat toch erg?

Ik word nu nog elke dag geconfronteerd met die automutilatie, want zo heet zelfbeschadiging in de vaktermen. Gewoon als ik me elke dag omkleed, want mijn lichaam staat vol littekens. Ik vind dat persoonlijk niet zo erg, maar ik heb het wel moeilijk met de vooroordelen die er rond hangen, dat men mij daar op veroordeelt eigenlijk. Ik heb lange tijd met lange broeken/rokken en lange mouwen rond gelopen De eerste keer dat ik met blote armen zat was op het terras van mijn ouders, ik vond het spannend, heel spannend, later deed ik dat ook buiten mijn familie waar tenslotte iedereen wist dat ik dat gedaan had in het verleden. En nu loop ik overal rond met blote armen en benen. Al blijven de eerste zonnige dagen na de winter moeilijk, het is dan elke keer terug een grote stap om mezelf letterlijk terug bloot te geven. Ook als ik neiuwe mensen ga ontmoeten. En oh ja, ik voel ze dan, de priemende blikken. Sommige mensen staren er zelfs onbeschaamd naar, bij hen voel ik me ongemakkelijk. Het beste kan ik om met kinderen, die vragen meestal gewoon wat het is: “Dat is van vroeger toen ik ziek was”, antwoord ik dan meestal en dat is voor hen doorgaans genoeg. Toen mijn nichtje 9 of 10 was, vroeg ze me of ik dat zelf had gedaan, toen ik “ja” zei (want ik lieg daar niet over), sprak haar gezicht boekdelen. Het blijft iets gruwelijks: jezelf pijn doen…

En nu weten ook veel mensen waarom “Hurt” van Johnny Cash mijn favoriet is: “I hurt myself today to see if I still feel. I focus on the pain, the only thing that’s real…”

8 thoughts on “Zelfbeschadiging: een persoonlijk relaas

  1. Hoe kan je u herinneren wat je u niet meer kan herinneren? Ik bedoel maar: hoe weet je dat je die periodes van black-out achteraf niet meer herinnert?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s