De avonturen van Suske en Wiske

Al vanaf ik een beetje kon lezen, had ik een voorliefde voor de strips van Suske en Wiske. Mijn moeder las ze in haar jeugd ook, dus hadden we er wel wat van in huis. Met mijn eerste communie kreeg ik mijn eerste eigen Suske-en-Wiskes. Ze stonden dan ook op mijn verlanglijstje, dat was het begin van mijn verzameling, want ondertussen kan ik zeggen dat ik ze allemaal heb. Wel bijna allemaal 2dehands gekocht op rommelmarkten en stripbeurzen, maar ik ben niet zo iemand die dan wil dat er niets aan is. Ik vind het bijvoorbeeld zalig dat ik strips van zo veel mensen in huis heb, in de meesten staat een naam, in nog anderen is er iets anders in geschreven of getekend en sommigen hebben ook onduidelijke vlekken. Maar het is toch leuk om te weten dat ze nog een ander leven gekend hebben, voor ze in mijn bezit kwamen. Mijn enige vereiste is dat ze volledig zijn, want ja, op een rommelmarkt kan je wel hebben dat er pagina’s uit ontbreken, heb ik wel eens voorgehad.

Nu is het ook zo dat ik de strips die door Willy Vandersteen himself nog getekend en geschreven zijn, het beste vind. Het leuke is ook dat je ze zowel als kind als volwassene kan lezen. In 1995 was het een feestjaar: 50 jaar Suske en Wiske, ik was toen 10-11 jaar. In het 6de leerjaar moesten we een spreekbeurt geven over een hobby en ik heb dat toen gedaan over Suske en Wiske. Nu kan je je afvragen of je wel zo veel over een strip kan vertellen, maar over Suske en Wiske valt meer te vertellen dan je op het eerste zicht zou denken. Bovendien had ik alles wat er over verschenen was naar aanleiding van hun 50 jaar bestaan bijgehouden en had ik er dus veel documentatie over. Ideaal dus om een spreekbeurt over te geven.

Het eerste verhaal dat verscheen, was eigenlijk geen echte Sus en Wis. Het was Rikkie en Wiske (in chocowakije), verder speelden ook nog mee: Tante Sidonie en Schalulleke. Rikkie was in feite de grote broer van Wiske, maar Willy Vandersteen vond hem niet zo goed naast de kleine Wiske. In het volgende verhaal liet hij Rikkie dan ook verdwijnen. Dat was “Op het eiland Amoras” (tegenwoordig gewoon: Het eiland Amoras), waar Suske dan ook in verschijnt. Hij woont dus op dat eiland en hij en Wiske worden meteen boezemvriendjes, waardoor Suske op het einde van het verhaal gewoon terug meegaat naar België. Professor Barabas speelt trouwens ook al mee in dit avontuur.
Wiske wordt dus opgevoed door haar tante, wat er met haar ouders gebeurd is, is voor iedereen nog steeds een raadsel, denk ik. Wiske is vrij intelligent, ijdel en soms jaloers (vooral wanneer Suske aandacht krijgt van een ander meisje) en onafscheidelijk van haar lappenpopje Schalulleke.
Suske is meer een doorsnee jongen. In het eerste verhaal is hij nog een beetje een woesteling, maar later blijkt hij vooral moedig en idealistisch.
Tante Sidonie is in feite de tante van Wiske, maar adopteert Suske dan ook in haar gezin. Meestal heeft ze een niet zo actieve rol in de verhalen. Kenmerkend voor haar zijn haar zenuwtoevallen en haar grote voeten. Later zal ook blijken dat ze heimelijk verliefd is op Lambik.
En professor Barabas is de verstrooide uitvinder vooral gekend van de teletijdmachine en de Gyronef. Van Jerom en Lambik is er nog geen sprake, die komen er pas later bij.

Lambik kwam als eerste van hen op de proppen, in het album “De sprietatoom”. Persoonlijk vind ik Lambik een zalig personage. Hij is tamelijk dom, ijdel, arrogant, onhandig, soms agressief en nogal dominant. Toen ik in het hoger onderwijs koos voor psychiatrie, zei onze docent van het vak ‘psychiatrische pathologie’ dat Lambik het schoolvoorbeeld is van een psychopaat. Een echte psychopaat dan, niet wat de meeste mensen denken (dat dat massamoordenaars zijn enzo) en ja, zo kan je hem nog het beste beschrijven: altijd belangrijk gevonden willen worden en in het middelpunt van de belangstelling willen staan, want ja, ook dat is Lambik. Toch, naast al deze slechte eigenschappen, heeft hij een hart van goud en wil er zijn voor de anderen. Ik vind hem vooral grappig, de uitspraken die hij soms doet, zijn hilarisch. Lambik zat trouwens al in de geest van Willy Vandersteen voordat hij in Suske en Wiske verscheen. Oorspronkelijk heette hij Pukkel (nog voor hij in Suske en Wiske verscheen, maar enkel losse ideeën waren van Vandersteen), dan werd het Lambik. Dit heeft Willy Vandersteen gekozen naar “Geuze Lambic”, waar hij blijkbaar zot van stond. Het schijnt dat Vandersteen karaktertrekken van zichzelf in Lambik gestoken heeft. Lambik heeft trouwens, naast zijn rol in Suske en Wiske, ook een eigen stripreeks: De grappen van Lambik. Lambik heeft ook een broer: de vliegende aap of Arthur en een vader, zij duiken maar sporadisch op in de stripreeks.

Pas een hele tijd nadien, in de jaren 50, verscheen Jerom pas. In het album “De dolle musketiers”. Hij was daar eigenlijk het geheime wapen van de vijand en gekleed als een oermens. Later, in het verhaal “De malle mergpijp” bleek ook dat hij afstamde uit de oertijd en ingevroren was. In de 17de eeuw is hij dan ontdooit en zien we hem in “De dolle musketier”. Jerom is gekend om zijn bovennatuurlijke spierkracht. Hij dankt zijn enorme kracht aan een sjamaan die met een mergpijp kleurstof op een grottekening blies. Al werd later door professor Barabas in het verhaal “De nerveuze nerviërs” verteld dat hij zo sterk was omdat hij afstamt van een Gallische familie die allemaal sterk waren. Dus ja: wat is het nu? In latere verhalen wordt toch vooral gerefereerd naar Jerom als oermens, dus zullen we dat maar aannemen, zeker?
Maar oorspronkelijk was hij dus de vijand, maar het bleek dat hij een grote liefde voor Schalulleke had en Wiske krijgt hem overhaald om zich aan te sluiten aan hun kant en zo wordt hij uiteindelijk mee naar het heden geflitst met de teletijdmachine van professor Barabas.
Naast zijn enorme spierkracht, heeft ook hij een hart van goud en zet zich meermaals belangeloos in voor anderen. Ook spreekt hij in een zogenaamde telegram-stijl en zijn zijn ogen koplampen
Jerom was van in het begin blijkbaar redelijk geliefd bij de lezers, al waren er klachten: dat berenvelletje. Daarom ook dat Vandersteen hem kleren gegeven heeft.  Ook Jerom vind ik een zalig personage, ik heb mijn kat waarschijnlijk niet voor niets Jerom genoemd. Ook Jerom heeft zijn eigen stripreeks.

In 45 verschenen de eerste verhalen in de krant, in 47 verscheen het eerste album: “op het eiland amoras”. Toen waren ze nog niet in kleur, maar in blauw-rood, maar ze hadden wel al hun typisch rode kaft. Vandaar dat ze ook “de rode reeks” werden genoemd.
Ik weet niet juist in welk jaar het was, maar op een gegeven moment heeft Hergé (de bedenker van Kuifje) gevraagd aan Vandersteen om voor hem verhalen te maken. Deze zouden dan verschijnen in het weekblad Kuifje, blijkbaar omdat het weekblad niet zo goed verkocht. Er was echter een voorwaarde: de personages waren te volks en te slordig getekend en dit moest aangepast worden. Ook Sidonie (en later ook Jerom) komen er niet aan te pas, het is enkel, Suske, Wiske en Lambik, die trouwens ook een metamorfose ondergaan. Het grootste verschil zie je aan Wiskes haar, die plots een bos krullen krijgt. Persoonlijk vind ik die strips minder goed, ik zeg niet dat ze slecht zijn, maar wel anders. Deze strips werden ook “De blauwe reeks” genoemd omdat ze oorspronkelijk een blauwe kaft hadden.
Enkele jaren later verschenen Suske en Wiske ook in het poppentheater Pats, hiervan zie je verwijzingen naar verschijnen in de stripreeks.

Op een gegeven moment zie je ook een “vernedelandsering” in de strips. Blijkbaar verkocht Vandersteen meer Suske en Wiskes in Nederland. Dit is niet zonder gevolgen gebleven. Jerom wordt Jeroen en Sidonie wordt Sidonia. Aanvankelijk waren de albums voor Vlaanderen en Nederland gewoon verschillend, maar wanneer er een grote opkomst is van het ABN (= Algemeen Beschaafd Nederlands, tegenwoordig gewoon AN genoemd) ziet Vandersteen zijn kans mooi om hetzelfde album in Nederland en België uit te brengen. Het wordt ook duidelijk in de strip gezegd door Sidonia. Ze zegt dat ze vanaf nu ABN gaan praten en dat ze daardoor Sidonia zal heten. Jerom bleef gelukkig toch Jerom. Schalulleke werd eerst Schabolleke en later pas Schanulleke. Persoonlijk vind ik het spijtig dat je in een Vlaamse stripreeks de figuren ziet betalen met gulden en niet met franken.

Op het einde van de jaren 50 haalde Vandersteen veel inspiratie van tv en films, denk maar aan de Texasrakkers en Wattman.
Begin jaren 60 heeft Vandersteen zo veel werk (hij schreef en tekende o.a. ook De Rode Ridder, Bessy en vele anderen) dat hij een tekenstudio oprichtte: Studio Vandersteen. Vanaf toen werden Suske en Wiske niet alleen door Vandersteen getekend. De eerste was De Rop, hij tekende onder andere de oude strips opnieuw, maar zijn tekenstijl was minder gedetaileerd. Vandersteen zelf schreef nog wel de verhalen, maar ze werden door anderen in inkt gezet.

Begin jaren 70 is Vandersteen dan gestopt en toen kwam Paul Geerts in het vizier. In het begin schreef Vandersteen nog wel eens een verhaal en keek hij over de schouder van Geerts mee. Het eerste volledige verhaal van Geerts is “De gekke gokker”. Later was het Marc Verhagen en later het duo Luc Morjaeu en Peter Van Gucht. Persoonlijk blijf ik de albums van Vandersteen het beste vinden. In 1990 stierf Vandersteen en liet hij ook een testament na wat betreft Suske en Wiske. Er staat letterlijk in dat de lezer zich moet kunnen verpozen in de tuinen van de fantasie, Suske en Wiske mogen nooit ouder worden, Lambik en Sidonia mogen nooit trouwen, er mag wel geweld in komen maar het moet ludiek zijn en niemand mag er aan sterven, ook mag er geen seks of drugs in komen, geen racisme en geen aanval op eender wel geloof en de hoofdpersonages moeten dezelfden blijven.

Kenmerkend voor de titels is dat er vaak een alliteratie in voorkomt, bv: De Snorrende Snor en De Zingende Zwammen. Dit gebeurde vanaf eind jaren 50 en is tot heden zo gebleven. Leuk om ook te weten is dat bijvoorbeeld “Het Sprekende Testament” oorspronkelijk “Het Taterende Testament” heette.

Vanaf album 67 (De Poenschepper) verschenen de albums in 4 kleuren en nog later volledig in kleur, ook werden de eerder uitgebrachte albums toen heruitgegeven, maar allemaal door elkaar waardoor het nu moeilijk is om te bepalen wat de eerste strips waren, hetgeen ik persoonlijk wel jammer vind en waardoor de reeks begint met album 67. Ook zou ik graag de strips in oude uitgave hebben, maar die vind je enkel nog op stripbeurzen en daar vragen ze dan enorm veel geld voor. Ik heb er wel vier in oude uitgave gevonden op een rommelmarkt aan een betaalbare prijs, maar dit is vrij uitzonderlijk.

Pas in 2007 werd de kaft van Suske en Wiske veranderd met het album “De Curieuze neuzen”. Als je toen dit album kocht, zoals ik, zat er nog een rood mapje rond waarop stond “De magnifieke metamorfose.” Persoonlijk vind ik dit geen goede zet, ik vind dat het daarmee iets verloren heeft.
In de beginjaren werden per album ongeveer 7000 exemplaren verkocht, wat voor die tijd blijkbaar heel goed was. Ondertussen is het uitgegroeid naar een verkoop van om en bij de 400.000 exemplaren per album.

Ik zou nog zo veel meer kunnen vertellen over Suske en Wiske, maar ik besluit toch om het hierbij te laten. Ik moet gaan koken!

 

SuskeEnWiske_jpg

2 thoughts on “De avonturen van Suske en Wiske

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s